Het is een vuilnisvat, maar ik houd ervan

Nederland moet prudent met de nieuwe Surinaamse werkelijkheid omgaan en niet roepen dat Bouterse alleen welkom is om hier zijn straf uit te zitten, vindt Gerard van Westerloo.

Ooit, Suriname moest nog onafhankelijk worden, voer ik met mijn vriend André Pakosie over de Marowijnerivier naar Drietabbetje. Ter hoogte van Langatabbetje, hoofdplaats der Paramakkaners, nam André op de voorplecht plaats en schalde hij uit volle borst enkele regels van de dichter Dobru over het water. Het was een wonder hoe de stem van Pakosie de stem van Dobru kon imiteren. ‘Suriname’, donderde hij. ‘Je bent een vuilnisvat. Ik houd van jou!’

Behalve André Pakosie had ik nog een dierbare vriend in Paramaribo: Jozef Slagveer. Hij dreef een persbureau, Informa geheten, en dat zorgde elke dag zo rond een uur of vier voor een gestencild blaadje waarop de hoofdlijnen van het Surinaamse nieuws stonden. Eindeloos veel uren heb ik bij Jozef op zijn kantoortje doorgebracht. Dan zat hij met twee telefoons tegelijk te bellen. Op de ene had hij bisschop Aloysius Ferdinandus Zichem van Paramaribo aan de lijn en op de andere minister-president Henck Arron. En dan dreef hij de een tot dolle woede door hem, met een van oor tot oor lachend gezicht, een gemeen citaat van de andere voor te houden. Als hij uitgebeld was, lagen we allebei onder zijn bureau van de lol in ons vak.

Dat was 1975.

In 1982 was Jozef Slagveer dood. Vermoord door Desi Delano Bouterse, de man die tot president van het land is gekozen. Op 8 december van het jaar 1982 is Jozef Slagveer, getransformeerd van voorstander van de coupplegers tot tegenstander, door zijn beulen in elkaar geslagen en daarna voor de televisie tot een bekentenis gedwongen. Ik heb die nacht gehuild om hem, in de zekerheid dat hij het er niet levend vanaf zou brengen.

Ik kan slecht wennen aan de gedachte dat de man die zich uitdrukkelijk voor de moord op deze door en door Surinaamse Surinamer verantwoordelijk gesteld heeft, nu de president van het land is. Tijdens een van mijn latere bezoeken aan Suriname ben ik de rivier overgestoken naar Frans Guyana om de vluchtelingen te ontmoeten die daar, na de moordpartij van dezelfde Bouterse in Mooiwanna, hun toevlucht gezocht hadden. Dankzij de zojuist beëdigde Surinaamse president leefden ze een ellendig bestaan in den vreemde.

Algemeen wordt aangenomen dat het de jeugd van Suriname is die Bouterse in het zadel heeft geholpen. Onder zijn aanhangers geldt de NDP, de partij van Bouterse, als de enige niet-raciale beweging binnen de landsgrenzen. Daar zit veel waarheid in. De andere bevolkingsgroepen hebben allemaal hun eigen partijen, keurig verdeeld op etnische grondslag. De Creolen van Suriname hebben hun NPS, de Hindostanen hun VHP, de Javanen hun Pendawa Lima en de bosnegers hun Brunswijk. De vorige president van het land, Runaldo Ronald Venetiaan, is er niet in geslaagd om de jeugd van Suriname voldoende historisch besef bij te brengen. Jarenlang heeft hij het niet aangedurfd om de verantwoordelijken voor de moorden van 8 december voor de rechter te brengen. Een sterke regeringsleider was Venetiaan niet. Hij was meer een man die de harmonie zocht, ook waar die niet was te vinden.

Binnen de stroming die Bouterse tot president heeft gekroond, gaat het voor vooruitstrevend door om je, 35 jaar na de onafhankelijkheid, te bedienen van een postkoloniaal jargon als werd het land nog altijd vanuit Den Haag geknecht. En toch blijf ik houden van dat land dat me zoveel vrienden geschonken heeft en zoveel zoete herinneringen. Als ik dezer dagen aan Suriname denk, dan zie ik Biemla Gajadien, een bij ABC werkzame uitzonderlijk goed geïnformeerde radioverslaggever voor me. Als vriendin van de oude president Venetiaan heeft ze een dodelijk scherpe kijk op vele hooggeplaatste figuren in haar Suriname. Ze is zo’n verslaggever die over alle vooraanstaanden onder haar landgenoten als het ware een dossier in het blote hoofd paraat heeft. Ook op haar heb ik nooit vergeefs een collegiaal beroep gedaan.

Ik weet het. Op de verkiezing van Desi Delano Bouterse is uit democratisch oogpunt weinig of niets aan te merken. Ik weet ook dat Nederlanders, als het om Suriname gaat, bijna altijd de neiging vertoond hebben om op de verkeerde man te gokken. Dan steunde Den Haag politieke randfiguren als Chin A Sen, zonder het besef dat de werkelijke macht ook toen al bij Bouterse lag.

Natuurlijk moet Nederland prudent met de nieuwe Surinaamse werkelijkheid omgaan. Het heeft geen zin om hardop te roepen dat Bouterse alleen in Nederland welkom is als hij hier zijn straf komt uitzitten. Het is zelfs nog maar de vraag of er voor zulke spierballentaal een juridische basis is. Nog niet zo heel lang geleden is er een eind gekomen aan de contractuele verplichtingen die Nederland na de onafhankelijkheid is aangegaan. Met enige overdrijving kun je zeggen: eindelijk ligt Suriname in Zuid-Amerika.

Mij valt het zwaar om Suriname geluk te wensen met een president die in Nederland tot elf jaar cel is veroordeeld. En die Jozef Slagveer vermoord heeft. Inderdaad. Een vuilnisvat. Maar ik houd er wel van.

Gerard van Westerloo is medewerker van NRC Handelsblad. Na de moorden van 1982 heeft hij een jaar lang in Vrij Nederland over dat land geschreven. Hij heeft drie boeken over Suriname gepubliceerd, uitgegeven door De Bezige Bij.