Moskee NY wordt verkiezingsthema

Hij had zich vóór noch tegen een islamitisch centrum bij Ground Zero uitgesproken, zei president Obama zaterdag. Maar toen was de Republikeinse aanval op hem al ingezet.

Barack Obama gaf het afgelopen weekend twee verklaringen om zijn positie over het beoogde islamitisch centrum bij Ground Zero in New York toe te lichten. Dat alleen al illustreert dat de Amerikaanse president zichzelf in een moeilijke positie heeft gebracht. Een snelle uitweg is niet in zicht.

Vrijdagavond, tijdens een diner in het Witte Huis ter gelegenheid van ramadan, benadrukte Obama dat elke Amerikaan op particuliere grond in Manhattan een moskee mag bouwen. „Als burger en als president geloof ik dat moslims in dit land hetzelfde recht hebben hun geloof te belijden als ieder ander”, zei hij.

Een dag later, op bezoek in Florida, legde hij uit dat zijn woorden slechts betrekking hadden op de vrijheid van godsdienst. „Ik gaf geen commentaar – en ik zal geen commentaar geven – op de wijsheid van de beslissing om op die plaats een moskee neer te zetten”, aldus de president.

Zo leek hij steun te geven aan beide kampen in het debat. De voorstanders van de moskee, zoals burgemeester Michael Bloomberg van New York, benadrukken dat het hier gaat om de vrijheid van godsdienst. De tegenstanders – Republikeinen als Sarah Palin en Newt Gingrich – zeggen dat het onkies is tegenover de nabestaanden van de aanslagen van 11 september 2001 om op 180 meter van Ground Zero een islamitisch centrum te bouwen.

Een lange rij Republikeinse critici stond gisteren klaar om de dubbelhartigheid van de president te bekritiseren. „Dit is waarschijnlijk het domste wat hij ooit heeft gezegd”, zei Ed Rollins, voormalig adviseur van Reagan, tegen CBS. Hij voorspelde dat de moskee „een zeer groot onderwerp” wordt bij de Congresverkiezingen in november.

In dat laatste lijkt Rollins gelijk te krijgen. De kans is groot dat de Democraten hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden verspelen. Het geringe herstel van de economie en de onvrede over de groeiende rol van de overheid spelen hierbij een hoofdrol. En Republikeinen zien duidelijk kansen door ‘de moskee’ aan de pijnpunten toe te voegen.

Zij zijn er de laatste maanden in geslaagd het onderwerp te brengen als een keuze tussen radicale moslims en slachtoffers van 9/11. Newt Gingrich, de conservatief die zich opmaakt voor een gooi naar het Witte Huis in 2012, zei nog in het weekeinde dat Obama „zich uitlevert aan de radicale islam”. In werkelijkheid zijn er geen aanwijzingen dat de initiatiefnemers van het islamitisch centrum een relatie met radicale moslims onderhouden: imam Feisal Abdul Rauf, het gezicht van de groep, reisde al voor de regering van George W. Bush door de moslimwereld om uitleg over de positie van de Verenigde Staten te geven. Hij doet hetzelfde voor Obama.

Het thema van de moskee is voor Republikeinen ook interessant om de onvrede over de terreuraanpak van Obama en de Democraten te voeden. De geplande sluiting van Guantánamo Bay en de berechting van terreurverdachten in civiele in plaats van militaire rechtbanken moest de regering al opschorten omdat het publiek het niet steunde.

Tegelijkertijd blijkt er nog altijd een groot wantrouwen tegen de persoon van de president te bestaan. Hij moet al sinds 2007 de valse claim weerleggen dat hij moslim is, en nog onlangs leerde onderzoek dat een kwart van de kiezers (41 procent van de Republikeinen) vermoedt dat hij niet in de VS is geboren.

Intussen verharden Republikeinen hun opstelling tegenover de islam. De twee regeringen-Bush onthielden zich van elke expliciete islamkritiek. De aanslagen van 11 september waren geen product van de islam maar van terrorisme, zei Bush bij herhaling. Maar Republikeinen als Gingrich en Palin deinzen er nu niet voor terug terreuraanslagen direct met de islam te verbinden. Dat wil niet zeggen dat zij de islam als gewelddadige ideologie bestempelen – voor die opvatting bestaat onder conservatieve Republikeinen nog altijd amper aanhang.

Hoe dit ook zij, er is niets dat de discussie over deze moskee voor Obama aantrekkelijk maakt. Bovendien heeft hij er niet eens zeggenschap over: het stadsbestuur van New York bepaalt of het islamitisch centrum aan de wettelijke voorschriften voldoet, en heeft overigens groen licht voor de bouw gegeven.

De enige persoon die Obama hieruit kan redden, is de projectontwikkelaar van het islamitisch centrum, de in Brooklyn geboren Sharif El-Gamal. Hij laat de laatste dagen merken open te staan voor een andere locatie voor het islamitisch centrum. Als dat zou gebeuren, is dat voor Obama en de Democraten een enorme opluchting.