Een les in onbetrouwbaarheid

Vorige week schreef ik hier over de uitdrukking rotmoffen, blijf met je rotpoten van onze rotjoden af. Je leest vaak dat die kreet tijdens de Februaristaking van 1941 is ontstaan, maar er is nooit een contemporaine bron voor gevonden. Het geheugen is voor dit soort dingen een notoir onbetrouwbare bron, maar een brief of dagboekfragment uit de Tweede Wereldoorlog zou mij wel overtuigen.

Dat schreef ik vorige week maandag en nog diezelfde avond mailde een lezer: „Mijn moeder hield gedurende de oorlog een dagboek bij. ‘Er moet een pogrom gaande zijn in Amsterdam’, schrijft ze op 13 februari 1941. En op 4 maart 1941 doet zij verslag van wat mijn ouders die toen op Walcheren woonden gehoord hadden over wat wij inmiddels de Februaristaking noemen. Het verhaal ging rond, schrijft ze, dat een groep Rotterdamse havenarbeiders op weg naar Amsterdam zou zijn gegaan onder de leuze: ‘De rotmoffen moeten met hun rotpoten van onze rotjoden afblijven’.’’

Nou gaat het hier niet meteen om de allersympathiekste uitdrukking in het Nederlands – er is toch sprake van rotjoden –, maar aangezien hiermee voor het eerst een eigentijdse bron leek te zijn gevonden voor een uitdrukking die sindsdien een eigen leven is gaan leiden, was ik opgetogen. Wel wilde ik graag nog even de oorspronkelijke dagboekpagina zien – want mijn informant baseerde zich op een register dat hij op zijn moeders dagboeken had gemaakt.

De volgende dag mailde hij: „Ik heb weer een lesje in de onbetrouwbaarheid van het eigen geheugen gekregen.’’ Zijn ouders bleken in 1941 niet op Walcheren, maar (nog) in Utrecht te wonen en het citaat – de kern van de zaak – bleek niet letterlijk te zijn overgenomen.

Wat stond er wel? „B. heeft gehoord dat een troep Rotterdammers met de fiets naar Amsterdam is gegaan om daar mee te knokken tijdens de relletjes, onder het motto: ‘Van onze smouzen moeten ze afblijven’.’’ Was getekend 4 maart 1941, een kleine week na het uitbreken van de Februaristaking. Geen rotmoffen, geen rotpoten en geen rotjoden, maar wel smousen – ooit een tamelijk neutraal woord voor ‘Duitse joden’, maar toen al sinds lang een scheldwoord voor ‘joden’ in het algemeen.

‘Van onze smouzen moeten ze afblijven’ ademt weliswaar de geest van de Februaristaking, maar er ontbreken te veel elementen om hierin de moeder van de blijf met je rotpoten-uitdrukking te zien.

Schreef ik begin vorige week nog dat ik voor dit soort onderzoekjes uitzie naar de oorlogskranten die dit najaar door de Koninklijke Bibliotheek (KB) online worden gezet, eind vorige week volgde het nieuws dat hier wellicht geen NSB-kranten tussen zullen zitten. Het ministerie van Justitie heeft tegen de digitale ontsluiting van pro-Duitse kranten geadviseerd; mocht de KB dit toch doen, dan overweegt Justitie om deze instelling te vervolgen wegens het verspreiden van haatdragende en beledigende teksten.

Ik ben van mening dat ministeries met hun poten van onze historische rotbronnen moeten afblijven, al was het maar omdat dit onbegonnen werk is: in bronnen uit alle eeuwen zijn, bij talloze erfgoedinstellingen, haatdragende en beledigende teksten te vinden. Ook elders op internet zijn die ruimschoots voorhanden, maar juist bij erfgoedinstellingen als de KB worden ze binnen een bepaalde context aangeboden, in dit geval samen met de ‘goede’ kranten. Alleen de goede oorlogskranten ontsluiten, zou een heel eenzijdig en daarmee ‘fout’ beeld geven van die oorlog.

Reacties graag naar post@ewoudsanders.nl