Na 65 jaar aarzelend beginnen te praten

Pas sinds 1988 worden jaarlijks op 15 augustus bij het Indiëmonument in Den Haag de Japanse capitulatie en de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in de Oost officieel herdacht. Die bijeenkomsten zijn meestal vitaler dan de Nationale Dodenherdenking van 4 mei op de Dam.

De late maatschappelijke erkenning van het door de oorlog in Nederlands-Indië veroorzaakte leed zorgde ervoor dat nog veel verhalen niet verteld zijn. En de Bekende Nederlanders die als betrokken gastspreker worden uitgenodigd staan vaak op scherp, zoals drie jaar geleden een van woede sidderende Willem Nijholt.

Zanger en tekstschrijver Boudewijn de Groot wilde in interviews nooit veel kwijt over de dood van zijn moeder in een jappenkamp, kort na zijn geboorte. Gisteren legde hij, deels op rijm en in het door hem gezongen liedje Achter glas, uit waarom. De Groot eindigde zijn verhaal, waarin hij zichzelf als baby met bolle buik voorstelde, onwetend van wat er om hem heen gebeurde, als volgt: „Al die tienduizenden aan de spoorlijn, in de kampen, ze zwegen omdat ze moesten zwijgen. Ik ben nooit in de hel geweest, dus...wat kan ik zeggen?”

Zelden werd de perceptie van de tweede generatie oorlogsslachtoffers, in Europa of in Azië, zo treffend verwoord als in De Groots imposant bescheiden bewoordingen. De NOS deed er voorbeeldig verslag van, rechtstreeks en in een samenvatting ’s avonds. Daarin werd ook uitvoerig gesproken met Dinand Woesthoff en Dennis van Leeuwen, dertigers uit de Haagse rockband Kane, die pas net begonnen zijn hun Indische wortels te onderzoeken en het zwijgen van hun vaders te doorbreken.

Ook plaatste Ad van Liempt, eindredacteur van De oorlog (NPS), de documentaire Omdat wij mooi waren in een context. De NOS koos voor die nieuwe titel in plaats van het oorspronkelijke Troostmeisjes. Van Liempt stelde voor die eufemistische benaming, een ongelukkige vertaling van comfort girls, voor door de bezetter tot prostitutie gedwongen jonge vrouwen, voortaan helemaal te vergeten.

De voortreffelijke documentaire van Frank van Osch voegt iets wezenlijks toe aan de eerder verschenen boeken en tentoonstelling over het onderwerp. De tot icoon geworden foto van Jan Banning van een broze 84-jarige vrouw met wollen muts en verbitterde blik, krijgt bijvoorbeeld een stem. Ze heet Wainem en wil zoals de meeste overlevenden ook liever zwijgen over het verleden.

De film maakt pas goed duidelijk hoe belangrijk de rol van antropoloog Hilde Janssen was bij het project. Ze houdt handen vast, spreekt ontkenningen nauwelijks tegen en verleidt met liefde en respect tot het vertellen van verhalen. Wij willen ze nu wél horen.