Politie Amsterdam remt hulp aan collega's Suriname

Verschillende door Nederland gefinancierde hulp- en samenwerkingsprojecten in Suriname dreigen te sneuvelen nu Desi Bouterse daar president is geworden.

Het was waarschijnlijk het laatste bezoek van de Amsterdamse korpschef Bernard Welten aan Suriname. Afgelopen maart opende hij er nog een nieuw politiebureau en sprak hij met de toenmalige Surinaamse minister Santokhi van Justitie en Politie over paspoort- en identiteitsfraude, nieuwe automatiseringsprojecten én de aanstaande verkiezingen.

De afgelopen vier jaar investeerde Nederland voor 12,8 miljoen euro in politie en justitie in Suriname. Het wagenpark van de politie werd gemoderniseerd, er kwam een bikersteam en, behalve nieuwe politiebureaus, wordt er ook gebouwd aan nieuwe onderkomens voor het kantongerecht en het Openbaar Ministerie.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, de financier van die projecten, heeft tot 2011 nog 3 miljoen euro in kas. Maar het is de vraag of dat geld, nu Desi Bouterse president is, wordt uitgegeven. Het Amsterdamse politiekorps, in de praktijk de coördinator van al die projecten, heeft er de rem op gezet. „Voorlopig sturen we geen nieuwe mensen meer”, zegt een woordvoerder van het korps. „We kijken de situatie aan en nemen in september een standpunt in, na overleg met de Raad van Korpschefs.”

Dat betekent in de praktijk een forse aderlating voor de Surinaamse politie. Het Amsterdamse korps verleent het al jaren ondersteuning en fungeert als coördinator voor projecten van andere politiekorpsen en Binnenlandse Zaken en Justitie. In samenwerking met de gemeente Amsterdam was die inzet de afgelopen jaren goed voor de bouw van zes politiebureaus, inclusief het hoofdbureau van politie en de huisvesting van de landelijke antiterreureenheid.

De Surinaamse collega’s kregen verder training voor arrestatieteams en de antiterreureenheid, en er werden Amsterdamse buurtregisseurs gedetacheerd. Met hulp van het ministerie van Justitie werd het gevangeniswezen gereorganiseerd en konden criminele jongeren als taakstraf worden ingezet bij de renovatie van Fort Nieuw Amsterdam. Een aanpak die het ministerie van Justitie ‘structureel’ zou blijven financieren, was eind vorig jaar nog de afspraak.

Vorige week bepleitte Fred Teeven, justitiewoordvoerder voor de VVD in de Tweede Kamer, dat de samenwerking met Suriname op een laag pitje wordt gezet.

De ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie houden zich voorlopig aan de lijn van Buitenlandse Zaken. Die komt er op neer dat ‘Nederland blijft streven naar een zakelijke en betrokken relatie met Suriname’. „De betrokkenheid van justitie is vastgelegd in overeenkomsten en die komen we gewoon na”, aldus een woordvoerder van Justitie. Maar in de praktijk, bevestigen betrokkenen, is de toekomst van politie- en justitieprojecten mede afhankelijk van de vraag wie er in Suriname op sleutelposities benoemd worden.

Maar voor nieuwe projecten moet ook nog financiering gevonden worden, nu de geldstroom vanuit de ontwikkelingsfondsen eind volgend jaar stopt. En het is de vraag of een nieuw kabinet daar in de komende bezuinigingsslag nog ruimte voor heeft.

Ook de gemeente Amsterdam beraadt zich op de toekomst van de samenwerkingsprojecten in Suriname. Via de gemeentelijke dienst Internationale Projecten ondersteunt Amsterdam tal van projecten in Suriname, uiteenlopend van de bouw van die nieuwe politiebureaus en van een nieuwe satellietstad bij Paramaribo (Richelieu), tot de opzet van een nieuw grondontwikkelingsbedrijf. Die bijstand betreft vooral ambtelijke ondersteuning vanuit Amsterdam. Zo is er voor volgend jaar een crisistraining voor de Surinaamse Raad van Ministers gepland.

Burgemeester Van der Laan, verantwoordelijk voor het gemeentelijke internationale beleid, komt op korte termijn met nieuwe beleidsvoorstellen, die eerst in het college van B en W en vervolgens met de gemeenteraad worden besproken, aldus zijn woordvoerder.

Ook de samenwerking op het gebied van defensie staat onder druk. Nederlandse militairen trainen regelmatig in de jungle van Suriname. Zo kan de Nederlandse krijgsmacht trainen onder hoge temperaturen en in gevarieerd en moeilijk begaanbaar terrein. Bij de trainingen wordt gebruikt gemaakt van kampementen van het Surinaamse leger.

Staan de trainingen nu onder druk? Een woordvoerder van het ministerie van Defensie zegt dat de trainingen voor dit najaar al eerder zijn geschrapt als gevolg van bezuinigingen op het oefenbudget. „Het ligt in de bedoeling de trainingen in 2011 te hervatten.” Die zouden dan bovendien worden uitgebreid van 60 naar 120 Nederlandse militairen.

De defensiewoordvoerder: „Wat de benoeming van Bouterse betekent voor de jungletraining, is vooralsnog onbekend.”