Autobiografische grappen en eindeloos drinkgelag

Edinburg bruist vanwege het Fringe Festival. Dit weekend begon ook het Edinburgh International Festival, met theater naar een Hemingway-roman.

„Laten we wat drinken” is de meest voorkomende uitspraak in de roman The Sun Also Rises. Drinken, eindeloos drinken, is wat de personages doen. Eindeloos drinken en eindeloos ouwehoeren om de verveling te verdrijven. In de roman, die model stond voor het toneelstuk van het Amerikaanse gezelschap Elevator Repair Service, schetste schrijver Ernest Hemingway een portret van een groep dolende zielen in Parijs, begin jaren twintig.

Verteller van het verhaal is journalist Jake en centrum van de aandacht is Brett, ook wel lady Ashley, een kittige blondine die steeds weer nieuwe mannen aantrekt. Ze laat ze toe, de mannen, want ze wil vermaakt worden. En dan begint het drinken.

De voorstelling The Sun Also Rises (The Select) was zaterdag het eerste theaterstuk op het Edinburgh International Festival. Dat opende vrijdag met een opera van John Adams. Het was een ongelukkig begin, want de ennui op het podium was na ruim drie uur goed voelbaar in de zaal.

Het New Yorkse gezelschap bedacht een geluidsdecor waarbij geklok van drank en het klinken van glazen door effecten wordt versterkt, wat goed was voor enkele komische momenten. Als de Parijse groep mannen en vrouw op reis gaat en in Pamplona een stierengevecht bezoekt, is er een inventieve choreografie met de toreador: een man tilt een lange tafel op twee poten en hanteert die als aanvallende stier, gracieus door zijn met doek en mes gewapende belager ontweken. Maar verder is The Sun Also Rises boekentoneel in zijn ergste vorm: passages en overgangen in het verhaal die worden naverteld, een uitgewalste handeling en dialogen zonder richting, cirkelend om een vrouw waarvan niet duidelijk wordt waar haar fatale attractie in schuilt.

Het Edinburgh International Festival is vergelijkbaar met het Holland Festival en presenteert opera, theater en dans. In tegenstelling tot het Fringe Festival, dat een week eerder startte, wordt het samengesteld door een artistiek directeur. Aan het alternatieve Fringe kan iedereen die dat wil bijdragen, vandaar de woekering aan optredens (zo’n 2400) en zalen (zo’n 250). Elevator Repair Service speelt in een keurige schouwburg, een kleine versie van de Leidse bonbonnière. Op de Fringe, dat wordt voortgestuwd door de liefde voor comedy, kan elke kelder of kantoorkamer een theaterzaal worden.

Een hal voor duizend man vullen kan ook, zoals Jim Jefferies vrijdag deed en waarschijnlijk de hele maand avond aan avond. In advertenties wordt beweerd dat hij volgend jaar misschien ‘te groot’ is voor de Fringe. Zelf noemde hij zich de bekendste stand-upper die niet op tv is. Althans, op publieke tv, want het Amerikaanse betaalkanaal HBO nam een special met hem op.

Voor de aarzeling van publieke zenders is wel een reden te bedenken, want Jefferies is grof en misogyn, en niet in één verhaal, maar doorlopend, een uur lang. Hij is de man die het allemaal niks kan schelen en opschept over zijn relatie met een pornoster. Hij sloft over het podium als een beschonken kerel die nog net kan lopen en hij drinkt aan één stuk door bier, een liter in totaal. Die act maakt Jefferies wat triest en aandoenlijk, hoe boos en verongelijkt zijn tirades ook zijn. En het helpt om hem geestig te vinden, want de man weet hoe hij een verhaal moet vertellen en heeft gevoel voor ritme en timing.

Om een voorbeeld te geven: mannen moeten in het gezelschap van vrouwen altijd maar de verantwoordelijkheid nemen en alles betalen, sneert hij. Hij zou er homo van kunnen worden. „Ik weet zeker dat ik, als ik die pik eenmaal in mijn mond heb, zal wensen dat ik ergens anders was. Maar het zou het waard zijn, alleen om maar eens een keer na een etentje de rekening te kunnen delen.”

Met minstens zevenhonderd comedyshows op het Fringe Festival is het moeilijk een afgewogen indruk te geven. Niettemin, de shows van de tien stand-uppers die ik zag, hadden opmerkelijk veel gemeen. Na een uur kent de toeschouwer hun vader, moeder, partner en de geheel eigen manier waarop ze worstelen met het leven. Het is niet waarschijnlijk dat er veel wordt verzonnen: dan zouden de anekdotes wel wat puntiger en creatiever zijn. Er valt genoeg te lachen, maar het leukst was toch Hans Teeuwen, vanwege zijn ver door gevoerde absurdisme en maniakale typetjes. Zijn act vol verrassingen blijft ver weg van de autobiografische grappenmakerij. Wie anders kan een handleiding geven over de beste manier om anale wormen te verwijderen?

In dezelfde zaal als Teeuwen speelt de Engelsman Russel Kane zijn show Smokescreens and Castles. Kane (1980) is een intelligente, geestige performer, die durft te spreken over de ‘sociologische integriteit van het Schotse accent’ en ‘de liefde voor auto’s als watermerk van mannelijkheid’. Het verhaal over de koude relatie met zijn vader was opgetrokken rond een metafoor: zijn vader, arbeidersklasse, kocht een kasteeltje, en dat gebouw symboliseerde de muren rond zijn hart. Dat is niet heel ingewikkeld, maar Kane had niettemin ter illustratie een miniatuur bouwplaatkasteel op het podium gezet. Het tekent de vrees om niet begrepen te worden.

In Nederland vulde Teeuwen ook een eigen categorie, maar vergeleken met de stand-uppers in de Angelsaksische traditie is het verschil groter. Dat is een kwestie van aanpak, van verbeelding en gif toelaten. Teeuwen acteert, verwart het publiek, laat stiltes vallen. De stand-upper spreekt aan één stuk door in hoog tempo en houdt alleen in om de lach de ruimte te geven. In de gesprekken met het publiek, een vast onderdeel, worden bezoekers wel eens mikpunt van spot, maar er volgt altijd verlichting en verklaring. Comedy op de Fringe is levendig en onderhoudend, maar ook eendimensionaal en conventioneel.

Edinburgh International Festival, t/m 5/9, eif.co.uk. Fringe, t/m 30/8, edfringe.com.