Aantal echtscheidingen lager dan verwacht

Het heeft de onderzoekers van het CBS nogal verrast: het aantal echtscheidingen lijkt dit jaar, net als vorig jaar, substantieel lager uit te vallen dan in de periode 2005 tot 2008. En dat terwijl er in het verleden tijdens economische crises meer mensen uit elkaar gingen dan in goede tijden. Vorig jaar ontbonden ‘slechts’ 32.000 stellen hun huwelijk (inclusief flitsscheidingen) en in de eerste zes maanden van dit jaar deden 16.000 echtparen dat. In de jaren van 2005 tot en met 2008 schommelde het aantal steevast rond de 35.000 echtscheidingen.

„We kunnen de daling eigenlijk nog niet verklaren. We verwachtten juist een stijging”, zegt demograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Eind vorig jaar dachten de statistici dat men de crisis mogelijk nog niet voelde, waardoor de spanningen niet opliepen en echtparen het met elkaar volhielden. „Er verdwenen nog niet massaal banen.” Maar nu, halverwege 2010, gaat die analyse niet meer op. Er moeten andere oorzaken zijn, concludeert Latten. Betere relaties? Nou nee. Van nieuwe wetgeving, zoals de plicht bij scheiding een ouderschapsplan op te stellen, zou een ontmoedigingseffect kunnen uitgaan, én de zogeheten flitsscheiding is vorig jaar verboden. De enige andere verklaring zoekt hij in de vastgelopen woningmarkt. Latten vermoedt dat sommigen de scheiding uitstellen omdat ze het huis niet verkocht krijgen.

Stonden huizen in 2008 gemiddeld tweeënhalve maand te koop, dit jaar is dat gemiddeld bijna acht maanden. De regionale verschillen zijn groot, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Makelaars. Bijna eenderde zou langer te koop staan dan een jaar. In het eerste kwartaal van vorig jaar, bijvoorbeeld, stond 17 procent langer dan een jaar te koop.

Latten wijst erop dat het CBS afgaat op officiële echtscheidingscijfers. „Dus allerlei praktische oplossingen die mensen verzinnen om de officiële echtscheiding uit te stellen, kunnen de verlaging misschien verklaren.” Dat één partner tijdelijk op de camping bivakkeert, bijvoorbeeld, omdat de ander in het onverkoopbare huis blijft wonen. Of dat de kinderen in het onverkoopbare huis blijven wonen en de ouders, afwisselend, een week bij de kinderen wonen.

Alleen wanneer het huis in de loop der jaren aanzienlijk meer waard is geworden, kan één partij er blijven wonen en de ander uitkopen, door met de helft van de ‘overwaarde’ opnieuw geld te lenen bij de bank.