Kabinet meteen naar huis

Colijn formeerde in 1939 een zakenkabinet. Niemand wilde het, behalve koningin Wilhelmina. Het kabinet overleefde zijn regeringsverklaring niet.

Zodra de hoop op regeringsdeelname is vervlogen, krijgen de verliezers bij de formatie veelal een nieuwe hoop: de korte levensduur van het nieuwe kabinet. Over de coalitie van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV valt nu bijvoorbeeld te horen dat deze te broos is om lang te zitten.

Het vijfde kabinet-Colijn werd in 1939 zelfs direct na het afleggen van de regeringsverklaring door een ruime meerderheid van de Tweede Kamer weer naar huis gestuurd. „De Kamer overwegende dat de kabinetsformatie niet heeft geleid tot het optreden van een kabinet dat de nodige waarborgen biedt voor een deugdelijke behartiging van ’s lands belang in gemeen overleg met de Staten-Generaal, keurt het optreden van dit kabinet af”, luidde de motie van afkeuring die werd aanvaard.

Waarom was dat blijkbaar zo ongewenste kabinet eerder die week toch beëdigd? Het had veel te maken met de druk die koningin Wilhelmina uitoefende. In de zomer van 1939 viel het vierde kabinet van de antirevolutionair Colijn door een conflict met zijn katholieke coalitiepartner. Aan vervroegde verkiezingen na een kabinetsbreuk werd toen nog niet gedacht. Bovendien was volgens de koningin haast geboden wegens de oorlogsdreiging in Europa. „Ik mag niet langer lijdelijk toezien dat het Vaderland aan partijoverwegingen ten offer zou vallen”, zei zij tegen haar vaste adviseurs. De demissionaire Colijn moest van haar werken aan „een kabinet” voor de resterende twee jaar tot aan de verkiezingen.

Wegens de internationaal gespannen toestand streefde Colijn naar een kabinet op zo breed mogelijke basis en dus niet meer een regeerploeg die alleen bestond uit de drie christelijke partijen, zoals zijn vorige kabinet. De katholieken herinnerden echter aan de breuk met Colijn in het vorige kabinet, terwijl ook de sociaal-democraten er niets voor voelden onder Colijn te dienen. Voor Colijn zat er niets anders op zijn formatieopdracht terug te geven. Daarna benoemde Wilhelmina de katholieke staatsraad Koolen tot formateur. Die gaf zijn opdracht al na vier dagen terug, omdat hij het niet eens kon worden met zijn eigen partijgenoten van de Rooms-Katholieke Staatspartij.

Wilhelmina droeg Colijn wederom op „een kabinet” te vormen. Hij schreef toen eerst een programma en zocht er zo veel mogelijk niet-partijgebonden ministers bij. Een zakenkabinet dus, dat niet van een meerderheid in de Kamer was verzekerd. Sterker nog: de meerderheid in de Kamer had inmiddels nauwelijks vertrouwen meer in Colijn. Die kende het risico, zo bleek uit een pas veel later bekend geworden persoonlijke brief van Colijn. „De Roomschen zijn dol woedend. Zij kunnen met de SDAP elk ogenblik het kabinet ten val brengen.” Dat ogenblik volgde al heel snel. Namelijk direct nadat het vijfde kabinet-Colijn zijn opwachting in de Kamer had gemaakt.

Mark Kranenburg