Hoezo geen fascisten in de Duitse politiek?

Wat moet de lezer nu met het betoog van Meindert Fennema, ‘Waarom ideeën Wilders niet gedogen?’ (Opiniepagina, 6 augustus)? Zo komt hij met de opvatting dat Nederland, net als Duitsland, aanhangers van het fascisme niet toelaat in de politiek. Als hoogleraar politieke theorie zou hij toch moeten weten dat in Duitsland na de oorlog een 5-procentdrempel is ingebouwd om met name de communisten te verhinderen aan de nationale politiek mee te kunnen doen. Diverse kleine neofascistische partijen konden gewoon deelnemen aan lokale en nationale verkiezingen. In Nederland is in de jaren vijftig de Nationaal Europese Sociale Beweging (NESB) verboden, omdat deze partij als een voortzetting van de na de oorlog verboden Nationaal Socialistische Beweging (NSB) werd beschouwd. Waarschijnlijk vindt Fennema dat, met de ogen van nu, een ernstige aantasting van de rechtsstaat.

Fennema’s bewering dat Mein Kampf verboden is, is te kort door de bocht. De copyrighthouders van de Duitse editie, in dit geval de deelstaat Beieren, verbieden een herdruk, evenals de copyrighthouders van de Nederlandse vertaling, de Nederlandse staat. In elke grote bibliotheek is dit werk in te zien en te bestuderen; hoezo verboden? Een goede wetenschappelijke editie is zo langzamerhand wel op zijn plaats. En als het over godsdienst gaat, is Fennema echt de weg een beetje kwijt; hij is klaarblijkelijk van mening dat je de islam kunt vergelijken met de satanskerk en scientology. Hieruit blijkt wel dat hij als zelfverklaard ‘niet-godsdienstige’ niet weet waarover hij het heeft.

David Barnouw

Amsterdam