De helft van het landschap is verdwenen

Het gaat slecht met de Nederlandse landschappen en natuurlijke gebieden, de laatste decennia. Tussen 1900 en 1989 verloor ons land 50 procent van zijn landschappelijk gebied: van 876.000 hectare naar 448.000 hectare. Toenemende groei, materiële welvaart, industrialisatie, infrastructuur en grootschalige landbouw verdringen het oorspronkelijke landschap. Met het verlies van variatie in het landschap neemt ook de biodiversiteit af.

Van de 23 EU-landen scoort Nederland triest genoeg uiterst hoog als het gaat om bedreigde vogels, vissen en zoogdieren. Niet alleen de overheid, ook natuurliefhebbers, natuurbeschermingsinstellingen en particuliere landgoedeigenaren wilden al geruime tijd het tij keren. Met het initiatief van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), genomen in 1990, probeert de overheid de oorspronkelijke rijkdom van de natuur te herstellen. Het idee achter de EHS is een robuust, aaneengesloten natuurgebied te creëren waardoor flora en fauna de kans krijgen te migreren, nieuwe leefgebieden op te zoeken en aansluiting te zoeken bij bestaande gebieden. Het boek Publiek geheim: Het succes van de EHS, uitgegeven door onder meer De12Landschappen, Staatbosbeheer en Natuurmonumenten moet, zoals de ondertitel al aangeeft, het succesverhaal van de EHS vertellen. Het is bedoeld als beleidsboek voor ambtenaren en politici.

In 2010 moest de EHS uit 750.000 hectare natuurgebied bestaan. Dat is echter lang niet gelukt; en ook 2020 zal problemen opleveren. Inleider mr. Pieter van Vollenhoven stelt terecht dat „de EHS die nu ontstaat, niet de oplossing [biedt] voor het probleem van de versnippering”.

Het succesverhaal is dan ook tegelijk een waarschuwing: er zou sneller meer gebied behouden en beschermd moeten worden. Het Nederlandse landschap valt nog steeds, ondanks de goede bedoelingen van de EHS, ten prooi aan verrommeling en veelal nutteloze bedrijventerreinen terwijl vele duizenden hectaren bedrijfsruimte leeg staan. Kan daar niets aan gedaan worden?

De redactie beschrijft vol optimisme tal van geslaagde EHS-gebieden door heel Nederland. Het boek is ook prachtig geïllustreerd. Nadeel is dat het woord „succes” van elke bladzijde straalt. Omstreden beleid als het ontpolderen of tot wilde natuur herscheppen van traditionele landbouwgronden komt helaas niet aan bod. Dat is een ernstige tekortkoming en het „succes” is vooral een publiciteitsbegrip. Dat neemt niet weg dat de beschreven en gefotografeerde natuurgebieden zo verleidelijk zijn weergegeven, dat ze iedereen uitnodigen meteen te gaan kijken.