WikiLeaks kondigt nieuwe stukken aan

De website WikiLeaks maakt zich op om een nieuwe lading militaire documenten over de oorlog in Afghanistan openbaar te maken. Het Pentagon waarschuwt dat daarmee meer levens in gevaar gebracht worden dan met de publicatie van 76.000 geheime documenten eind vorige maand.

Het gaat om de resterende stukken van dat archief, zo’n 15.000, die WikiLeaks aanvankelijk niet publiceerde. Hoofdredacteur Julian Assange van de website zei gisteren in een videoverbinding met de Londense Frontline Club, een centrum voor journalistiek, dat zijn organisatie nog bezig is de stukken door te nemen, om te voorkomen dat Afghanen die erin genoemd worden door publicatie van hun naam gevaar kunnen lopen. Eerder deze week drong een aantal mensenrechtenorganisaties daar bij WikiLeaks op aan. Assange noemde het „erg duur en nauwgezet werk”, waarmee zijn mensen tot ongeveer halverwege gevorderd zouden zijn.

Hij verzekerde dat WikiLeaks de stukken ondanks de bezwaren van het Pentagon „absoluut” zal publiceren. Maar wanneer dat gebeurt, wilde hij niet zeggen.

Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft WikiLeaks afgelopen weken steeds harder gekritiseerd voor de publicatie van de stukken, grotendeels rapportages van lagere militairen over situaties op het slagveld. Militairen van de NAVO-strijdmacht zouden er door in gevaar gebracht worden, en vooral ook Afghaanse informanten van de westerse troepen.

De aangekondigde publicatie van nieuwe stukken is volgens het Amerikaanse ministerie van Defensie „het toppunt van onverantwoordelijkheid”. Het ministerie denkt te weten om welke stukken het gaat. Een honderd man sterke werkgroep van het Pentagon is bezig de reeds gepubliceerde stukken na te pluizen op mogelijke en reeds teweeggebrachte schade. Afghanen wier namen erin voorkomen worden gewaarschuwd dat ze gevaar kunnen lopen. Woordvoerders van de Talibaan hebben gezegd dat ze de stukken, nu ze op internet vrij toegankelijk zijn, zullen gebruiken om mensen op te sporen die samenwerken met de NAVO-troepen. (AP)