De Ieren ontvluchten hun eiland weer

Leegstaande huizen en bankschulden zijn al wat rest van de Ierse hausse. De belastingbetaler draait op voor de kosten. Een opstand is er niet. Wel kiezen sommige Ieren weer voor de traditionele ontsnappingsroute: emigratie.

‘Hebben jullie nog tips, jongens?” De Ierse premier Brian Cowen van de centristische partij Fianna Fail probeerde er het beste van te maken toen hij eind juli op hét zomerfestival van Ierland, de Galway Races, begroet werd door een grote groep verslaggevers en fotografen. Cowen koestert een diep wantrouwen jegens de pers, die alleen maar onaardige dingen over hem en zijn partij schrijft. Het is de pers ook die in feite een eind heeft gemaakt aan een jarenlange traditie: de befaamde Fianna Fail hospitality tent op de renbaan, waar de duurste champagne eindeloos vloeide en Ierse kabinetsleden, bankiers, grootindustriëlen en aannemers elkaar jaarlijks op de schouder konden slaan in de wetenschap dat de ene hand de andere waste.

Het is niet meer. De kopstukken uit het zakenleven zijn (bijna) failliet of moeten voor een tribunaal uitleggen wat ze met hun geld – dan wel het geld van de Ierse belastingbetaler – hebben gedaan. Fianna Fail erfde de snel groeiende economie waardoor het land bekend kwam te staan als de Keltische Tijger, maar heeft de erfenis verkwist. Meerdere Fianna Fail-politici zijn in de loop der jaren beschuldigd van corruptie. Nu is de partij zo onpopulair dat Cowen de tent wijselijk heeft afgeschaft.

Verstandig, want Fianna Fail heeft ten minste twee generaties inwoners van Ierland opgezadeld met enorme schulden. De Staat geeft per jaar 15 miljard euro meer uit dan aan belasting binnenkomt en probeert nu 3 miljard per jaar te bezuinigen: ambtenaren, ouders met kinderen en werklozen worden als eersten gekort. De waarde van het eigen huis is in de afgelopen twee jaar met eenderde tot de helft gedaald, de werkloosheid stijgt, massa-emigratie is terug, scholen en ziekenhuizen hebben niet geprofiteerd van de hausse. Wegens zorgen over de overheidsfinanciën verlaagde kredietbeoordelaar Moody’s in juli de kredietwaardigheid van Ierse staatobligaties tot Aa2 – twee treden onder de topnotering. Moody’s noteerde dat de staatsschuld in korte tijd was gestegen van 25 procent van het bruto binnenlands product tot 64 procent, en vooralsnog blijft stijgen. De Staat kan geld lenen tegen 5,5 procent, terwijl Duitsland maar 2,5 procent betaalt.

Eén blik op de plank economie bij boekhandel Waterstone’s in Dublin en de misère springt je tegemoet: Celtic Tiger in Collapse, Banana Republic, Capital Sins en, meest symbolisch, Ship of Fools. Fintan O’Toole, commentator bij The Irish Times en auteur van het laatstgenoemde boek, constateert: „In vergelijking met de opkomst en ondergang van Ierland was (vlucht en neerstorten van) Icarus een toonbeeld van saaie stabiliteit.”

Ierland was tot twintig jaar geleden een van de armste landen van Europa, maar dankzij een gunstig belastingklimaat voor buitenlandse investeerders en het magistraal benutten van elke Europese subsidie – in de tien jaar tot 2008 8,6 miljard Ierse ponden (10,9 miljard euro) uit de structuurfondsen – veranderde het eiland van een agrarisch toeristenparadijs in een moderne, industriële staat. „Om aanspraak te kunnen maken op het regiofonds heeft Ierland zelfs speciaal regio’s verzonnen die het voor die tijd niet had”, zegt de econoom Nat O’Connor van de Thinktank for Action on Social Change (TASC).

