'Een festival moet niet bang zijn mensen weg te jagen'

Vrijdag begint Lowlands, het veelzijdigste popfestival van Nederland. Directeur Eric van Eerdenburg veranderde de koers. ‘Er liepen hier te veel mensen rond die op een ander festival thuis hoorden.’

Hij houdt kantoor in een grote stal en voert zijn besprekingen het liefst buiten, aan een houten picknicktafel, naast twee paarden. Die paarden zijn volgend weekeinde, als Lowlands begint, verdwenen. De geiten van de naburige kinderboerderij, die normaliter in de stal staan, zijn vorige week al weggebracht.

Sinds 2000 is Eric van Eerdenburg (49) directeur van Lowlands, Nederlands belangrijkste popfestival. Maar het draait niet om grote artiesten. Het festival heeft zijn reputatie te danken aan een mix van muziek, cultuur, politiek en wetenschap. En aan een bijzonder saamhorigheidsgevoel, door adepten het ‘Lowlands-gevoel’ genoemd.

Dat gevoel manifesteerde zich bijvoorbeeld in 1995, toen voormalig premier Ruud Lubbers werd onthaald met enthousiaste spreekkoren (‘Ruudje Ruudje’), maar ook in 1998 toen aan het einde van een snikhete editie een heus sinaasappelgevecht uitbrak, waarin honderden bezoekers elkaar met uitgeperste schillen bekogelden.

Lowlands vindt, traditiegetrouw, in het derde weekeinde van augustus plaats, nabij Biddinghuizen in de Flevopolder. Van Eerdenburg bestiert het festival samen met Ronnie Hoogh Antinck, die zich voornamelijk over de logistiek buigt. Hijzelf is verantwoordelijk voor de inhoudelijke kant van het festival, de marketing en de financiën.

In weinig herinnert het kantoor aan de geitenstal die het onlangs nog was. Op de grond ligt nu vloerbedekking, aan de muur hangen weersvoorspellingen en bij de koffieautomaten ligt koek, cake en fruit. En overal staan opengeslagen laptops.

Anderhalve week voor het begin van het driedaagse popfestival is de opbouw in volle gang. Over de doorgaande weg ligt een loopbrug, die volgend weekeinde de 55.000 bezoekers van de camping naar het festival moet brengen.

Van Eerdenburg neemt nog een slok koffie en zucht. „Lowlands is een logistiek monster. Er is niets. We moeten alles aanvoeren. Er komen in totaal elfhonderd vrachtwagens. Dat moeten we wel in goede banen leiden, anders staan hier vijfhonderd trucks die op hetzelfde moment het terrein op willen.”

Hij heeft altijd naar muziek geluisterd. In zijn vroege jeugd hoorde de directeur, die werd geboren in het dorp Een in Drenthe, flarden muziek overdrijven van de naburige boerderij: Neil Young en The Who. In de jaren zeventig ging hij uit in de stad Groningen, op de fiets. In de jaren tachtig raakte hij verzeild in de Amsterdamse kraakbeweging en werkte hij in club Mazzo, waar hij luisterde naar de alternatieve ‘soundtrack van de jaren tachtig’, naar Gang of Four, Echo & the Bunnymen, Talking Heads en Grace Jones.

Direct na de middelbare school stortte hij zich op een muzikale carrière. Hij droomde ervan om muzikant te zijn. En ja, hij werd gitarist in een band, waarmee hij door Nederland toerde en, sporadisch, door Europa. Maar hij ontbeerde het talent om ‘het te maken’ en zocht zijn heil aan de organisatorische kant van de popmuziek.

Van Eerdenburg begon een eigen boekingskantoor, plugde plaatjes bij radiodiskjockeys in Hilversum, ontdekte nieuw talent en werkte bij een platenlabel. In 2000 werd hij directeur van Lowlands, een festival van concertpromotor Mojo. Er gloorde een gouden toekomst, maar niet lang daarna ging het mis. De bezoekcijfers zakten in elkaar, tot 43.000 mensen in 2003.

