De vormeloosheid van verfsporen

Jouke Anema (22) vindt verf zo mooi, dat hij het ‘als zichzelf’ wil laten zien in plaats van in een schilderij.

Hij wil de verf bevrijden en zijn eigen weg laten gaan.

Als je alle verf van alle schilderijen smelt en in een kuil giet, dan zie je ongeveer wat Jouke Anema de bezoekers van de examenexpositie van academie Minerva in Groningen voorschotelde. Bij de ingang had hij een grote zandhoop gestort en daarin een poel van verf gemaakt. Erboven hing aan takels een gipsen deksel om de poel af te sluiten. Veel goeds leek het niet te beduiden, maar een krachtig beeld was het zeker.

Blauw, oranje, smerig wit en groen: allerlei kleuren dreven in de vette plas. „Het komt vanuit mijn obsessie voor verf”, zegt Jouke Anema (22). „Andere schilders maken verf ondergeschikt aan de afbeelding. Ik vind dat verf zoveel schoonheid heeft, dat ik het als zichzelf wil laten zien.”

Op de expositie, die werd gehouden in een voormalig postkantoor, had hij ook de oude kluisruimte volgegoten met verf. De combinatie van kluis en verf riep associaties op met een schatkamer. Anema ziet dat anders, voor hem is het een ode aan een te achteloos gebruikte grondstof. „Ik wil de verf laten zien in zijn vormeloosheid en de reacties die de kleuren met elkaar aangaan, en de geur, en dat je het kunt betasten, dat verf kleeft als je het aanraakt.”

Voor zijn verf bedenkt Anema steeds andere concepten. Dat kan een performance zijn waarbij hij verf in een kuil giet, maar het kunnen ook sculpturen of installaties op locatie worden. Hij vond het belangrijk dat in het oude postkantoor de mensen om zijn installatie heen konden lopen. Het is voor hem ook belangrijk dat de verf in een zandhoop drijft. „Als je zand terugbrengt tot de essentie kom je uit bij aarde en daarom houdt zwarte aarde de verf als medium bij elkaar.” Veel bezoekers hadden volgens Anema associaties met kraters, putten of met de olieramp van BP. „Oké dat ze dat denken, maar ik heb het er niet ingestopt. Ik wilde iets creëren uit de verf. Wat onder het gipsen deksel zat was het schilderij.”

Vroeger had Anema iets tegen kwasten, maar hij had nooit iets tegen schilderkunst. „Als je een kwast gebruikt dwing je de verf in een vorm en dat wil ik voorkomen. Ik houd van de vormeloosheid waarmee verf zijn eigen weg zoekt en sporen achterlaat.” Ook potten oude verf vindt hij interessant, maar er moet wel iets mee gebeuren. „Anders is het maar verf in een pot. Ik wil de verf bevrijden en zijn weg laten gaan.” Maar hij sluit niet uit dat hij ooit weer een kwast gaat gebruiken. „Realistischer schilderen dan ik nu doe kan niet. Dit is puur verf. Ik kan wel mooie plaatjes met verf maken, maar daar heb ik nu geen behoefte aan.”

Anema houdt van de kunstenaars John Körmeling, Ger van Elk, Job Koelewijn en Sigurdur Gudjonsson. „En nog een hele hoop andere. Het gaat me om hun manier van werken.” Hij is net toegelaten tot het Sandberg Instituut in Amsterdam en doet eind oktober mee aan een groepsexpositie van Minerva-studenten in museum Belvedère in Heerenveen.

In zijn installaties op de eindexamenexpositie zat 100 tot 200 liter verf: gratis restpartijen die Anema van groothandels krijgt. „Ik had jammer genoeg niet zoveel keuze in kleur.” Het zand en de verf van de expositie heeft hij met hulp van vrienden opgeruimd. „Het ligt nu in een zandbak bij mijn atelier. En een deel staat nog in plastic tassen en vuilniszakken buiten. Ik wil daar iets nieuws mee gaan maken, net zo lang doorgebruiken tot ik er vanaf ben.”

Meer informatie over de verfkunst vind je opjoukeanema.com