Bij nabestaanden overheerst de scepsis

Initiatiefnemers van de moskee bij Ground Zero kwamen deze week in een besloten vergadering samen met slachtoffers van 9/11. Een verslag. „Leef jij op Mars, of zo?”

„Deze bijeenkomst was eigenlijk niet voor de media”, zegt Daisy Khan met een lachje. „Heb jij even geluk.”

Daisy Khan is op dit moment een van de meest besproken vrouwen in de VS: met haar echtgenoot, imam Feisal Abdul Rauf, is zij initiatiefnemer van het islamitisch centrum nabij Ground Zero, waarover zoveel te doen is.

Haar man en zij zijn niet erg prominent aanwezig in de media: het debat over hun plan, waarvan ook een moskee deel uitmaakt, is volledig overgenomen door politici, opiniemakers en pressiegroepen. Tegenstanders voeren de boventoon.

„Wij zijn te lang afzijdig gebleven”, zegt Daisy Khan. „We hebben anderen de kans gegeven een vals beeld van ons te creëren.”

Ze vertelt het nadat ze dinsdagavond in een zaaltje van een oecumenische gemeenschap op Manhattan, vlakbij Columbia University, een soms heftige bijeenkomst heeft gehad met zo’n dertig nabestaanden van de aanslagen van 11 september 2001. De Amerikaanse media zijn niet uitgenodigd. Khan wil geen theater meer, zegt ze. Geen opgeklopte conflicten.

Het valt niet mee. Het wantrouwen in de zaal zit diep, maar Khan zoekt de dialoog. Ze doet handreikingen. Ze smeekt bijna om contact. „Jullie gevoelens zijn het enige wat ertoe doet”, zegt ze. „Wij willen als moslims bruggen slaan naar New York. Daar is alles om begonnen.”

Zo gaat het drie uur door. Daisy Khan benadrukt dat ze een gematigde moslima is. Dat het centrum vooral ook een eerbetoon van moslims aan New York is: het omvat twee panden, dertien verdiepingen, en op de bouwtekening is veel ruimte voor ontspanning vrijgemaakt – fitnesscentra, een jeugdhonk, een theater, et cetera.

Maar in de zaal verdwijnt de scepsis niet zomaar. Wie betaalt jullie? Jullie wilden ons toch dood hebben? Als jullie zulke goede banden nastreven, kun je dat centrum toch ook ergens anders bouwen?

Zo praten ze langs elkaar heen: nabestaanden van 9/11 en gematigde moslims op zoek naar een nieuw begin. Daisy Khan en haar projectontwikkelaar, de later aangeschoven Sharrif El-Gamal, moeten hun goede bedoelingen telkens opnieuw bewijzen: nu proberen ze het met hun levensverhaal.

Daisy Khan vertelt dat ze al 25 jaar een New Yorkse zakenvrouw is. Geboren in Kashmir, India, daar opgeleid op een katholieke nonnenschool. Als 16-jarige in de VS beland. Ze werd Amerikaanse, binnenhuisarchitect, en werkte tijdens haar zakencarrière vijf jaar in het World Trade Center, op de 105de verdieping.

In die tijd vond ze in een moskee op Manhattan, twaalf straten van het WTC, haar geloof, en haar grote liefde: imam Feisal Abdul Rauf. Hij leerde haar „dat de kern van de islam hetzelfde is als de kern van de VS: alle mensen zijn gelijkwaardig”.

Sinds 1997 werkten ze samen aan een islamitisch centrum op Manhattan. Maar op 9/11 „daalde de hemel op ons neer”, het plan moest wel in de ijskast. Haar man reisde voor de regering-Bush door de islamitische wereld om relaties te herstellen; hij doet dezer dagen hetzelfde voor Obama. En samen hielp het echtpaar sinds 2002 de FBI bij de opsporing van mogelijke extremisten in de VS.

