Macht commissaris bij Nederlands bedrijf kan buitenlandse eigenaren nog verrassen

Voor aanvang UR vergadering (2005)De afwijzing van het massaontslag bij het (Amerikaanse) Organon laat  zien dat buitenlandse bedrijven onbekend zijn met Nederlandse raden van commissarissen.  Dat een groep externe adviseurs de dienst in een bedrijf kan uitmaken, is in de VS  ondenkbaar. Wat houdt de macht van de Nederlandse rvc precies in en waar komt die vandaan?

Lees hier op de site het nieuws over Organon.  En hier voor abonnees het artikel uit de krant (klik op ‘zoek’). De zogeheten ‘structuurregeling’ van venootschappen, zoals Nederland die kent, is uniek in de wereld. Het is een wettelijke regeling die grote NV’s en BV’s verplicht een raad van commissarissen in te stellen met vergaande bevoegdheden.

‘Het wonder van Den Haag’

In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de commissie-Verdam met een rapport over de herziening van het ondernemingsrecht. Geheel volgens de tijdgeest wilde de commissie toe naar meer samenwerking tussen bestuursorganen en meer zeggenschap voor de werknemers. De onderneming moest ’maatschappelijker’ worden.

Een oplossing werd gevonden in een grotere rol voor de rvc. Deze moest meer macht krijgen binnen de vennootschap en de werknemers moesten op hun beurt weer invloed krijgen op de samenstelling van dit orgaan. Maar hoe precies - daar kwam de commissie niet uit.

Niet lang daarna adviseerde de Sociaal-Economische Raad een systeem in te voeren waarbij de rvc haar eigen leden benoemt.  Daarbij hebben de aandeelhouders en werknemers evenveel recht hebben om een kandidaat voor te dragen. Om de macht van de aandeelhouders in te perken zouden belangrijke bevoegdheden van de aandeelhouders worden overgeheveld naar de rvc. Die zou voortaan bestuurders kunnen benoemen en ontslaan en ingrijpende bestuursbesluiten kunnen goedkeuren. Het nieuwe plan ging de geschiedenis in als ‘het wonder van Den Haag’.

Structuurregime

In 1971 werd het voorstel omgezet in een wet. Officieel heette het de ‘regeling van de raad van commissarissen bij de grote vennootschap’, maar al gauw had iedereen het over ‘het structuurregime’ (voor NV’s artikel 158 t/m 164 en voor BV’s artikel 268 t/m 274 van boek 2 BW).

Sindsdien is het regime automatisch van toepassing als een vennootschap drie jaar lang aan de volgende eisen voldoet:
- het kapitaal en de reserves die het bedrijf verplicht moet aanhouden, is minimaal 16 miljoen euro;
- het bedrijf heeft een ondernemingsraad;
- bij het bedrijf werken in Nederland minstens 100 werknemers.

Typisch Nederlands

Veel grote Nederlandse bedrijven vallen in deze categorie en hebben dus verplicht een rvc. Maar ook zonder die verplichting is er in Nederland een traditie van toezicht, controle en goedkeuring, waar buitenlandse bedrijven zich wel eens op verkijken. Nederland houdt namelijk als een van de weinige landen  (samen met Duitsland, Denemarken en Oostenrijk) vast aan een ‘two tier’-systeem, met twee lagen. Daarbij wordt de macht verdeeld tussen het bestuur en de commissarissen. Ook bedrijven die niet onder het structuurregime vallen, hebben dus bijna altijd een rvc, zij het met minder bevoegdheden.

Dan zijn er nog varianten, zoals het verzwakte structuurregime, waarbij bepaalde bevoegdheden weer vervallen, of de totale ontheffing van het regime. Voor Nederlandse bedrijven is dit soms al een verwarrende situatie, laat staan voor wie gewend is aan het rechttoe rechtane, Angelsaksische ‘one tier‘-model, waarbij één orgaan het voor het zeggen heeft.

De verschillen tussen de Angelsaksische landen en ‘Rijnlandse’ landen zijn uiteindelijk terug te voeren op het verschil in visie op de onderneming. Is het bedrijf alleen van de aandeelhouders of ook van de werknemers en andere belanghebbenden? Lees hier meer over de diverse belangen en hoe deze soms kunnen botsen.

Tegenstanders van het structuurregime noemen als kritiekpunt dat het de gedaante kan aannemen van een beschermingsmaatregel, om kapitaalverschaffers op afstand te houden of de invloed van een nieuwe aandeelhouder in te perken. Een ‘ongewenst neveneffect’, waarvan de werknemers bij Organon nu dankbaar gebruikmaken. Of het ze lukt is de vraag, maar het zal niet de eerste keer zijn dat een rvc met succes de plannen van een buitenlandse moeder dwarsboomt.

Bij Corus wilden de Britten na de overname van Hoogovens IJmuiden in 2003 de aluminiumtak verkopen. De rvc weigerde het besluit goed te keuren, omdat de opbrengst rechtstreeks naar de Britse staalbedrijven zou gaan. De zaak kwam uiteindelijk voor de Ondernemingskamer, die oordeelde dat de verkoop niet mocht doorgaan. Lees hier de uitspraak van de rechter: in overweging 3.11 wordt onderstreept dat de commissarissen een volwassen eigen verantwoordelijkheid hebben, waarvoor de eigenaar ‘in redelijkheid tijd en gelegenheid’ moet bieden om die waar te maken. Een paar jaar later werd het onderdeel overigens alsnog verkocht, aan een andere bieder. Op deze video van BNR Nieuwsradio en Van Doorne advocaten discussiëren commissarissen met het kamerlid Ewout Irrgang (SP) over de rol van commissarissen bij bedrijven.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=9EJFpQKwZAw[/youtube]

Wat vindt u? Is het Amerikaanse model met een bestuurslaag bij een onderneming beter, of het Nederlandse, waar externe adviseurs toezicht uitoefenen?

Reageren en nuanceren verplicht. Volledige naamsvermelding. (dwz reacties met alleen een voornaam of een pseudoniem worden niet geplaatst)