De orang-oetanpantomime

Als orang-oetan Siti geen zin heeft om zelf een kokosnoot te openen, doet ze voor wat ze wil dat haar verzorger doet.

Orang-oetans zijn gewiekster dan gedacht: ze kunnen toneelspelen om iets gedaan te krijgen. Ze beelden een serie handelingen uit en spelen daarbij bijvoorbeeld dat ze iets zelf niet kunnen. Ze doen vervolgens alsof ze verslagen zijn en vragen dan om hulp. Werkt dat niet, dan voeren ze het toneelstukje nog eens op, maar dan uitgebreider. Dat schrijven twee Canadese onderzoekers deze week in Biology Letters (9 augustus online). Ze benadrukken dat de apen dit gedrag niet van hun menselijke verzorgers hadden geleerd, maar dat ze het spontaan vertoonden – wel hoofdzakelijk tegenover hun verzorgers, maar in een enkel geval ook naar elkaar. Deze vorm van complexe communicatie is nooit eerder bij dieren aangetoond.

Orang-oetan Siti wil bijvoorbeeld graag de inhoud van een kokosnoot opeten, zo blijkt uit een videofilmpje. Volgens hoofdonderzoeker Anne Russon, psycholoog aan York University in Toronto, kan Siti best zelf een kokosnoot openbreken. Maar het is natuurlijk makkelijker als de verzorger dat voor haar doet. Die helpt de orang-oetans soms een handje met zijn machete. Siti gaat daarom met de kokosnoot voor de verzorger zitten. Ze peutert halfslachtig met een stok aan de kokosnoot. Zou ze echter zelf serieus proberen een kokosnoot te openen, dan zou ze nooit een stok gebruiken. Het filmpje laat zien dat Siti al snel letterlijk haar hoofd laat hangen. Volgens Russon doet ze alsof ze verslagen is. Dan geeft ze de kokosnoot aan de verzorger. Die reageert niet. Siti maakt haar verzoek daarom explicieter: ze doet alsof de stok een machete is en slaat er een aantal keren mee op de kokosnoot, terwijl ze de verzorger strak aankijkt.

Russon en haar mede-auteur Kristin Andrews, die filosoof is, spreken van pantomime: het uitbeelden of na-spelen van handelingen met een bepaald doel. Dat is complexer dan enkel het maken van gebaren. Van primaten in gevangenschap is bekend dat ze gebarentaal kunnen leren. Chimpansee Nim Chimpsky, vernoemd naar taalkundige Noam Chomsky, leerde 125 gebaren en kon daar zelf nieuwe combinaties mee maken. Analyse toonde echter aan dat Nim Chimpsky de gebaren slechts als eenvoudige verwijzingen gebruikte en dat er geen sprake was van enige vorm van grammatica. Bovendien waren de gebaren hem door mensen aangeleerd. De orang-oetans van Russon en Andrews, alle in een opvangcentrum in Indonesië, vertoonden hun pantomime daarentegen spontaan.

Volgens de onderzoekers heeft de pantomime verschillende eigenschappen die karakteristiek zijn voor taal, bijvoorbeeld doelgerichtheid, samengesteldheid en systematiek. Bovendien, zo schrijven ze, laten ze een abstract denkniveau zien. De orang-oetans deden alsof, verplaatsten zich in de denkwereld van een ander (“Wat kan ik doen om mijn verzoek te verduidelijken?”), en speelden gebeurtenissen na. Orang-oetan Kikan gebruikte bijvoorbeeld een boomblad om uit te beelden hoe de verzorger een week tevoren een snee in haar voet had verbonden. Voordat ze haar toneelstukje opvoerde, vroeg ze nadrukkelijk om de aandacht van die verzorger.

Het is de vraag, aldus de onderzoekers, of orang-oetans dergelijk complex gedrag ook in het wild vertonen, maar in elk geval levert het onderzoek een aantal nieuwe inzichten op in communicatie bij primaten.