Een liefde voor water, varen en organiseren

Sail Amsterdam staat voor het eerst onder leiding van Daan Meijer. Hij werd Sail-directeur omdat hij ervaring heeft bij de marine en met de organisatie van nautische evenementen.

Daan Meijer was 17 toen hij het ouderlijk huis in Delfzijl verliet. Op zijn Tomos-brommer ging hij het avontuur tegemoet aan de andere kant van de Afsluitdijk. Dat was in de zomer van 1972. Voor veel van Meijers generatiegenoten was het avontuur opzoeken in die tijd synoniem met naar Amsterdam gaan. De hoofdstad was het centrum van de hippiecultuur en had grote aantrekkingskracht op jonge studenten.

Maar de rit van Daan Meijer eindigde niet in Amsterdam. Hij kwam aan in de kop van Noord-Holland, in Den Helder, en monsterde aan bij de marine. Hij had weinig op met vrije seks en drugs waarmee in het Amsterdamse overvloedig werd geëxperimenteerd. Hem trok de zee. Hij wilde varen, met een echt, groot schip, zoals zijn vader dat had gedaan in zijn jonge jaren. De officiersopleiding bij de marine was een manier om die droom te verwezenlijken.

Bijna veertig jaar later beheerst varen nog steeds het leven van Daan Meijer. Na functies bij de marine, het ministerie van Economische Zaken en de Rijkswerf van het ministerie van Defensie is hij sinds 2008 directeur van Sail Amsterdam. Sail is met naar schatting anderhalf tot twee miljoen bezoekers een van de grootste meerdaagse gratis publieksevenementen in Nederland.

De functie van Sail-directeur lijkt gemaakt voor Meijer. De 55-jarige Groningse ‘schipperszoon’ Daan Frederik Meijer kan er zijn liefde voor varen en water in kwijt, en zijn kwaliteiten als ervaren bestuurder die de nautische wereld goed kent.

„Daan is iemand die goed kan luisteren en anderen voor zijn plannen kan interesseren”, zegt managementconsultant Bob Haitsma, die met Meijer de stichting Sail Den Helder oprichtte. Meijer is ook een ‘echte Groninger’: bescheiden, fanatiek, loyaal en rechtlijnig.

De jonge Daan Meijer hield van varen, van de wind in zijn haren. Maar toen hij naar de hbs ging, dacht hij erover bioloog te worden of iets met techniek te gaan doen. Hij had nauwelijks bewust meegemaakt dat zijn vader voer; toen Daan 4 jaar oud was, overleed zijn moeder en nam zijn vader een baan als werktuigkundige in de haven van Delfzijl.

Van meer invloed op Daans latere beroepskeuze was zijn zes jaar oudere broer Jan, die bij de marine ging toen Daan 12 jaar oud was. „In zijn kielzog kwamen er heel veel marinemensen bij ons thuis”, vertelt Meijer in zijn kantoor in de Amsterdamse marinehaven. „Ik vond dat wel spannend in die tijd.” Zijn tweelingzus ook: zij trouwde met een marineman.

Jan herinnert zich dat Daan in het begin moeite had met de strakke discipline bij de marine. „Daan was iemand die zich niet bij voorbaat voegde naar het gezag en nog wel eens een waaromvraag stelde als hij een opdracht kreeg”, vertelt Jan Meijer. „Ik heb Daan wel eens kunnen helpen als hij het daar moeilijk mee had.”

Volgens Jan was Daan een heel goede student, zowel intellectueel als fysiek. „Heeft hij je verteld dat hij aan het einde van zijn opleiding is onderscheiden met een klooikroontje? Nee? Dat dacht ik al. Alleen de allerbeste studenten kregen zo’n kroontje.”

Daan Meijer koos elektrotechniek als specialisatie en kwam na zijn opleiding bij de afdeling militair toezicht. Deze tak van de marine was betrokken bij de aanbesteding van nieuwe schepen, het toezicht op de bouw daarvan en het testen van de schepen voor oplevering. Bij dat werk bestond intensief contact tussen de relatief gesloten marineorganisatie en de buitenwereld.

Als een schip werd uitgetest, vertelt Meijer, had je letterlijk twee kapiteins op een schip. „Omdat een fregat nog niet was opgeleverd, was het formeel nog van de werf. Die leverde dan ook een kapitein. Maar tegelijkertijd kwamen wij ook met een kapitein, omdat we dat schip moesten testen.”

Die ervaring was essentieel voor de carrière van Meijer. Hij maakte kennis met het bedrijfsleven en de aanbestedingspraktijk van de overheid.

Na vijftien dienstjaren nam hij in 1987 ontslag om te gaan werken voor het ministerie van Economische Zaken. Hij kwam er bij de afdeling marinezaken van het commissariaat voor militaire producten en overheidsaanschaffingen. Deze afdeling, volgens Meijer een groot woord voor wat hij omschrijft als een eenmansoperatie, was mede betrokken bij de pogingen van het Rijk buitenlandse orders voor Nederlandse ondernemingen te werven in ruil voor opdrachten van de Nederlandse marine aan buitenlandse bedrijven. Hier maakte Meijer kennis met de Nederlandse industriepolitiek en het bedrijfsleven in binnen- en buitenland. Pendelend tussen Den Helder en Den Haag, vond Meijer ook nog tijd om een studie elektrotechniek aan de TU Delft af te ronden. Hij is een harde werker, zeggen mensen die hem kennen.

