Met gitaar naar het Witte Huis

De rapper-producer Wyclef Jean hoort morgen of hij zich kandidaat mag stellen voor het presidentschap.

„Ik ben opgeroepen door de jeugd van Haïti.”

„Wordt dit zijn laatste concert voor de komende jaren?”, schreeuwt de organisator van de Antilliaanse Feesten vrijdagnacht uit over de duizenden toeschouwers. Het Belgische optreden van rapper-producer Wyclef Jean, die morgen hoort of zijn kandidatuur voor het presidentschap van Haïti is geaccepteerd, krijgt zo een vleugje momentum.

Het armste land van het westelijk halfrond, ineengestort tijdens de grote aardbeving in januari, hoopt op een sterke president na de zwakke regering van René Préval. Sinds Jean (37) zich onlangs inschreef als kandidaat, zijn de media op de verkiezingen van 28 november gedoken.

„Deze verkiezingen draaien niet om mij”, benadrukt Jean kort voor de show tijdens een late persconferentie in Hoogstraten, net over de grens bij Breda. „Ik ben opgeroepen door de jeugd van Haïti.”

In interviews profileert Jean, die met het hiphoptrio The Fugees in de jaren negentig miljoenen albums verkocht, zich nu als leider. Ook deze avond praat hij over zijn vier speerpunten onderwijs, werkgelegenheid, landbouw en veiligheid. Onder het tafelkleed zijn nog net zijn zwarte Adidassen te zien.

Van Port-au-Prince is Jean via Guadeloupe in acht uur naar Parijs gevlogen, van Parijs was het vier uur met de auto naar België, vertelt hij. En nu zit hij in het kale clubhuis van Manege De Blauwbossen op wiens terrein het festival wordt gehouden, in het flitslicht van fotografen. Zijn kolossale roadie naast hem valt bijna letterlijk om van de slaap.

Voordat hij officieel kandidaat is, kan hij nog niet zoveel zeggen over zijn beleidsplannen, zegt Jean. „Maar ik praat met de beste economen en landbouwkundigen.”

Over het gebrek aan ruimte voor nieuwe opvangkampen bijvoorbeeld, omdat Port-au-Prince nog vol ligt met puin, en de eigenaren van vrije stukken grond vaak onbekend zijn. Jean: „Ik zie het als een kans om met de decentralisatie van het overbevolkte Port-au-Prince te beginnen. Er leven anderhalf miljoen mensen in tenten. Als we agrarische gemeenschappen buiten de stad inrichten, kunnen we een deel van die mensen evacueren. Denk aan een mangodorp, een suikerrietdorp. Met de producten van die agrarische gemeenschappen kunnen we de export stimuleren. En landbouw is goed om de CO2 in de lucht te verminderen. Dus ja, wie weet duurt het tien jaar voordat het puin is opgeruimd, maar we kunnen nu al ‘groen’ beginnen aan de stadsranden.”

„De wet en de openbare orde zullen gerespecteerd worden”, als Jean president is, zegt hij. „Het is niet gek dat er zoveel corruptie in Haïti is als je weet dat politieagenten al negen maanden niet zijn uitbetaald. Dat advocaten en rechters niet weten of ze volgende maand salaris krijgen. De corruptie is geïnstitutionaliseerd, omdat mensen geld nodig hebben. Ik zal niet zacht optreden tegen corruptie, maar je moet er wel banen tegenover stellen.”

Zelf is Jean bekritiseerd omdat hij vierhonderdduizend dollar van zijn hulporganisatie Yéle Haiti (vrij vertaald: Schreeuw Haïti) voor onder meer een benefietconcert en een eigen tv-zender zou hebben gebruikt. Hij zou een belastingschuld van 1,2 miljoen dollar hebben. Het geeft alleen maar aan „hoeveel Wyclef per jaar verdient” heeft hij daarover eerder gezegd, en dat de financiële problemen van de Haïtiaanse regering wel wat groter zijn.

„Ik zit sinds mijn achttiende in het vak en ben gewend dat ik onder het vergrootglas lig”, is zijn enige commentaar in België. „Mensen gunnen je geen succes.”

De nieuwe bankiers van Haïti zijn de diaspora, volgens Jean. De welvarende migranten in wereldsteden als Montreal, Parijs, Miami en New York, zoals hijzelf als inwoner van New Jersey. Nu al krijgt eenderde van de huishoudens in Haïti geld van overzee, volgens de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank. Jean wil via zijn internationale netwerk de diaspora aansporen te „investeren” in Haïti. In ruil daarvoor wil hij de dubbele nationaliteit in Haïti legaliseren en hen stemrecht geven. „Haïti heeft geen lokale president nodig, maar een ‘globale president’. Iemand die rond de wereld reist.”

De Fanmi Lavalas-partij (partij van de Waterval-Familie) van de verbannen oud-president Jean-Bertrand Aristide verwijt Jean een stroman te zijn voor de top van de Amerikaanse politiek en bedrijfsleven. „Maar ik ben geen marionet”, zegt hij. „Ik sta voor mezelf: Wyclef.”

Met internationale donoren hoopt Jean onder meer gratis onderwijs te financieren. „Het is een systeem dat ook in Kenia, Marokko en sommige Zuid-Amerikaanse landen bestaat”, zegt hij.

Maakt hij bij de verkiezingen een kans? „Dat moet je aan mijn moeder vragen. Zelfs als we verliezen, hebben we toch gewonnen. Omdat we een politieke beweging hebben opgericht, Fas a Fas (Face to Face). Een beweging om de jeugd van Haïti een stem te geven. En daar moeten de politici wel naar luisteren.” De electorale strategie van Jean is duidelijk. De helft van de Haïtianen is onder de twintig. „Als ik word gekozen, dan moet muziek de komende vijf jaar de kast in”, zegt hij. „Maar ik neem wel een een gitaar mee naar het Witte Huis.”

Voor het zover is, belooft Jean „een hele bijzondere campagne” – muziek is niet uitgesloten. „Everybody who loves Haiti let me see your two hands up in the air right now”, rapt hij tijdens het concert. En daar klimt al een meisje op het podium.

Bekijk het optreden van Wyclef in België via nrcnext.nl/links