En ook nooit meer scheert de bal de lat

Door een waarnemer werd de stelling betrokken dat de term ‘rust’, in de betekenis van pauze tussen de twee speelhelften, uit het vocabulaire van de voetbaljournalistiek is verdwenen.

Kort archiefonderzoek wees anders uit. Nog maar een week geleden wist Feyenoord, aldus Trouw, pas „na rust” raad met FC Utrecht en volgens de Volkskrant ging PSV „na rust langs opgebrand Heerenveen”. Het zal regelmatig gebeuren, verwachtte coach Mario Been van Feyenoord in NRC Handelsblad, „dat ik in de rust met een hartslag van 200 de kleedkamer in stap”. Zo’n pauze is dus niet alleen van fysieke betekenis, maar heeft ook therapeutische waarde.

De stelling deed de vraag rijzen of de schitterende, mysterieuze uitdrukking, ‘na rust waren de bordjes verhangen’, geheel in onbruik is geraakt. Zonder twijfel is deze frase taboe verklaard in de sportjournalistiek en anders wel door clichéschuwe eindredacteuren. Tenslotte scheert de bal ook nooit meer de lat. Maar zie: in oktober 2007 zijn de magische woorden nog aangetroffen. In het clubblad van de oude en eerbiedwaardige Koninklijke HFC uit Haarlem. Tijdens de wedstrijd

HFC D5 - RCH D1 waren „na rust de bordjes verhangen”. HFC stond met 2-0 achter, maar sleepte er in de tweede helft nog een gelijkspel uit, 3-3. We hebben het hier over pupillenvoetbal, dus er is nog hoop voor dit gezegde.

De waarnemer was bij haar waarnemingen niet op haar ogen, maar op haar oren afgegaan. Zij doelde op televisieverslaggevers. Die doen inderdaad wel vaker aan jargonvernieuwing. ‘Afgejaagd.’ Een echte Evert ten Napel-term.

Rust is een te saai woord voor de televisie. Het klinkt als een wegzapsignaal. In naburige landen houden Halbzeit, half-time en mi-temps veel meer de belofte in dat er nog van alles kan gebeuren. ‘Ruststand’ daarentegen suggereert dat dit de score was waarbij de heren voetballers hoognodig aan hun middagslaapje toe waren.

Maar wie zaterdag in Amsterdam Ajax-Vitesse heeft gezien, kon gelukkig constateren dat de gastheren na rust uit een ander vaatje tapten.

john kroon