Tijdens zijn periode op Economische Zaken ontlook de netwerker in Daan Meijer. Volgens Bob Haitsma legt Meijer makkelijk contacten. Zijn rijzige gestalte maakt het bovendien moeilijk hem over het hoofd te zien.

Haitsma: „Daan heeft een groot netwerk. Hij kent mensen bij de marine, de overheid en in het internationale bedrijfsleven. Hij is iemand die op iedereen afstapt. Het maakt niet uit of hij praat met de burgemeester of een lid van het koninklijk huis. Hij is open en eerlijk. Ook als iets hem niet aanstaat. Dan zegt hij dat zonder aanzien des persoons.”

Meijer woonde en werkte op verschillende plaatsen in Nederland – Delft, Leiden en Vlissingen – maar Den Helder is een constante in zijn leven. Hij leerde er begin jaren zeventig zijn vrouw Karin kennen bij de bezichtiging van een huis waarvoor ze allebei belangstelling hadden. „Ik vond het een lelijk huis, maar hij kocht het”, vertelt zij. „Daan vroeg me na die ontmoeting of ik zin had een dagje mee te gaan zeilen. Dat had ik wel. Een dag werd een week en uiteindelijk zijn we samen in dat lelijke huis getrokken.”

In 1992 keerde Meijer terug naar de marine, dit keer als burger. Hij werd directeur van de Rijkswerf in Den Helder, het onderhoudsbedrijf van Defensie voor alle marineschepen. Na zijn solistische bestaan bij Economische Zaken moest hij weer even wennen aan een grote organisatie. „Ik had in één keer een paar honderd mensen voor me werken. Ik moest leren delegeren.”

Ook in het Helderse sociale leven was Meijer actief. Hij was voorzitter van de raad van toezicht van Scholen aan Zee, de stichting voor voortgezet onderwijs in Den Helder. En hij was bestuurslid van een lokale sportvereniging en van de personeelsvereniging voor burgerpersoneel van defensie.

In 2009 werd hij voor zijn vrijwilligerswerk benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau. „Dat kwam voor Daan als een grote verrassing”, zegt zijn vrouw. „Hij dacht dat hij een gesprek had met minister van Verkeer en Waterstaat Camiel Eurlings, maar in plaats daarvan werd hij geridderd.”

Hij is er, met gepaste Groningse bescheidenheid, heel trots op. „Ook dat past bij Daan”, zegt Karin Meijer. Hij is volgens haar niet uit op publieke waardering, en helpt net zo lief in stilte. „Toen mijn moeder alleen kwam te staan, ging Daan bijna iedere dag even langs. Daar maakte hij tijd voor, ook al was hij druk.”

De wereld van de tallships, die komende donderdag vanaf de sluizen bij IJmuiden in een lange stoet de haven van Amsterdam invaren, leerde Meijer kennen bij de organisatie van evenementen in Den Helder. Hij richtte er met vrienden en kennissen in de jaren negentig Sail Den Helder op. Deze stichting was betrokken bij de organisatie van tallshipraces, zeilwedstrijden voor klassieke grote zeilschepen die sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw worden georganiseerd. In 2008 was Den Helder finishplaats van zo’n race. Meijer was voorzitter van het organisatiecomité.

Het succes van dat evenement leidde tot zijn aanstelling als directeur van Sail Amsterdam. De voorzitter van de Stichting Sail Amsterdam is viceadmiraal buiten dienst Nico Buis, voormalig bevelhebber der zeestrijdkrachten. Buis en Meijer kennen elkaar uit de tijd dat Meijer schepen testte bij de marine; Buis was ooit kapitein op een schip dat Meijer moest testen. Toen de vorige directeur van Sail Amsterdam in 2008 vertrok, was een telefoontje van Buis voldoende om Meijer over te halen.

„Ik wist dat hij op zoek was naar een nieuwe betrekking”, zegt Buis. „Meijer is een goede manager. Iemand met ervaring in de marine en kennis van het organiseren van nautische evenementen. Dat heeft voor ons de doorslag gegeven.”

De Stichting Sail Amsterdam organiseert Sail sinds 1975 om de vijf jaar. Het is volgens Meijer een uniek evenement, doordat de haven in het centrum van de stad ligt. „Nergens ter wereld heb je zo’n goed zicht op de schepen.”

Meijer is verantwoordelijk voor de organisatie van het evenement met een begroting van 8 miljoen euro. Hij heeft nu bijna vijftig bezoldigde medewerkers voor zich werken. Straks, als het evenement voorbij is, houdt hij één medewerker over. Dan gaan ze aan de slag voor de volgende editie van Sail.

Sail Amsterdam draait voor de helft op sponsors, waaronder de Nederlandse marine en de gemeente Amsterdam. Daarnaast wordt er geld verdiend met catering, merchandising en rondvaarten tijdens het evenement.

Naast een sluitende begroting en een vlekkeloze organisatie hecht Meijer aan de doelstelling van de Stichting Sail. „We willen jongeren kennis laten maken met de nautische wereld.” Ook het in stand houden van tallships, die evenementen als Sail nodig hebben voor de exploitatie, vindt Meijer belangrijk. „Dit soort schepen is onderdeel van het Nederlandse culturele erfgoed.”