Nederlands Instituut in Rusland succes

Het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg is al elf jaar een succes. Het instituut geeft cursussen, ontvangt gasten, vertaalt romans en zet zich in voor Nederlands erfgoed in Rusland.

In de splinternieuwe bibliotheek van het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg pronkt in eikenhouten stellingkasten de nieuwste aanwinst: gebonden jaargangen van het literaire tijdschrift Tirade, een geschenk van een diplomaat. „We hebben plaats voor tienduizend boeken”, zegt directeur Mila Chevalier trots. „En ook al zijn het er nu nog maar drieduizend, waarvan tweeduizend op het gebied van Ruslandkunde, in het Engels, Nederlands en Russisch, het is een bijzondere collectie. Ook omdat ze op de Sint-Petersburgse universiteit amper buitenlandse literatuur over Rusland hebben.”

Mila Chevalier is sinds 2001 directeur van het Nederlands Instituut, dat elf jaar bestaat en vanaf het begin een succes is. De 39-jarige Russin, die Nederlands studeerde, kwam vier jaar eerder binnenwaaien als assistent van haar enige voorganger, de Nederlander Alexander Münninghoff. „Ik koos voor Nederlands, omdat die taal in de Sovjet-Unie als een uitdaging klonk. In de tijden van het IJzeren Gordijn, toen alles in Rusland uniform was, greep je iedere kans aan om anders te zijn.”

Het is vandaag rustig: de taalcursussen Nederlands zijn net afgelopen, er worden alleen nog examens afgenomen. In andere jaargetijden zijn er tal van gasten, variërend van studenten museumkunde, rechters en sociaal-geografen tot studenten bedrijfseconomie. „Voor Nederlandse rechters organiseren we dan een studiedag waar Russische specialisten optreden”, vertelt Chevalier. „Daarna bezoeken we de rechtsfaculteit, een gevangenis, het Constitutioneel Hof en een advocatenkantoor.”

Ook is het Instituut een facilitair centrum, dat promovendi een werkplek biedt en bemiddelt bij toegang tot archieven en bibliotheken. „De afgelopen twee jaar hadden we hier promovendi die onderzoek deden naar asielrecht, aidsproblematiek en de achttiende-eeuwse Franse schrijfster Jeanne-Marie Leprince de Beaumont, die in Rusland heel beroemd was.”

Zo’n onderzoeker mag drie maanden op het Instituut komen werken en krijgt alle medewerking van de kleine staf. „Ook regelen we dan dat hij of zij een lezing op de universiteit geeft”, zegt Chevalier. „Op die manier kan een mooie samenwerking ontstaan tussen de Sint-Petersburgse en een Nederlandse universiteit. Anderzijds bemiddelen we voor Russische wetenschappers die in Nederland onderzoek willen doen.”

Jaarlijks ontvangt het Nederlands Instituut zo’n driehonderd bezoekers: studenten, gastdocenten en promovendi. Voor de studenten, die het grootste deel van de bezoekers uitmaken, organiseert het Instituut cursussen die elders in Sint-Petersburg niet worden gegeven, onder meer op gebied van kunstgeschiedenis, politicologie en ‘Rusland voor beginners’. Chevalier: „De docenten komen allen uit Sint-Petersburg. En dan hebben we nog een speciale cursus ‘Cultural Transfer’ voor studenten van Nederlandse universiteiten, over de betekenis van de culturele uitwisseling tussen Rusland en Europa. De studenten krijgen daar studiepunten voor.”

Het Instituut draagt bij aan het vertalen van Nederlandse literatuur in het Russisch. Er wordt voor een roman dan een vertaler en een uitgever gezocht. Als het boek klaar is organiseert het Instituut een presentatie. Een recente aanwinsten is de vertaling van Kees Verheuls roman Stormsonate.

Het Instituut zet zich ook in voor het behoud van Nederlands cultureel erfgoed in Rusland, zoals het openen van het achttiende-eeuwse Boerhaave-archief, dat in het archief van de Medische Militaire Academie in Sint-Petersburg is opgenomen. „Het lukt maar niet om daar toegang toe te krijgen. Het valt namelijk onder het ministerie van Defensie. Om het geopenbaard te krijgen moet dat ministerie toestemming geven. Het archief is indertijd aan de tsaar verkocht door een neef van Boerhaave, die schulden had. Het is toevallig in het militair-medisch archief beland.”

Populair bij de Russen is de serie lezingen die het Instituut samen met de Hermitage organiseert. Het initiatief hiertoe is drie jaar geleden genomen. Bekende Nederlandse wetenschappers uit alle disciplines, zoals natuurkundige en Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, houden lezingen voor een breed publiek, wat volgens Chevalier in Rusland een onbekend verschijnsel is. „We willen laten zien hoe en waarom Nederlandse wetenschappers hun werk doen. Anders dan hun Russische collega’s presenteren ze zich goed. Zo vertellen ze levendig en gaan ze minder diep dan hen op de materie in. Na afloop mag het publiek drie kwartier lang vragen stellen, iets wat Russen in het algemeen niet durven, maar nu gewoon doen.”