Opnieuw aanslag in Noord-Ierland

Een bomontploffing in de stad Lurgan in Noord-Ierland heeft het afgelopen weekeinde drie schoolkinderen licht verwond. De bom was verstopt in een vuilcontainer en vermoedelijk bedoeld voor de politie. De aanslag was de ergste van een aantal recente gewelddadige incidenten in de Britse provincie.

De bomexplosie viel samen met een grote protestantse mars in de nabijgelegen stad Londonderry. Dissidente republikeinse groeperingen die zich hebben afgesplitst van het Ierse Republikeinse Leger (IRA) lijken verantwoordelijk. Zij hebben de afgelopen maanden hun aanslagen op politie en militairen opgevoerd, naar wordt aangenomen om de groeiende samenwerking tussen protestantse unionisten en katholieke nationalisten in het Noord-Ierse zelfbestuur te bemoeilijken. Alle partijen, ook het republikeinse Sinn Féin, hebben de aanslag veroordeeld.

De politie zegt dat het „een wonder” is dat alleen drie spelende kinderen door de bomontploffing gewond zijn geraakt. Zij vergelijkt de aanslag met die in Omagh, twaalf jaar geleden, waarbij 29 doden vielen. Ook toen was er een vage waarschuwing vooraf die de politie ertoe bracht ergens een afzetting te vormen, waarna op die plaats een bom afging.

De politie blijft doelwit van tegen het vredesproces gekante dissidenten, zoals onder meer blijkt uit een aantal aanslagen op (katholieke) politieagenten in de afgelopen maanden. Onder hun auto’s werden bommen geplaatst. Daarbij vielen geen doden.

De gematigd nationalistische SDLP vindt dat uit de golf aanslagen blijkt dat MI5, de Britse inlichtingendienst, kennelijk niet bij machte is die te voorkomen. Zij wil dat de politie, als vanouds, weer verantwoordelijk wordt voor het inlichtingenwerk.

Noord-Ierlands vicepremier Martin McGuinness (Sinn Féin) zegt dat in het geheim besprekingen gaande zijn van Dublin en Londen met dissidente republikeinen. Hoewel beide regeringen het ontkennen, nemen waarnemers aan dat zij in toenemende mate ongerust zijn over het standhouden van het vredesproces.