Andere dorpen zijn stikjaloers

Deze zomer duikt nrc.next in het verenigingsleven.

Vandaag: de Stichting Promotie Centrum Velp, want Velp kan wel wat promotie gebruiken.

Net als iedere zomer organiseerden de Velpse ondernemers – verenigd in de Stichting Promotie Centrum Velp – weer de Velleper Donderdagen. Vier donderdagen braderie in het centrum.

De laatste Velleper Donderdag had als thema ‘Zandsculptuur’.

Velp kan wel wat promotie gebruiken, dat vond ik al toen ik er zelf woonde, tot mijn negentiende jaar. De spoorlijn Arnhem-Zutphen hakte het dorp in tweeën. Boven het spoor lag een villawijk, eronder stond veel nieuwbouw. Twee gescheiden werelden, alleen bij festiviteiten troffen ze elkaar.

De Velleper Donderdagen speelden zich ook dit jaar weer af de winkelstraten van Velp: Hoofdstraat, Rozendaalselaan en Emmastraat. Er stond een bus waar je je gehoor kon laten testen, een poffertjeskraam en er waren standwerkers.

Een dikke mevrouw in een gebloemde jurk verkocht ‘eeltkrabbers’. Ze demonstreerde het ding op haar eigen voeten. Na afloop deed ze een plastic bakje open. „En kijk eens wat eraf komt!”

Bij de dwergpony-verhuur – 10 minuten voor twee euro – zat een meisje op een klapstoel de ene na de andere filtersigaret te roken. Ze beklaagde zich over Star Promotion, de organisatie die de kraamverhuur exploiteerde. Doordat de aanpalende kraam, waar je T-shirts kon laten bedrukken met plaatjes van huisdieren, alle beschikbare stekkerdozen gebruikte, kon zij geen koffie zetten.

Ik kocht een pond kersen – „Wilde pluk uit België” – bij Het Aardappelpakhuis en liep naar automatiek Bert Beurskens, tot in de verre omtrek beroemd om zijn frikadel-speciaal. Hier kwam Frans Bauer ’s nachts eten, als hij had opgetreden in het Gelredome. Bij de snackbar werkte Mieke, een vrouw die ooit drie maanden getrouwd was met een goede vriend.

Ik was getuige bij dat huwelijk.

Ze herkende me niet.

„Welk huwelijk?”, vroeg ze toen ik haar eraan herinnerde.

Daarna: „O, dat huwelijk...”

Ze was daarna nog een paar keer getrouwd.

Tussen de kramen liep Gerlof Vollema, een jongen met blond haar en een te hoog opgetrokken broek. Hij had een opvallend oranje hesje over zijn trui aangetrokken, waarop met grote letters ‘Bidden werkt!’ stond.

Hij sprak mensen aan met de vraag of er iets was waar hij voor mocht bidden. Tot dan had hij weinig serieuze verzoeken gehad, maar daar was hij aan gewend.

„Ik bid voor alles, maar niet voor ‘meer mayonaise op de friet’. Die meneer heb ik een bijbel gegeven.”

Hij had gedurende de dag ‘veel ellende’ voorbij zien komen.

Ik zei dat hij voor Velp moest bidden.

Met dat verzoek kon hij wel wat. Hij sloot de ogen. Toen hij klaar was, kreeg ik een bijbel en een flyer waarop ‘Geen Paniek, Jezus Leeft!’ stond. Als ik zin had, kon ik op zondagen geheel vrijblijvend komen bidden bij de Volle Evangelie Gemeente ‘De Hoeksteen’ op de Nordlaan 29a. Het begon om tien uur ’s morgens. Met de woorden „Zegt het voort!” nam hij afscheid.

Walter Jansen was secretaris van de ondernemersvereniging. Hij droeg een opvallende groene blouse en runde met zijn vrouw de beste boekhandel van het dorp. Een dorp waar verrassend veel lezers woonden.

Velp kende honderdvijftig bedrijven.

Ongeveer de helft was lid van de vereniging.

„De grote ketens – Blokker, Hema, het Kruidvat en noem ze maar op – doen niet mee, maar ze profiteren wel van de bloembakken waar we het dorp in de zomermaanden mee opfleuren. En van de kerstverlichting.”

Binnen de vereniging waren ‘fikse discussies’ gevoerd over de programmering van de Velleper Donderdagen. Als organisator van literaire activiteiten in het plaatselijke kunsthuis – zoals ‘een literaire high tea met Thomas Verbogt’ – was hij als vanzelf een voorstander van de lijn om de Velleper Donderdagen in ‘kleine stapjes’ een iets minder volks karakter te geven.

Sinds ze met thema’s werkten, proefde hij een verbetering.

Een donderdag eerder was het thema ‘culinair’. Walter Jansen vertelde dat de drie plaatselijke bakkers samen een appelkruimeltaart van honderd meter hadden gebakken. Een record. De taart was in tweeduizend stukken gesneden en opgegeten door het publiek.

„Velp-promotie van de bovenste plank!”

Dat er in de Hoofdstraat die donderdag ook een wedstrijd bamibal eten werd georganiseerd, was hij even vergeten.

Over de zandsculptuur – een attractie waar verrassend veel bij kwam kijken zoals het plaatsen van hekken en het inhuren van 24-uurs bewaking – was iedereen binnen de vereniging het eens. Dat was een doorslaand succes.

„Het leeft enorm in het dorp. Er is een week aan gewerkt. Dagelijks kwamen er mensen om te kijken hoe het vorderde. In de winkel zagen we een ander publiek dan in andere jaren tijdens de Velleper Donderdagen.”

Met vier keer 25.000 bezoekers waren de Velleper Donderdagen de grootste braderie van Oost-Nederland. „Andere dorpen zijn stikjaloers.”

Hij adviseerde om de Emmastraat in te lopen.

Tegenover de katholieke kerk was ‘levende muziek’.

Hij begon nog even over de andere activiteiten van de vereniging – de sinterklaasoptocht, de muntenactie in de feestmaand, themaversiering rondom vader- en moederdag, de boeken- en cultuurmarkt – en zei dat er altijd nog wat te wensen viel. „Ik droom weleens van een klein schaatsbaantje in het centrum tijdens de wintermaanden.”

De zandsculptuur was ’s middags geopend door burgemeester Van Wingerden, in alles een VVD-vrouw.

De dranghekken stonden er nog.

Mensen maakten foto’s van het tijdelijke kunstwerk, waarin het logo van de ondernemersvereniging was verwerkt.

Ik liep naar het huis van mijn ouders.

Ik passeerde het leegstaande postkantoor op de hoek van de Hoofdstraat en de Kennedylaan, een pand dat volgens de secretaris van de ondernemersvereniging ideaal zou zijn voor een grand café. Even verderop was ‘Den Heuvel’, een parkeerplaats waaromheen de waarschijnlijk lelijkste flat van Nederland was gebouwd.

Er was een oploopje.

Een paar verdiepingen boven Chinees restaurant Blue Lotus – waar we wel eens aten op verjaardagen – was een woning uitgebrand.

De oorzaak van de brand was een ontplofte televisie.

De bejaarde bewoonster had direct na de explosie haar zoon gebeld, die bij de vrijwillige brandweer werkte. Hij redde zijn moeder en een kat uit het vuur. Moeder en zoon waren met ademhalingsproblemen naar het ziekenhuis gebracht.

Het was wachten op de dierenambulance, die zou komen voor de kat. Ze moesten omrijden vanwege een braderie.