Overstromingsramp gevolg van mismanagement

Het water in de ondergestroomde gebieden in Pakistan trekt zich terug.

Maar voor de vluchtelingen zijn de ontberingen nog lang niet over.

Later als hij groot is, wil Kaleem Ullah (10) ingenieur worden. Maar voorlopig staat zijn school nog tot aan het dak onder water. Zijn huis is meegesleurd door het snel stromende water. Zijn lesboeken en schriften zijn verdwenen in woeste draaikolken, bruin van opdwarrelend slib. De vier melkkoeien en twaalf geiten van zijn vader zijn verdronken.

Kaleem, zijn vader en moeder, zijn vijf broers en zijn zus zitten in een kamp voor ontheemden in het hart van de Pakistaanse provincie Punjab. Veertien dagen geleden werden zij en hun dorpsgenoten in hun slaap opgeschrikt door de snel wassende Indus. Er was het onheilspellende geluid van een onzichtbare vloedgolf in de nacht. Het geschreeuw van mensen in de verte. Tijd om iets in te pakken, was er niet. De dorpelingen vertellen over achtergelaten vee, over achtergebleven sieraden en spaargeld. ,,Niemand heeft ons van tevoren gewaarschuwd ”, zegt een man.

Kaleem was bang. Hij moest huilen, zegt hij. Maar nu kan hij alweer glimlachen. Trots laat hij het speldje op zijn borst zien, de Pakistaanse vlag, dat hij gisteren heeft gekregen. Toen was het de Dag van de Onafhankelijkheid. Maar ’s avonds, na het breken van het vasten, moest hij met een lege maag naar bed. Net als iedereen in het kamp. En ook vanochtend vroeg was er geen ontbijt. Misschien dat er vanavond wel een maaltijd is. Maar zeker is dat niet.

Gebrek aan voedsel is het grote probleem, zeggen hulpverleners in Muzaffargarh. Afgelopen week dreigde de stad zelf onder te lopen. Dat gevaar is nu geweken. Zaterdag keerden de gevluchte inwoners terug naar hun huizen. Maar voor de honderdduizenden vluchtelingen in de overstroomde buitengebieden, zijn de ontberingen nog lang niet over. Het slechtst zijn de mensen er aan toe die nog steeds vastzitten op afgelegen stroken, ingesloten door de watermassa. Het leger probeert hen vanuit de lucht te helpen. Maar ook degenen die verblijven in een van de meer dan dertig kampen bij Muzaffargarh, hebben weinig reden tot vreugde.

,,We hebben eenvoudigweg niet voldoende voedsel ”, verzucht een medewerker van de Pakistaanse hulporganisatie die het kamp heeft ingericht waar Kaleem en zijn familie verblijft. Dat wil zeggen: er is misschien wel genoeg voedsel beschikbaar, vooral dankzij particuliere donaties, maar de distributie daarvan door de lokale autoriteiten deugt niet.

Politiek activist A.B. Mujahid , geboren en getogen in Muzaffargarh, spreekt over een ,,politiek debacle” . Iedereen heeft het over een natuurlijke calamiteit, en dat is natuurlijk ook zo, zegt hij. Maar de ramp die het district Muzaffargarh heeft getroffen, is net zo goed het gevolg van opzettelijk mismanagement. Ze was te voorkomen, zegt hij.

Toen het peil van de Indus begin deze maand steeds verder steeg, hadden duizenden hectares land onder water gezet moeten worden. Dat gebied was daarvoor bestemd. Maar de familie die het land in bezit heeft, met grote politieke invloed, verzette zich. Het gebeurde niet. En toen later op een andere plek de afwateringssluizen van een belangrijk irrigatiekanaal moesten worden opengezet, bleken die niet te werken. Er was sinds het vertrek van de Britse kolonisators nooit onderhoud gepleegd. En dus braken de dijken.

Zo voltrok zich het voorspel van de watersnood, met mogelijk verstrekkende consequenties , vreest Mujahid. Hij is ook hoofdredacteur en uitgever van het Urdu-talige tijdschrift Jaloos. In dat blad heeft hij het afgelopen half jaar gewaarschuwd voor Talibalisering in het zuiden van Punjab. Door de huidige overstromingen zijn huizen, bruggen, wegen en irrigatiekanalen vernield. Landbouw en economie lijden zware schade. ,,Als het water eenmaal weg is, zullen we de ware omvang van de crisis te zien krijgen”, zegt Mujahid. „Toenemende werkloosheid, armoede en ongeletterdheid vormen de perfecte voedingsbodem voor onvrede en onrust. Ik ben bang dat extremistische organisaties de komende tijd gebruik gaan maken van de situatie om jongeren te rekruteren.”