Het is aan die tijd, zegt hij, dat hij de slechtste herinneringen bewaart.

U hebt ooit gezegd dat u richting aan het festival geeft. Hoe doet u dat?

„Ja, soms belanden we op een kruispunt. Dan geef ik de richting aan. In 2002 hadden we net ons tienjarig bestaan achter de rug, en het ging niet goed. Lowlands was te groot geworden, de concurrentie met andere, buitenlandse festivals was te sterk waardoor we niet langer de artiesten konden boeken die we wilden. En tot overmaat van ramp liep onze harde kern weg.”

Maar u hield toch genoeg bezoekers over?

„Het publiek van Lowlands bestaat uit drie groepen. De kenners vormen de eerste groep. Zij zijn de kern. De tweede groep bestaat uit volgers, de derde groep wordt gevormd door mensen die er graag bij horen. Maar vertrekt de eerste groep, de kern, dan valt de bodem uit je festival. Dat overkwam ons.”

Had dat met u te maken? U trad tenslotte in 2000 aan als directeur.

„Ik voer wellicht te veel op de bestaande koers, hoe het altijd was gegaan. Maar na het debacle in 2002 werd het duidelijk dat ik hard moest ingrijpen. Dat heb ik gedaan. Ten eerste hebben we het festival een week naar voren gehaald, zodat het niet meer plaatsvond in het laatste weekeinde van augustus, waardoor we niet meer hoefden te concurreren met buitenlandse evenementen, vooral het Engelse Reading festival. Daardoor konden de betere hoofdacts terug komen. Ten tweede zijn we ons gaan concentreren op de spannende kleinere acts. Ten slotte hebben we het platte vermaak eruit gegooid, dat speelde zich voornamelijk in de Foxtrot-tent af.”

Dat werd u soms niet in dank afgenomen, zeker het sluiten van de Foxtrot niet.

„Nee, maar ik heb sindsdien geen angst meer om in te grijpen. Sterker, ik vind het wel grappig om die boze reacties op internet te lezen. Mensen hechten aan hun iconen. Maar als ik het festival niet verander, neemt men mij dat ook kwalijk. En dan is het te laat.”

Waarom hebt u besloten de politiek binnen te halen, in de vorm van Lowlands University en Coolpolitics?

„Daarbij zijn we, net als bij de veranderingen na 2002, uitgegaan van onze eigen interesses. We willen niet alleen een popfestival zijn; we zijn een festival dat zich richt op jonge culturen. Daar valt muziek onder, maar ook duurzaamheid, literatuur, politiek, wetenschap.”

Is die bredere interesse onontbeerlijk voor het festival?

„Het idee voor Lowlands is eind jaren tachtig ontstaan, uit onvrede met de toenmalige muziekindustrie. Michael Jackson stond op ieder Pepsi-blikje; de Rolling Stones reden in Volkswagens rond; popfestivals werden aangekleed als een Formule 1-festijn. Het was niet leuk meer. Een aantal mensen heeft toen besloten een festival te organiseren waar ze zelf naar toe zouden willen gaan. Dat is een heel duidelijk anker om je aan vast te houden. Nog steeds.

„Bovendien, met de introductie van politiek en wetenschap op Lowlands hebben we niet alleen mensen aangetrokken maar ook weggejaagd. En dat was goed; een festival moet niet bang zijn om mensen weg te jagen. Er liepen hier op een gegeven moment te veel mensen rond die meer op een ander festival thuis hoorden.”

Ontbeerden zij het zo geroemde Lowlands-gevoel?

