China tweede economie ter wereld dit kwartaal

Japan heeft in het tweede kwartaal zijn positie als tweede economie van de wereld, na de Verenigde Staten, moeten afstaan aan China. De groei van de Japanse economie vlakte in deze periode sterk af, na een opleving in het eerste kwartaal.

Op jaarbasis groeide het bruto nationaal product van Japan in de maanden april, mei en juni met slechts 0,4 procent. In de eerste drie maanden van het jaar was de groei nog 4,4 procent. Dat maakte de Japanse overheid gisteren bekend.

Gerekend over het eerste halfjaar mag Japan zich nog wel de nummer twee van de wereld noemen, maar het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwacht dat het land deze positie dit jaar definitief kwijtraakt.

Volgens economische experts in Tokio heeft het verlies van de tweede plaats in de internationale rangorde „slechts symbolische betekenis”, zoals Kyohei Morita, chef econoom van Barclays Capital in Tokio gisteren verwoordde. Een collega-econoom van het Fujitsu Research Institute zei dat dit symbool de „alarmbel” kan zijn die de Japanse politiek nodig heeft om orde op zaken te gaan stellen.

De Japanse economie maakte tot en met de jaren tachtig een sterke groei door op basis van spectaculaire successen in de export (auto’s, consumentenelektronica). Japan was in 1968 de tweede economie ter wereld geworden, ten koste van het toenmalige West-Duitsland.

Het land leek zelfs de Verenigde Staten van de eerste plaats in de wereldhiërarchie te zullen verdringen. Maar de de zeepbel van torenhoge beurskoersen en onroerendgoedprijzen knapte begin jaren negentig en maakte een einde aan het ‘wonder’ van het Japanse model dat gebaseerd was op de alliantie tussen politiek, bureaucratie en bedrijfsleven.