Duopolie op komst in openbaar busvervoer

Het openbaar busvervoer in Nederland ontwikkelt zich in de richting van een duopolie. Een Duits en een Frans bedrijf beheersen binnenkort de markt.

Lolke van der Heide

„Een olifant eet je op in kleine hapjes”, zegt Bruno Bruins, lid van de raad van bestuur van openbaar vervoerbedrijf Connexxion. Hij verwijst naar de voorgenomen fusie tussen Transdev, de Franse grootaandeelhouder van Connexxion, en het eveneens Franse Veolia Transport. De Europese Commissie hield de eenwording deze week vooralsnog tegen, omdat er een te grote machtsconcentratie zou ontstaan in Nederland en Frankrijk. Maar Bruins gaat ervan uit dat de fusie er toch komt, alleen iets later dan de bedrijven hadden gewild.

Een woordvoerder van Veolia Nederland bevestigt dat de geplande fusie niet is afgeblazen. „Voor zover wij weten gaan de besprekingen gewoon door.” Het samengaan van de activiteiten van Veolia en Transdev buiten Frankrijk en Nederland keurde de Commissie wel alvast goed.

Als het tot een samensmelting van Veolia en Transdev komt, betekent dit dat de Nederlandse markt voor bus- en regionaal openbaar vervoer zal worden beheerst door twee grote conglomeraten: Arriva/ Deutsche Bahn en Veolia/Connexxion. Het voorheen Britse Arriva kwam deze week volledig in handen van Deutsche Bahn (DB), de Duitse staatsspoorwegen. Daar gaf ‘Brussel’ wel toestemming voor. Deutsche Bahn is wel verplicht de activiteiten van Arriva in Duitsland af te stoten.

DB, dat trein- en busvervoer en goederentransport verzorgt, had in 2009 een omzet van 29 miljard euro. Arriva had in 2009 een omzet van 3,14 miljard pond (3,8 miljard euro). Veolia, dat behalve in de vervoerssector ook actief is in afvalverwerking, watervoorziening en energie, had vorig jaar een omzet van 34,5 miljard euro en Transdev van 3,6 miljard euro.

Door de fusies en overnames in het busvervoer dreigen de weinige kleinere bedrijven die nog over zijn in Nederland, zoals Qbuzz, te worden vermalen tussen de twee marktleiders. „De vraag is of dan nog wel sprake is van concurrentie”, zegt Enne de Boer, vervoersanalist aan de Technische Universiteit Delft. „Ik zit met ergernis te kijken naar deze ontwikkelingen.” Het is van tweeën één, vindt De Boer: openbaar vervoer dat geheel in handen is van de Staat óf concurrentie. „Marktwerking is mooi, maar werkt niet meer als er te weinig partijen zijn, dan verdelen ze de markt.” Door het vrijgeven van het openbaar vervoer is de kwaliteit ervan wel toegenomen, zegt De Boer. „Zo heeft Veolia heel mooie nieuwe treinen.”

Ook Rover, de belangenorganisatie voor passagiers in het openbaar vervoer, is niet onverdeeld gelukkig met de fusiegolf. „Wij zien het openbaar vervoer als een publieke zaak”, zegt een woordvoerder. „Straks hebben we voor het busvervoer te maken met twee grote bedrijven in buitenlandse handen. Dat is zorgelijk. Er moet scherp toezicht op worden gehouden.” Rover zegt dat de openbare aanbestedingen voor busconcessies in sommige regio’s al zo weinig inschrijvers krijgen dat er van aanbesteden nauwelijks sprake is.

Bruno Bruins (Connexxion) denkt dat het allemaal wel mee valt: „Transdev is niet onze enige aandeelhouder. De Nederlandse Staat heeft ook nog 33 procent.” Hij prijst het systeem van aanbesteding en marktwerking, dat sinds 1 januari 2001 van kracht is. „Hierdoor is het busvervoer 10 tot 15 procent goedkoper geworden, zonder dat de dienstregeling slechter is geworden.” De concessies houden in dat één aanbieder per traject of gebied het contract wordt gegund, voor een afgesproken periode, tussen de zes en tien jaar. De meeste concessies hebben betrekking op buslijnen, maar ook enkele regionale treinverbindingen zitten in het systeem.

Een uitzondering is gemaakt voor het hoofdnet op het spoor: NS heeft hiervoor tot 2015 het gebruiksrecht. Daarna is voor het hoofdnet eveneens marktwerking voorzien. Ook het stadsvervoer in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag is nog niet vrijgegeven voor de markt; hier maken gemeentelijke vervoersbedrijven sinds jaar en dag via onderhandse aanbesteding de dienst uit.

Aanbesteding voor de drie grote steden was wel gepland, maar eind 2007 besloot de regering de verantwoordelijkheid te leggen bij de gemeentebesturen, die alle hebben vastgehouden aan de bestaande situatie. Dit is de commerciële vervoerders een doorn in het oog. „Het openbaar vervoer in de grote steden bungelt met hun rapportcijfers onderaan”, zegt Bruno Bruins van Connexxion. Toenmalig staatssecretaris Huizinga (Verkeer, ChristenUnie) bepaalde in 2007 dat het vervoer in de grote steden wel ‘marktconform’ diende te werken, maar het toezicht hierop bleef onduidelijk. Mogelijk dat een nieuwe regering, met VVD en CDA, de stedelijke aanbesteding weer op de agenda zet – beide partijen waren steeds voor.

Intussen lonkt Connexxion naar verdere uitbreiding van zijn werkterrein. Het bedrijf uit Hilversum exploiteert naast de buslijnen één spoorlijn, tussen Ede/Wageningen en Amersfoort. „Het vervoer op de ‘kippenlijn’ is met 30 procent gestegen sinds wij de exploitatie in 2006 overnamen”, zegt Bruins. Connexxion wil nu ook treinvervoer verzorgen tussen Utrecht en Amersfoort en tussen Ede/Wageningen en Arnhem. „We zijn daarover in gesprek met NS. Ze hebben er wel oren naar.”