O’Connor laat een van de satellietwijken van Dublin zien: een enorm winkelcentrum met alleen doe-het-zelfzaken en goedkope tapijtbedrijven, maar geen kledingwinkel of supermarkt. Aanpalend een woonbuurt van spiksplinternieuwe, blinkend witte blokkendozen, op elkaar gepropt en benauwd klein, en ook hier: geen school, geen supermarkt, geen gezondheidscentrum te bekennen. Planning is een begrip dat in Ierland altijd is verwaarloosd. Een school, een ziekenhuis, een weg – die komen er als de lokale volksvertegenwoordiger een regeringsfunctie heeft weten te bemachtigen en zijn almacht tegenover zijn electoraat wil demonstreren. Dit is nog steeds een land waar de lokale afgevaardigde wordt beoordeeld op zijn aanwezigheid bij de begrafenis van een van zijn kiezers.

Omdat deze buurt vlakbij Dublin is, zijn er tekenen van bewoning, zij het dat O’Connor schat dat deze huizen twee jaar geleden 350.000 euro kostten en nu hoogstens 150.000 waard zijn. Dit soort wijken, soms met de huizen onafgebouwd, soms met de infrastructuur nog niet aangelegd, is door heel Ierland te vinden. Heel vaak staan ze leeg, 350.000 wooneenheden in aantal. En hetzelfde geldt voor hotels, net als de woningen alleen gebouwd omdat een projectontwikkelaar dankzij Fianna Fail alle kosten van zijn project in belastingvoordeel kon terugclaimen en dus bouwde waar hij maar kon. Gevolg? Net als de woonwijken bij de kleinste dorpen, nu ook megahotels op de raarste plaatsen. Geschat overschot aan hotelkamers: circa 150.000. Nog nooit is het zo goedkoop geweest om in Ierland te overnachten. Hotelkamers die twee jaar geleden vanaf 225 euro per nacht waren te boeken, kosten nu 60 euro.

De Fianna Fail-regering liet toe dat de economie voor eenvijfde afhankelijk werd van de onroerendgoedsector. Banken verschaften ongelimiteerd geld. Prijzen, hypotheken, lonen en kosten gingen allemaal omhoog. Twaalf procent van alle banen zat in de bouw. Dublin alleen al veranderde de laatste tien jaar van een wat armoedige, provinciale hoofdstad met oude pubs en een geur als Noord-Brabant in de jaren vijftig – een minister met wie je ooit een keer gesproken had, zwaaide naar je uit zijn dienstauto – in een futurama van glas en roestvrij staal.

Ongebreidelde groei was troef, gefinancierd door banken die nauwelijks aan toezicht waren onderworpen. De feitelijke elite van bankiers, toezichthouders en politici kende elkaar immers en was, vaak via dubbelfuncties, zakelijk en persoonlijk met elkaar verbonden. Cowens voorganger, premier Bertie Ahern, die zich door grote zakenmensen liet betalen voor onder andere de verbouwing van het huis van zijn vriendin, was gul met cadeautjes voor zijn kiesdistrict, Dublin Noord. Er kwam een tram en er waren plannen – nu deels ingetrokken – voor twee metrolijnen: een naar het kiesdistrict van Ahern, een ander naar een nog te bouwen nieuwe stadswijk.

Geen wonder dus dat toen het internationale bankwezen implodeerde, dit in Ierland keihard aankwam. En dat de Fianna Fail-regering in paniek raakte en, om een run op de banken te voorkomen, overhaast besloot alle deposito’s, leningen en obligaties van zes grote banken te garanderen, zonder te weten om welk bedrag dit ging en of het dus wel haalbaar was.

O’Connor: „Wij zijn nu de grootste onroerendgoedbezitter op de planeet!” De vraag is of het de gemiddelde Ier een genoegen doet te weten dat hij op dit moment bijvoorbeeld eigenaar is van drie van de sjiekste hotels in Londen – The Connaught, Claridge’s en The Berkeley Hotel. De overheidsbank waarin tot 82 miljard euro aan dubieuze leningen is ondergebracht (NAMA – National Asset Management Agency) moet proberen op termijn van dat bedrag nog iets terug te halen voor de Ierse belastingbetaler. Ter illustratie: alleen al de Anglo-Irish Bank, Ierlands derde bank, had 73 miljard euro aan (dubieus geworden) leningen in portefeuille, ruwweg eenderde van het Ierse bbp.

