'Nederland verspeelt gezag'

Nederland moet de deur naar Suriname niet dichtgooien, zegt Albert Ramdin van de Organisatie van Amerikaanse Staten. Dat is „emotioneel en weinig pragmatisch”.

The new Assistant Secretary General of the Organization of American States Albert Ramchand Ramdin from the Republic of Suriname makes his first public statement after being voted in during the fourth plenary session of the 35th General Assembly of the OAS in Fort Lauderdale, Florida, Tuesday, June 7, 2005. Photographer: Richard Sheinwald/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Marcel Haenen

„De Nederlandse regering is bezig haar internationale geloofwaardigheid te verspelen door de strikte houding ten aanzien van president Bouterse van Suriname.” Dit zegt Albert Ramdin, plaatsvervangend secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) in een gesprek met deze krant.

„Vroeger hielden de Verenigde Staten en Europese landen nadrukkelijk rekening met de Nederlandse standpunten over Suriname. Maar het huidige standpunt van minister Verhagen dat Bouterse in Nederland alleen maar welkom is om zijn drugsstraf uit te zitten, is zo gekleurd dat Nederland aan gezag verliest. Je ziet het ook: alle landen zijn bereid met Suriname samen te werken behalve Nederland.”

Ramdin is sinds 2005 de tweede man bij de OAS. Hij is Surinamer en studeerde in Amsterdam sociale geografie en werd daarna beroepsdiplomaat. Hij noemt de huidige Nederlandse politiek ten aanzien van zijn geboorteland „emotioneel en weinig pragmatisch. Misschien heeft het iets te maken met de moeilijke binnenlandse politieke situatie in Nederland.”

Volgens de topman van de OAS zou Den Haag er veel beter aan doen „kanalen naar de Surinaamse regering open te houden. Het isoleren van Suriname kan ertoe leiden dat leiders ondemocratisch gedrag gaan vertonen. Nederland moet de deur niet dichtgooien, maar de realiteit erkennen.” En die werkelijkheid is volgens Ramdin dat een soeverein volk democratisch Bouterse heeft gekozen. „Als je dat niet voluit accepteert, beledig je het Surinaamse volk.”

De Haagse opstelling mobiliseert Surinamers om stelling te nemen tegen Nederland, denkt Ramdin. „Steeds meer Surinamers denken nu: he, Bouterse heeft eigenlijk wel een punt. Nederland werkt de radicalisering in de hand.”

Dat Bouterse afgelopen donderdag Nederland in woord en gebaar schoffeerde tijdens zijn inauguratie noemt Ramdin ook onverstandig. „Ik snap de frustratie van Bouterse, maar hij zou geen vijanden moeten zoeken, maar verbintenissen. De Surinaamse reactie is evenwel conform het diplomatieke beginsel van reciprociteit.”

De topdiplomaat van de OAS zegt desgevraagd bereid te zijn te bemiddelen tussen Suriname en Nederland om de verhoudingen vlot te trekken. „Indien beide landen dit willen, ben ik bereid te helpen om de dialoog te herstellen. Er moeten openingen worden gecreëerd. Dat zal overigens niet eenvoudig zijn, want de ruzie is eigenlijk al te ver geëscaleerd”, zegt Ramdin, die eerder deze week als afgevaardigde van de OAS nog twee uur sprak met Bouterse.

Ramdin zegt dat het overigens geen toeval is dat geen enkel staatshoofd bereid bleek op de uitnodiging van Suriname in te gaan om deze week de installatie van de president bij te wonen. „Het is een signaal vanuit de internationale omgeving. Dat is begrijpelijk, want het gebeurt niet elke dag dat een militair die eerder een staatsgreep pleegde, later democratisch wordt gekozen tot president. In de Amerikaanse regio bestaan aarzelingen over Bouterse. Men weet nog niet hoe men zich tegenover Suriname moet opstellen. De Latijns-Amerikaanse en Caraïbische landen willen eerst eens zes maanden aankijken hoe het beleid van president Bouterse zich zal ontwikkelen.”