Het vlees is land geworden

Beeldende kunst: LAND. T/m 5 september in het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur, Spoorlaan 21 in Tilburg. www.bkkc.nl ****

In het BKKC, een expositieruimte naast het NS-station in Tilburg, laten vijf Nederlandse fotografen hun licht schijnen op het landschap. Het mooie is dat ze alle vijf een andere invalshoek hebben, zodat op de bescheiden tentoonstelling LAND toch een grote verscheidenheid te zien is. L.J.A.D. Creyghton hanteert het meest vertrouwde perspectief: hij fotografeert op ooghoogte, daar waar de horizon ligt.

Een kaarsrechte, kale lijn scheidt een bewolkte lucht van het schemerige Groningse wad. In sferische, grofkorrelige foto’s van de Dommel bij Den Bosch en een water bij Empel is de horizon grotendeels aan het zicht onttrokken. Maar je weet dat ze er is, de scheidslijn tussen lucht en land, wat zich boven die lijn tegen de lucht aftekent wordt eronder door het water weerspiegeld.

Hetzelfde gegeven gebruikt Paul Bogaers op een abstracte manier. Bogaers werkt veel met gevonden foto’s en toont in Tilburg twee series gereproduceerde oude ansichtkaarten. Zwart-witfoto’s van Brabantse vennen met bomen aan weerszijden van de waterspiegel heeft hij gekanteld en boven elkaar gehangen: de liggende strepen tussen land en water zijn samen één staande streep geworden, de horizontalen een verticaal. De waterspiegel is nu een stam, met de bomen links en rechts als takken. In de serie Les vacances de M. Rorschach (2009) zijn zes oude ansichten van bergmeren een kwartslag gedraaid. Door de spiegels rechtop te zetten heeft Bogaers de gespiegelde bergen en bomen bijna onleesbaar gemaakt. Vlekken zijn het. Uitstulpingen. Alsof je in een caleidoscoop kijkt.

Ook in het werk van Gerco de Ruijter is het landschap iets abstracts. De Ruijter maakt vogelvluchtfoto’s door zijn camera aan een vlieger te bevestigen. De vangst wordt dus voor een deel door het toeval bepaald, maar uit zijn selectie spreekt een duidelijke voorkeur voor landschappen die niet onmiddellijk als zodanig te herkennen zijn. In Tilburg hangt een bovenaanzicht van een akker of zandvlakte, waarin een ploeg of andere machine een strak patroon van diagonalen heeft getrokken. Naast deze geometrisch-abstracte foto hangt een lyrisch-abstract beeld van witte krassen en slierten op een donkere ondergrond. Sporen van schaatsers op natuurijs.

Wout Berger blijft dicht bij de grond. De microkosmossen die hij fotografeert zijn landschappen op zichzelf, vergezichten in het klein. Een blad of bloemetje geeft de kijker een idee van de schaal, maar als die houvast ontbrak zou je – net als bij De Ruijters vliegerfoto’s – niet begrijpen waar je naar keek.

De vijfde exposant, Levi van Veluw, maakt zijn landschappen zelf. Ze ontstaan in zijn hoofd – en eróp. Voor twee grote zelfportretten liet hij zijn hoofd beplakken met de miniatuur-natuur die ook in maquettes en modelspoorbanen wordt gebruikt. Als je er à la Wout Berger op inzoomt, oogt het best natuurlijk, tot je tussen het mos en de boompjes ineens op twee grote mensenogen stuit. Het vlees is land geworden. Maar als je dan die ogen ziet, dan vraag je je wel af: wat gaat er in dat land om? Waar denkt een landschap aan?