Op één nier in de finale 100 meter vlinderslag

Joeri Verlinden (22) werd geboren met één nier, maar dat stond een carrière als topzwemmer niet in de weg. Door Europees succes hoopt hij op meer aandacht.

Nog trillend van de spanning, en de emoties, gooide Joeri Verlinden het er gisteravond uit. Hij had kort ervoor als snelste zwemmer de finale op de 100 meter vlinderslag gehaald tijdens de EK in Boedapest, met een kersvers Nederlands record (51,96 seconden). „Ik heb een beetje een verhaal”, sprak Verlinden uit zichzelf. „Ik ben geboren met één nier.” Niet dat hij hetzelfde had meegemaakt als Maarten van der Weijden, haastte hij zich eraan toe te voegen. „Ik heb wel tegenslagen gehad. Ik weet dat als het tegenzit, het lang niet het einde is. Dit is gewoon sport, hier krijg ik een kick van. En ik voel me sterk. Dus daar wil ik iets mee doen.”

De woorden buitelden over elkaar heen toen hij zijn verhaal vertelde op het Margiteiland in de Donau. „Ik ben hier met een doel, met een missie.” ‘Boedapest’ moet de grote doorbraak worden voor Joeri Verlinden (22), als vlinderslagspecialist een zeldzaamheid in het Nederlandse mannenzwemmen.

Het zit hem wel eens dwars, erkent hij volmondig, dat vooral de Nederlandse zwemsters de laatste jaren in het middelpunt van de belangstelling staan. „Soms kan dat leiden tot frustratie”, zegt Verlinden. „Zo zat dat bij mij. Ik denk dat het bij andere mannen ook zo is geweest. Je werkt allemaal zo hard voor je prestaties. Als je erkenning krijgt van mensen die niet in jouw zwemwereld zitten ga je beter presteren. Dan kom je in een positieve cirkel terecht.”

Maar hij beseft dat prestaties vanzelf aandacht genereren. „Terecht dat de vrouwen alle aandacht krijgen. Maar het is ook een drijfveer voor mij. Ik wil naar boven kijken. Ik wil óók.”

Door zijn afwijking raakte Verlinden al bij zijn geboorte zijn rechternier kwijt. Dat bracht een ernstige beperking met zich mee: hij mocht geen contactsporten mocht doen. Eenmaal in aanraking met het zwemmen bleek de geboren Limburger een begenadigd talent op de vlinderslag.

Maar ook al haalt hij zijn nationale titels al een paar jaar zonder veel tegenstand op, eenvoudig trainen is het niet in een zwemcultuur die wordt gedomineerd door de vrije slag. Bij de trainingsgroep van coach Marcel Wouda in Eindhoven, een mengelmoes van langeafstandszwemmers en sprinters, voelt hij zich vaak een buitenbeentje. „Door wie word ik nou uitgedaagd?”

Zijn ontwikkeling kreeg afgelopen voorjaar een flinke duw in de rug toen hij in de Bosnische stad Banja Luka op stage ging bij de trainingsgroep van de Italiaanse coach Andrea di Nino. Daar trainde hij met een aantal internationale vlinderslagsterren, onder wie de Serviër Milorad Cavic, de man die Michael Phelps tot het uiterste wist te dwingen. Die week werd Verlinden veel duidelijk. „Ik dacht: wat is nou nodig om wereldtop te zijn? Niets bijzonders, zij deden geen hele speciale dingen. Wat ik wel meekreeg van Cavic is hoeveel je uit je hoofd kunt halen. Hij is een mentaal beest, dat merk je. I’m gonna crush you, zegt hij steeds, elke training.”

Met zijn coach Marcel Wouda maakte hij een diepgaande analyse van de olympische 100 vlinder van Phelps in Peking (2008) – de starts, de keerpunten, het zwemgedeelte en de eindfase. Verlinden: „Het was mooi te concluderen dat ik op het technische vlak eigenlijk geen achterstand heb op zo’n zwemmer. Alleen de explosieve gedeeltes, de starts en de keerpunten, daar moet ik aan werken.”

Opvallend genoeg zwemt Verlinden in Boedapest zijn laatste toernooi met Wouda als coach. Over enkele maanden stapt hij over naar het Nationaal Zweminstituut Amsterdam, waar hij onder de hoede komt van Martin Truijens, coach van onder anderen Sebastiaan Verschuren en Femke Heemskerk. Hij maakt die overstap enerzijds omdat hij in Amsterdam gaat samenwonen met zijn vriendin, zwemster Lia Dekker, zus van olympisch kampioene Inge.

Verder verwacht Verlinden in de hoofdstad meer te kunnen sparren met gelijkgezinde (mannelijke) zwemmers, de dagelijkse trainingsmaten van Verschuren. „In Eindhoven word ik uitgedaagd door één persoon, in Amsterdam heb ik een hele bende jongens die mij het leven zuur proberen te maken. En andersom.”

Aan zijn huidige coach Wouda ligt het niet, onderstreept Verlinden. „Ik wil Marcel niet in diskrediet brengen. Ik vind Marcel een geweldige coach.”

De avond voor zijn halve finale in Boedapest had Verlinden nog een beroep gedaan op Wouda’s ervaring. „Ik heb een goed gesprek met hem gehad. Dat was nodig. Een EK geeft spanningen. Marcel weet als geen ander hoe je daar mee om moet gaan.”

Zijn plannen voor zijn grote finale, vanavond, liggen klaar. „Het hele plaatje zit in mijn hoofd. Er zitten meer dingen in mijn hoofd. Ik voel me sterk.”

De spanningen die hem besprongen verdreef Verlinden op een compleet eigen manier. „Op dit moment denk ik het meest aan de film die ik gisteravond lag te kijken”, sprak hij een kwartier nadat hij het nationale record had gebroken. „Die film kon ik niet afkijken omdat het te laat werd. Het is leuk om mijn gedachten ergens anders op te zetten. Welke film? It’s Complicated. Gewoon, een romantische comedy.”