„Het Lowlands-gevoel bestaat eruit dat je samen bent met bezoekers die dezelfde interesses hebben. De sfeer en het publiek zijn belangrijker dan een overvolle Alpha-tent, de grootste tent op het festival. Het Lowlands-gevoel wordt ook gevormd door het feit dat je drie dagen samen bent, zonder dat daar nieuwe mensen bij komen. We hebben het er na onze tegenvallende bezoekcijfers in 2002 wel over gehad om dagkaarten te gaan verkopen, maar hebben toen besloten ons verlies te nemen. Dat is een goede beslissing geweest.”

En dit jaar was het festival in acht dagen uitverkocht. De programmering was nog niet eens bekend.

„Dat baart me ook zorgen. Het Lowlands-publiek is loyaal. Het koopt zijn kaarten direct. Maar nieuwe aanwas blijft op deze manier uit. In februari, toen de kaartverkoop startte, hadden die kids echt hun geld nog niet bij elkaar. Vandaar dat ik tienduizend kaarten apart houd voor houders van een CJP-kaart. Die verkopen we langzamer, maar uiteindelijk raken we ze wel kwijt.”

Het publiek groeit met jullie mee. Het wordt ieder jaar ouder. Houdt u daar rekening mee?

„Het poppubliek wordt ouder, net als de popartiest. De leeftijd ligt ruwweg tussen de twaalf en zeventig jaar. Maar zijn mensen eenmaal de vijftig gepasseerd, dan gaan ze bijna niet meer naar een festival.

„We zien wel Lowlands-gangers van het eerste uur terugkeren, deze keer met hun puberkinderen. Voor hen zetten we een enkele oudere popact neer, zoals Nick Cave, Iggy Pop en dit jaar The Specials. Maar dat gaan we zeker niet overdrijven. Bovendien, een nieuwe band als The National spreekt de oudere popliefhebber ook aan.”

Maar de Lowlands bezoeker blijft wel blank. Het festival trekt nauwelijks allochtoon publiek.

Lachend: „Surinamers kamperen niet zo snel. Mijn Surinaamse ex-vriendin zei ooit: ‘We hebben vijftig jaar in hutten gewoond. Dan gaan we nu niet kamperen.’ Rock is ook niet zo geschikt voor een gekleurd publiek. Het enige multiculturele festival in Nederland is eigenlijk North Sea Jazz, maar daar hoor je nooit iemand over. Waar de gesubsidieerde sector enorm zijn best voor doet, gebeurt daar gewoon. Maar ja, jazz, funk en r&b hebben duidelijk meer ‘roots’ bij het gekleurde publiek.”

In 1992 was Lowlands een van de weinige popfestivals. Nu is er een wildgroei aan festivals. Trekken zij geen mensen weg?

„Nederland kent veel leuke festivals: Into The Great Wide Open, Motel Mozaïque, Five Days Off. En hoewel we in dezelfde vijver vissen, vinden die evenementen plaats in een andere periode van het jaar. Daardoor kunnen we prima naast elkaar bestaan.”

Wat vindt u het mooiste festival?

„Glastonbury. In Engeland. Ik ben jaloers op de ruimte daar. Wij zetten twee tipi’s neer, en dat is leuk voor de sfeer, maar zij zetten 250 tipi’s neer. Of ze laten vierhonderd mensen jongleren met vuurpotjes op een heuvel. Dat maakt het heel feeëriek. Wij hebben daar de ruimte niet voor. Bovendien, we zouden de vergunningen ook niet krijgen.”

Aan welk moment op Lowlands bewaart u de beste herinneringen?

„Dan denk ik niet aan een individuele band, maar aan de saamhorigheid. Als ik op zaterdagavond over het veld loop, als ik alle lampjes zie branden, als iedereen zich vermaakt, dan denk ik: dát is het Lowlands-gevoel.”

En de slechtste herinneringen?

„Aan het jaar 2002, toen het festival niet van de grond kwam. En ik vrees de weersomstandigheden. We zitten hier toch met 55.000 man, en als de bliksem inslaat, wat wel eens is gebeurd... Dat zijn angstige momenten.”