Merkel gesterkt door Duitse bbp-groei

Het is zojuist moeilijker geworden om Angela Merkel de les te lezen. Maandenlang hebben de Europese partners van de bondskanselier haar aanhoudend – en tevergeefs – gesmeekt de economie te stimuleren. Doof voor die pleidooien heeft ze koppig vastgehouden aan een havikachtig begrotingsbeleid en haar streven om het begrotingstekort terug te dringen geïntensiveerd. Maar tegelijkertijd is het Duitse bruto binnenlands product in het tweede kwartaal van dit jaar met een verbluffende 2,2 procent gegroeid. Dat is de snelste stijging binnen één kwartaal sinds Duitsland twintig jaar geleden werd herenigd.

Economen haasten zich nu om hun schattingen opwaarts bij te stellen, waarbij sommigen voorspellen dat de Duitse groei in 2010 zelfs hoger kan uitkomen dan 3 procent. De regering zegt al gelukkig te zijn met 2 procent. En wat goed is voor Duitsland is ook goed voor de rest van Europa. De groei van Frankrijk in hetzelfde kwartaal was ook beter dan verwacht, maar bleef steken op een trage 0,6 procent.

Alom werd verwacht dat het mondiale herstel, in samenhang met de daling van de koers van de euro, de Duitse export zou stimuleren. De vraag naar de industriële producten van het land is nog even groot als altijd, en de Duitse industriële machine is zorgvuldig afgesteld om aan de wensen van zijn mondiale klanten te voldoen. Maar uit de cijfers blijkt dat ook de binnenlandse consumptie stijgt, en dat de investeringen aantrekken. Dit betekent dat de Europese economie nóg afhankelijker is geworden van Duitsland.

De Europese Unie verandert in rap tempo in een economie met drie snelheden, waarbij Duitsland een klasse apart is. Frankrijk en Italië doen hun best om mee te komen, terwijl de landen met de grootste begrotingsproblemen – Spanje, Griekenland, Engeland – achterop raken nu ze zich richten op het terugdringen van hun begrotingstekorten en het verlagen van hun schulden.

Duitsland lijkt gouden tijden tegemoet te gaan, omdat de sterke groei er toe zal bijdragen dat het begrotingstekort dit jaar daalt. Maar er is nog geen enkel teken dat Merkel haar begrotingsdiscipline zal versoepelen, en de gevolgen van haar bezuinigingen zullen zich eind dit jaar laten voelen. Bovendien zal het op de export leunende model van Duitsland worden getroffen als de groei van in China en de VS vertraagt.

Er schuilt enige ironie in het gegeven dat de grootste voorstander van een sterke euro de voornaamste profiteur van de zwakte van die munt is geworden. Maar het is zeker dat Merkels hand in het aanhoudende Europese debat over het economisch beleid zojuist alleen maar krachtiger is geworden.

Pierre Briançon