Fintan O’Toole, in een column voor The Irish Times, zegt dat hij zich suf piekert om een reden te vinden waarom bijvoorbeeld zijn beide zoons in Ierland zouden moeten blijven. Verwijzend naar de verplichtingen die NAMA elke burger oplegt: „Waarom zou iemand die een andere optie heeft, tien jaar lang vijf, zes uur per week voor niets werken, alleen om de banken te betalen?” En hij rekent voor: 1,9 miljoen mensen aan het werk in de Ierse economie; gemiddeld netto-inkomen 29.500 euro. Hiervan betaalt elke werker 4.600 euro per jaar opdat de Staat de rente kan betalen over het geld dat hij moest lenen om de banken te redden. „De vernedering – dat je moet werken voor scharrelaars en oplichters. De vernedering, dat Brian Cowen, die net zo persoonlijk verantwoordelijk is als wie ook, nog steeds Taoiseach (premier) is.”

Nat O’Connor zegt dat sommige huiseigenaars hun huis gewoon verlaten en onderduiken. Zelfmoordcijfers zijn sterk stijgend. Voor de deur van de Sociale Dienst staan, als vroeger, de rijen uitkeringstrekkers de hele dag tot om de hoek van de straat. De Oost-Europeanen die hier binnenstroomden toen de economie bloeide, zijn merendeels teruggekeerd naar Polen of de Baltische staten.

Nu zijn de jonge Ieren aan de beurt om hun land te verlaten: het statistisch bureau van de EU, Eurostat, berekent dat emigratie de komende vijf jaar zal stijgen tot 200.000. Op een bevolking van 4,5 miljoen is die uittocht nu al voelbaar. Economisch, maar vooral emotioneel. Ieren dachten dat de Keltische Tijger eindelijk een eind had gemaakt aan drie eeuwen emigratie en het leed dat daarmee gepaard gaat. En het feit dat Engelse bouwvakkers op Ierse bouwplaatsen werkten, werd gezien als – eindelijk – een ommekeer in de verhoudingen tussen slaaf en meester.

Vorige week maakten Brian Cowen en zijn minister van Financiën, Brian Lenihan, hun laatste begrotingsplan bekend. „Chirpy, chirpy” en „cheap, cheap” doopte de Irish Independent de twee minachtend. Verkiezingen zijn er pas in 2012. De traditionele oppositiepartij ter rechterzijde, Fine Gael, die in feite een soortgelijk beleid aanhing als Fianna Fail, staat er in de peilingen niet veel beter voor dan Cowens partij. Labour stond nog nooit zo hoog, maar ook die partij is er niet op uit het hele politieke systeem in Ierland te veranderen, zoals door Fintan O’Toole wordt bepleit.

Volgens hem is er iets mis met de Ierse volksaard. Bloed in de straten, bestorming van het parlement, massaal van de brug in de Liffey springen – het is allemaal uitgebleven. Ierland is geen Griekenland. Tot nu toe. „Ieren hebben geen gevoel voor uitzinnige woede”, zegt O’Toole, en zijn daardoor medeverantwoordelijk voor hun eigen lot.

Sinead Pentony, hoofd van TASC, sluit niets uit omdat de effecten van het drama – „De opkomst en ondergang van de Celtic Tiger” – pas op termijn écht door de Ierse middenklasse gevoeld gaan worden. „Het is een van de grote afwezige elementen in onze samenleving: een open debat over alle mogelijkheden om uit deze misère te komen. Iedereen coöpteert iedereen. Is het terecht dat degenen die het meest hebben geprofiteerd van de hausse verhoudingsgewijs nog steeds de minste belasting gaan betalen? Dat buitenproportionele lasten gedragen gaan worden door degenen die geen enkel profijt van de hausse hebben gehad? Bloed in de straten? Wie weet: we hebben het omslagpunt nog niet bereikt.”