John Lennon is hier geweest

Een halve eeuw geleden vertrokken de nog onbekende Beatles naar Hamburg. Ze stopten even in Arnhem en daar greep John Lennon zijn kans.

Elly Witten (72) kan het zich een halve eeuw later nog goed herinneren. Een stel Engelssprekende knullen die in de winkel rondhingen en toen ze vertrokken waren, was er een mondharmonica weg. Jaren later kwam ze erachter dat de dief John Lennon was en sindsdien moet ze het verhaal telkens opnieuw vertellen. The Beatles kwamen in 1960 in Arnhem terecht op doorreis naar Hamburg. Allan Williams, hun toenmalige manager, had optredens in Hamburg geregeld. Met een busje bracht hij de groep uit Liverpool persoonlijk naar Duitsland. Op 16 augustus ging het gezelschap aan boord in het Zuid-Engelse Newhaven voor de nachtelijke overtocht naar Hoek van Holland. Williams, die zijn memoires schreef onder de titel The Man Who Gave The Beatles Away, kende de naam Arnhem wel van de oorlog en besloot onderweg te stoppen bij het geallieerde oorlogskerkhof in Oosterbeek. In een opwelling verzamelde iedereen zich bij de gebeitelde tekst op het oorlogsmonument: ‘Their name liveth for evermore’. The Beatles waren toen een nog onbekend vijfmansbandje. Pete Best was de drummer en Stuart Sutcliffe de basgitarist. Lennon had volgens Williams geen zin om het kerkhof te bekijken en bleef achter in het busje. Na het uitstapje in Oosterbeek reed het gezelschap naar Arnhem, waar in het centrum werd gestopt. The Beatles besloten een kijkje te nemen in een muziekwinkel. Williams zelf bleef buiten, zo schrijft hij in zijn boek, dat uitkwam in 1975. „Ik had met ze mee naar binnen moeten gaan”, aldus Williams, die even later hoort dat Lennon een mondharmonica heeft gestolen. De manager knijpt ’m: „Dat was net wat we nodig hadden – eindigen in een Arnhemse gevangenis.” The Beatles hebben geluk want nog diezelfde dag bereiken ze Hamburg zonder problemen. Een paar jaar na het verschijnen van Williams’ boek informeren radiomakers van de KRO bij Bergmann Muziek aan de Koningstraat in Arnhem of de zaak inderdaad al bestond in 1960. Ze vertelden over de diefstal. „Ineens schoot het mij te binnen”, zegt Elly Witten-Kox. „Ik was toen verkoopster in die winkel en ik herinnerde mij een stel knullen die een mondharmonica hadden gestolen.” Ze was 22 jaar toen en zo vaak waren er geen Engelse klanten. Ze wist nog hoe de baas haar zei die jongens in de gaten te houden. Toch ontbrak er een mondharmonica, een Hohner Marine Band, toen ze weg waren. „De werkster is ze nog achternagerend, maar ze zag niemand meer.” Met haar latere echtgenoot Jan nam Elly Witten in 1975 de winkel over. Er kwamen mensen die de grond kusten en zeiden: „Dit is heilige grond. Hier hebben the Beatles gelopen.” Zelf houdt het echtpaar meer van klassiek. Onder Beatlesfans is Bergmann Muziek in Arnhem beroemd, omdat de mondharmonica zou zijn gebruikt op Love me do, de eerste single van the Beatles. Op de website van de winkel is het mondharmonicaverhaal niet te vinden. Inmiddels wordt Bergmann gerund door dochter Marieke Witten. Mondharmonica’s zijn er niet te koop.