Zure calvinisten

Uitgerekend op de dag dat de inspectiecommissie van de FIFA een bezoek bracht aan het stadion in Eindhoven, hield PSV babydag. Op het veld lag een maxicosi-parkje met fruitige kopjes, keurig in het gelid bijeengeharkt. Natuurlijk was het toeval, maar ik moest toch even aan Noord-Korea denken. En aan de geweldige VOC-mentaliteit, van wieg tot graf.

Of het de stemming van de inspecteurs beïnvloed heeft weet ik niet, maar het was wel opvallend dat de voorzitter van de commissie nauwelijks 24 uur later uitriep „dat de lage landen een voorbeeld voor de wereld zijn”. Al kan die euforische acclamatie ook het gevolg zijn geweest van de copieuze maaltijd die de KNVB de gleufhoeden had aangeboden. In gezelschap van De Nachtwacht.

Een voorbeeld voor de wereld: wat moet dat worden als er in Brussel en Den Haag weer echte regeringen zijn? De paradijselijke staat, bij afroeping van Verhagen en Wilders? Een walhalla van rijkdom en gezelligheid op de gevleugelde klanken van Maria Callas? Ik vrees dat ook Blatter en zijn bende dan niet meer weg te slaan zijn uit Zwolle. Toch een roestvlek in het prachtige landschap.

Het bezoek van de FIFA-inspecteurs heeft duidelijk gemaakt dat de laatste censuurmeesters in het betaald voetbal zitten. De kritiek op de WK-kandidatuur, die in de vertederende aanblik van de PSV-baby’s toch niet geheel verstomde, lokte boze reacties uit in Zeist en omstreken. „Nederlanders zijn een volkje van zure calvinisten”, klaagde Henk Kesler verontwaardigd.

KNVB-voorzitter Michael van Praag zei dat hij zijn oren niet kon geloven, bij de lichtzinnige verdachtmakingen van hoogleraren en journalisten. Harry Been, directeur van het HollandBelgium Bid: „De onwaarheden over fiscale gunsten en andere privileges voor de FIFA deugen van geen kanten.” Ruud Gullit, president van het Bid, gaf de vermoorde onschuld nog een extra zweepslag: „Er zal één grote winnaar zijn, en dat is de fiscus in Nederland en België.”

Die Ruud.

Al jaren hangjongere van Saint- Tropez. Pendelend van terras naar terras. Blij als een kind als hij weer eens een Nederlandse passant mag zoenen. Dat hij na een eeuwigheid van leegte en verveling nog eens representatief mocht zijn, deed een trommelvuur aan juichkreten in hem losbarsten. Eindelijk weer respect, eindelijk nog eens mogen fietsen met Johan Cruijff, eindelijk iets van herstel in de oude glorie. Hij kon Sepp Blatter en Ab Klink wel op zijn blote knieën danken. Alsof hij door Obama, himself, van binnen verlicht was, tapdanste hij de laatste maanden door het leven. En maar reizen, en maar handen schudden, en maar glimlachen. En iedere ochtend, voor de spiegel wuiven naar een ornament. Of het WK voetbal er komt of niet, maakt niet uit: het heeft Ruud Gullit doodgelukkig gemaakt.

Wat mij van Harry Been verbaast, zijn de psalmerende praatjes. Teksten als: „Het is goed voor ons om ambitie te tonen.” Harry spreekt nu als een burgemeester in oorlogstijd. Hij is de meest elegante koopman van het Nederlandse voetbal. Overal ruikt hij geld, niet voor hemzelf, voor zijn geliefde bond. Harry kan met iedereen praten, met regeringen en betonboeren, met advocaten en professoren, zelfs met Jean-Marie Pfaff. Leep en hartelijk neemt hij zijn gehoor ongemerkt mee naar de eilanden in zijn hoofd.

Nog zoiets: Harry Been is misschien wel de best geklede Nederlander in de voetballerij. Alles aan hem is functioneel.

Dat directeur betaald voetbal, Henk Kesler het nu even moeilijk heeft met de vrije meningsuiting, is te pardonneren. Na tien jaar trouwe dienst neemt hij afscheid van de KNVB. En dan wil je toch iets van een signatuur markeren. Een laatste groot geschenk aan de natie. Want dat is de ruimte waarbinnen Henk Kesler altijd denkt: de natie.

Daarom was hij zo teleurgesteld dat Nederland in Zuid-Afrika de wereldtitel misliep. Henk oogt wel als een zuinige bureaucraat, maar in het diepst van zijn gedachten is hij een hemelbestormer.

Mooie man, altijd in de plooi van deftigheid. Vastgeschroefd in zijn mandaat, als het ware. Spreken doet hij continu met de suggestie van intimiteit. Pas achteraf blijkt dat hij niets van zichzelf heeft losgelaten. Misschien verlegenheid?

Henk Kesler is op zijn mooist als hij woedend of verontwaardigd is. Ineens zie je de lippen dun als scheermessen worden. De wangen kleuren bourgognerood. Hij wil dan drie zinnen tegelijk zeggen, zodat er een aangename waterval van onverstaanbaarheid ontstaat. Het blijft meestal bij een steekvlam. Zijn woede slaat niet om in rancune.

Ik zal ze missen.