Blinde vlek Pakistan

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties zei in zijn leven nog nooit zo’n „hartverscheurende” ramp te hebben gezien. De regering van de Verenigde Staten heeft een grootscheepse hulpactie op touw gezet.

Maar in Nederland is er vooralsnog weinig bekommernis om de bijna 2 miljoen Pakistani die door de verwoestende overstromingen dakloos zijn geworden. Vrijdag pas is gironummer 555 opengesteld. Die lauwe belangstelling spoort met het gebrek aan interesse van de Pakistaanse regering zelf. Vorige week vond president Asif Ali Zardari de tijd pas rijp om zelf poolshoogte te nemen. Hoewel het er naar uitziet dat maar liefst een kwart van het land, dat wil zeggen 20 miljoen mensen, op een of ander manier door de watersnood is getroffen, wat door alerter ingrijpen wellicht had kunnen worden beperkt. Dorpen, bruggen, wegen, oogsten en veestapels zijn verwoest. En dan te bedenken dat het ergste nog moet komen voor overlevenden, die zich soms op een soort terpen te midden van het water in leven moeten zien te houden. De eerste gevallen van cholera hebben zich al aangediend. Door gebrek aan drinkwater en voedsel zullen meer ziektes om zich heen grijpen.

Het zijn deze feiten en cijfers die Ban ertoe brachten de ramp te kwalificeren als erger dan de tsunami van 2004 in Zuidoost-Azië en de aardbeving van 2005 in Pakistan tezamen. Hij denkt dat er snel een half miljard dollar moet worden ingezameld. Tot nu toe heeft alleen Amerika met 76 miljoen een substantiële belofte gedaan. Daadwerkelijk heeft de VN nog geen 40 miljoen voor noodhulp binnen, waarvan 2 miljoen euro van Nederland.

Die terughoudendheid heeft vermoedelijk te maken met die eerdere natuurrampen waaraan Ban Ki-moon refereerde. Het vertrouwen dat giften zorgvuldig besteed worden, is verdwenen. Dat bleek ook na de aardbeving op Haïti dit jaar. Het geringe aantal directe slachtoffers zal ook een rol spelen. Bij de tsunami, waarvoor wereldwijd circa 7 miljard euro werd opgehaald, verloren ruim 200.000 mensen het leven. Ook daarna bleek overigens dat de hulp te weinig ten goede was gekomen aan de armste slachtoffers van de vloedgolf.

Maar het ligt eveneens voor de hand dat Pakistan zelf geen mededogen oproept. Het islamitische land is een thuisbasis voor Talibaan, Al-Qaeda en andere extremistische moslimgroeperingen. Mogelijk denken zij die nu de hand op de knip houden dat deze islamitische dreiging door de watersnood wat wordt weggespoeld. Maar het omgekeerde lijkt eerder denkbaar. Door de ramp kunnen de Talibaan zich wellicht effectiever hergroeperen. Als internationale hulp uitblijft, kan het Westen daar weinig eigen propaganda tegenin brengen. Dat laatste is het motief van de Amerikaanse regering om juist over de brug te komen. Het prestige van de VS is slecht door de ‘geheime oorlog’ die ze in Pakistan voeren. Hulp is niet alleen zinvol voor de slachtoffers, maar ook voor de gulle gevers, is de redenering in Washington.

Humanitaire actie is nu eenmaal ook politiek.