Zo keerde de hoop op het centrum de laatste jaren terug. „Ik ben Amerikaanse én moslim”, fluistert ze.

De man naast haar, projectontwikkelaar El-Gamal, ontpopt zich als sympathieke vlerk. De man die het pand bij Ground Zero aankocht, is blond met blauwe ogen, en geboren in Brooklyn uit een Poolse moeder en een bankier van Egyptische afkomst. Nu is hij zelf zakenman: eigenaar van SoHo Properties, een klinkende naam in de projectontwikkeling. „Ik dank God elke dag dat ik Amerikaan ben”, zegt hij met het vette accent uit de straten van Brooklyn.

Op 9/11 liep hij spontaan een paar kilometer naar Ground Zero om te helpen. Hij bleef 48 uur, zonder slaap. „Ik was net zo boos als jullie.” Later ontwikkelde hij een religieuze identiteit, met behulp van Daisy Khans echtgenoot. Zo kwam hij met het echtpaar te spreken over dat islamitische centrum. Hij beloofde om te zien naar een geschikte locatie, en vorig jaar zomer sloeg hij toe: twee panden op 180 meter van Ground Zero.

Nooit had hij verwacht dat dit een probleem kon worden. Voor hem was er geen beter bewijs dat gematigde moslims zich aansluiten bij de erfenis van 9/11. „Ik ben nog steeds verrast dat wij ons, na deze uitgestoken hand, moeten verantwoorden voor wie we zijn.”

Even is het stil als de twee zijn uitgesproken. Daarna zet een op 9/11 arbeidsongeschikt geraakte politieman – type ruwe bolster – de toon. „Waarom horen wij dit nu pas? Waarom kwamen jullie deze ontroerende praatjes niet vertellen voordat je dat pand kocht?”

„Omdat ik geen bezwaren verwachtte!”, roept de projectontwikkelaar.

De politieman: „Leef jij op Mars, of zo?”

Dan vallen ze El-Gamal van alle kanten aan. De projectontwikkelaar krijgt de vraag of het centrum „met geld uit het buitenland” wordt betaald. Hij kan er niets over zeggen. Hem wordt gevraagd waarom de initiatiefnemers zo compromisloos vasthouden aan deze locatie. Geen antwoord.

Een fragiele joodse vrouw vertelt dat ze bijna elke week een islamitische boekhandel op Manhattan bezoekt. Fijne sfeer. Op 9/11 verloor ze een vriendin en een familielid. Ze vindt het prettig dat er een nieuw islamitisch centrum komt. Maar de plek zit haar dwars. Ze loopt er elke ochtend langs als ze naar haar werk loopt. „Ik vind het, sorry hoor, niet erg subtiel van u.”

Daisy Khan wordt steeds stiller. El-Gamal geeft niet op. Hij vertelt over „wilde” etentjes bij hem thuis tijdens Thanksgiving: joden, moslims, christenen, iedereen schuift aan. Zelfs als een investeerder in de zaal de hoop uitspreekt dat hij „financieel ten onder gaat” aan het centrum, geeft hij niet op: „Jou nodig ik uit bij mij te komen eten! ”

Een universiteitsdocent die de hele avond heeft gezwegen, spreekt de angst uit dat de initiatiefnemers zich ingraven. Hij staat zelf sympathiek tegenover het centrum. Maar door het debat is de sfeer nu zo verziekt, denkt hij, dat het centrum radicalen van weerskanten zal aantrekken. „Dan bereikt u toch het tegenovergestelde van uw doel?”

„We blijven uitgaan van dialoog”, zegt Daisy Khan, met lichte moedeloosheid in haar stem. Het was een afmattende avond. Als ze de vraag krijgt of ze na alle rumoer nog verwacht dat het centrum er op deze plaats ook komt, ontloopt ze het antwoord. De arbeidsongeschikte agent loopt langs en schampert: „Reken er maar niet op, dametje.”