Nieuwe Natuur kan tot prachtige natuur leiden 2

Ruben van Luijk opent de aanval op de „grootmogols van de natuurbeschermingsindustrie” die volgens hem projectontwikkelaars zijn geworden en „in naam van vroomklinkende idealen” aan kapitaal-, landschaps- en natuurvernietiging doen. Daar valt wel wat af te dingen. Ten eerste is de voornaamste bezigheid van terreinbeherende organisaties als de onze het verwerven en beheren van natuurgebieden. Dat gebeurt al sinds de dagen van Jacques P. Thijsse, met dezelfde bezieling als die van onze voorvaderen. Ik herken mij dan ook totaal niet in het technocratische beeld dat Van Luijk van ons schetst. Natuurlijk worden soms ook projecten uitgevoerd en natuur ontwikkeld, onder andere voor de totstandkoming van de ecologische hoofdstructuur waartoe in 1990 door het toenmalige kabinet is besloten. Maar dat daarmee op grote schaal vruchtbare landbouwgrond verloren gaat, bestrijd ik. De bestaande natuurplannen voor de omzetting van landbouwgrond naar natuur beslaan voor de komende decennia niet meer dan circa 4 procent van het totale areaal landbouwgrond. Dit is aanzienlijk minder dan zal verdwijnen als gevolg van bijvoorbeeld woningbouw. Natuurlijk is op al deze plannen kritiek mogelijk. Maar zij kunnen ook fantastische resultaten opleveren. Op het eiland Tiengemeten bijvoorbeeld is in korte tijd de vogelstand enorm toegenomen en is een nieuw landschap ontstaan waar jaarlijks tienduizenden mensen op afkomen. Ik nodig de heer Van Luijk graag uit voor een bezoek daar. Misschien wordt hij dan lid van Natuurmonumenten, ook zonder dat wij hem een glossy lijfblad in de handen drukken.

Jan Jaap de Graeff

Algemeen directeur Natuurmonumenten