Orecchiette met broccoli

Orecchiette noemen we in het Nederlands schelpjes of oortjes. In het arme Zuid-Italië was er vaak niet veel meer dan groente om er wat lekkers van te maken. Al zorgen in dit recept slechts vier ansjovisfilets voor verbazend veel smaak.

Het gerecht wordt vaak gemaakt met cime di rapa. Dat zijn broccolispruiten, in Nederland lastig te krijgen. Broccoletto is vaker te koop, maar dat ziet er toch weer net wat anders uit. Neem maar gewoon broccoli. Of raapstelen, dat mag ook.

Kook 500 gram broccoli, in roosjes en de stelen in plakjes, net niet gaar.

Laat op een laag vuur een kleine ui in ringen in vier eetlepels olijfolie met een gesnipperd chilipepertje zacht worden. Bak vier ansjovisfilets mee en druk ze met een houten lepel tot pulp, als ze al niet vanzelf uit elkaar vallen. Voeg op het eind een gesnipperd teentje knoflook toe. Doe de broccoli bij de uiringen, breng zo nodig verder op smaak met wat zout en laat nog even garen.

Kook ondertussen 400 gram orecchiette gaar in ruim, gezouten water. Laat de pastaschelpjes uitlekken en schep ze door de groente. Rasp er bij het serveren wat pecorino over.