Duinsoaren

Het was zo’n idyllisch gezicht. Op een mooie namiddag zweefden enkele jonge mannen bij het strand tussen Egmond aan Zee en Bergen aan Zee om beurten langs de toppen van de duinen. Zittend in een soort stoeltje bungelden ze onder een groot paraboolvormig scherm dat hen op de wind voorbij de duinen voerde. Het was alsof ze in een hangmat door het luchtruim gleden.

Het moet hun een prinsheerlijk gevoel hebben gegeven, een sublieme gewaarwording van vrijheid.

Met een mengeling van jaloezie en bewondering stond ik ernaar te kijken. Het zou mij te hoog zijn, daar in de lucht, maar ik zou willen dat ik het durfde. Ik droom wel eens dat ik zo hoog door de lucht zweef en word dan telkens teleurgesteld wakker, beide voeten akelig normaal op het matras.

Ook voor de luchthelden bij Egmond kwam er op zeker moment een einde aan het paradijs. Zij zweefden meestal een minuut of tien voor ze keerden en terugvlogen naar het duin waar ze gestart waren. Soms moesten ze een tussenlanding maken. Het starten begon met enkele forse stappen, halverwege het duin, gevolgd door het afzetten van de grond – in de hoop dat het scherm voldoende wind ving.

Gefascineerd liep ik naar de duinenrij toe. Een man in een wit overhemd was mij al voor. Ik hoorde hem opgewonden praten.

„Jullie zijn aso’s” , zei hij tegen een van de schermvliegers, een twintiger in een rood jack. „Jullie maken de duinen kapot.”

„Hoe kom je erbij”, zei de vlieger. „Wij gaan heel zorgvuldig met het duin om.”

„Jullie mógen hier helemaal niet komen”, schreeuwde de andere man. Hij wees naar een bordje enkele meters verder, waar inderdaad de niet mis te verstane waarschuwing Verboden toegang – kwetsbaar gebied op stond.

„Hoezo? Wij doen meer voor dit duin dan jij. Wij komen hier regelmatig en wij planten nieuw helmgras als dat nodig is.”

Het leek me geen sterk argument, want kennelijk wás dat herstel nogal eens nodig. „Jullie horen hier gewoon niet”, hield de man in het overhemd dan ook vol.

„Weet je wat jij moet doen? Ga lekker op het strand liggen en laat ons met rust – dan heb je nergens last van. Het gaat hier altijd goed behalve als er zeikerds als jij langskomen.”

Zo gingen de mannen nog een poosje tegen elkaar door.

Wég idylle, wég paradijs.

Een Duitse toeriste kwam relbelust bij mij informeren wat er aan de hand was, maar ik besloot het nieuws voor de krant te bewaren en liep weg. Wie had er gelijk? De man in het overhemd had weliswaar een nogal frikkerig toontje gebezigd, maar daarom kon hij nog wel gelijk hebben.

Terug in mijn hotel verdiepte ik me nader in de materie. Deze tak van sport bleek duinsoaren te heten (soar is het Engelse woord voor hoog vliegen). Het is een bescheiden vorm van paragliden, een sport waarbij schermvliegers zich van berghellingen storten voor een langgerekte glijvlucht. Ik heb een schoonzoon die het paragliden in Andalusië heeft geleerd; hij leek niet onder de indruk van mijn relaas over het duinsoaren. Ik had het kunnen weten – Nadal moet je ook niet met badminton lastigvallen.

Mág duinsoaren? Alleen als het duin niet betreden wordt: er moet onderaan gestart en geland worden. Dat zeggen de duinsoarers ook zelf op hun website. Duinsoaren mag geen duinsarren worden.