Zwembroek aan

De onbezorgde vakantieherinnering aan de landing van een koninginnepage op een vlinderstruik bij het zwembad in Zuid-Frankrijk vervaagde snel toen ik thuis de oude kranten doorspitte. Op de voorpagina’s las ik over natuurrampen, moorden, een busongeluk. En een nieuw kabinet was er nog steeds niet.

Het voetbalnieuws stemde ook niet vrolijk. De Nederlandse clubs hadden het bijna allemaal moeilijk. Het faillissement van een bedrijfstak tekende zich af. Geen club kon de broek nog zelf ophouden. Ze stonden allemaal in het rood, mede door de enorme salarissen die de afgelopen jaren waren uitbetaald.

Miralem Sulejmani is zo’n jongen met een hoog salaris. Hij verkaste een paar jaar geleden van Heerenveen naar Ajax. De Servische voetballer kostte destijds 16 miljoen euro. Het grote talent stond nu alweer bij het grootvuil. Het Engelse West Ham United wilde zijn salaris misschien wel ophoesten.

Ik weet allang niet meer hoe Sulejmani voetbalt. Ik zou hem op straat ook zomaar voorbij kunnen lopen. Heeft hij nog een baard eigenlijk? De transfer met zijn nieuwe club ging niet door. Gedoe met regels. Sulejmani bleef voorlopig maar weer in Amsterdam.

Arme jongen.

Een zomer lang is de voetballer handelswaar. Smaakmakers als Brian Ruiz en Luis Suarez worden nog steeds in verband gebracht met buitenlandse clubs. Het is loven en bieden. Liegen en bedriegen. Clubliefde is een term uit de vorige eeuw.

Nog meer poenerigheid op de sportpagina’s van de oude kranten. De FIFA deed Nederland aan als mogelijke organisator van een WK. Geld en macht lijken belangrijker dan het simpelweg invoeren van een videocamera op de doellijn.

Als een komend WK in Nederland plaatsvindt, wil de FIFA belastingvoordeel en een aparte rijstrook op de snelwegen. Als je je daarover één keer achter de oren krabt, krijg je het predicaat ‘zuur’ opgespeld.

Voetbalbaas Sepp Blatter stelt hoge eisen aan het organiserende land. Ik heb ook een belangrijke eis: in ruil voor al het geld moet hij goed voetbal leveren op zijn toernooi. Kwalitatief was het afgelopen WK in Zuid-Afrika niet om over naar huis te schrijven.

In de zwemwereld geen verhalen over transfers en rode cijfers. Wat een genot was het om de afgelopen dagen naar de EK zwemmen in Boedapest te kijken. De sport heeft de gekte rond de snelle zwempakken goed doorstaan. De mannen moeten weer gewoon met een korte zwembroek van textiel het bad in.

De Duitse zwemmers klaagden steen en been: ze misten de snelle wonderpakken waarmee het zo makkelijk was records te verbeteren. De Nederlandse bondscoach Jacco Verhaeren diende ze van repliek: „Doe gewoon je zwembroek aan en ga zwemmen, klaar.”

Zo simpel is sport soms. Je zou het iedere voetballer in de transferperiode willen toeschreeuwen: „Doe gewoon je schoenen aan en ga voetballen, klaar.”

De stapel oude kranten ligt inmiddels in de papiercontainer. Vergeeld nieuws. De vakantie is voorbij. Ik ga me weer overgeven aan de sportgekte. Aan prestatiedwang, miskopen, doping, overtredingen, losse veters, klapschaatsen, managers en psychologen, huichelaars, uitslovers, twijfelaars, zwabberballen en aerodynamica.

Vooruit dan, snel, nog één keer omkijken naar de hete zomer: een duik in het zwembad, een stel slagen onder water, bovenkomen, uitrusten aan de kant en dan die grote vlinder op een struik zien landen.

Echt, ik had gewoon een zwembroek aan en ik ging zwemmen. Klaar.