Voor op je schouder

Festival Incubate in Tilburg gaf tien kunstenaars opdracht een tatoeage te maken.

De kunstwerken worden vanzelf zeldzaam: ze gaan met de drager mee het graf in.

Kunst ontleent zijn waarde vaak aan uniciteit. Van een schilderij bestaat doorgaans maar één origineel exemplaar (vervalsingen daargelaten) en grafiek of kunstfoto’s verschijnen in gelimiteerde oplage. Maar hoe zou het deze tien, door jonge Nederlandse kunstenaars vervaardigde ontwerpen voor een tatoeage vergaan?

Het Tilburgse festival Incubate, dat de opdracht gaf voor de ontwerpen, verspreidt ze in een oplage van honderd over tatoeagestudio’s in Nederland. Dat gebeurt in de vorm van flash sheets, de afbeeldingen op karton die in de meeste tattooshops aan de muur hangen en waaruit de klant een keuze kan maken.

Alles wat je kunt tekenen, kun je in principe ook als tatoeage laten zetten. Dat hebben de tien kunstenaars duidelijk in hun oren geknoopt: de ontwerpen laten een grote diversiteit aan afbeeldingen zien. Alleen Iris van Dongen heeft gekozen voor een traditioneel thema in de tattoowereld: een femme fatale met doodshoofd – in lijn met haar eerdere werk.

Van sommige ontwerpen kun je je afvragen of ze wel geschikt zijn als tatoeage. Het maken van diepte vergt aanzienlijk vakmanschap bij de tatoeëerder en kleuren hebben de neiging eerder te vervagen dan zwarte (in de huid blauwe) lijnen. Wie zo’n ingewikkeld ontwerp wil laten zetten, doet er goed aan een bekwame vakman te zoeken, want er wordt heel wat afgeklungeld in deze onbeschermde beroepsgroep. Wie ’s zomers op straat om zich heen kijkt, ziet dat.

De hedendaagse alomtegenwoordigheid van tatoeages is, wat Nederland betreft, een vrij recent verschijnsel. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw waren tatoeages min of meer voorbehouden aan zeelieden, bajesklanten, hoeren en andere groepen aan de onderkant van de samenleving. Daarna kwamen de popsterren en anderen die zich bohémien wilden voelen. De doorbraak kwam in dejaren negentig. Dat iemand eentatoeage heeft is tegenwoordig nauwelijks nog bijzonder.

Het lijkt moeilijk om onder deze omstandigheden voor deze kunstwerken de gedachte aan uniciteit overeind te houden. Maar de tijd komt te hulp: zelfs wanneer er straks honderdduizenden Nederlanders met een Marc Bijl op hun rug rondlopen – op den duur gaan al die exemplaren het graf in. Het kunstwerk wordt steeds zeldzamer, om ten slotte helemaal te verdwijnen.

Dat mag niet gebeuren. De Amsterdamse hoogleraar Gerard Rooij-akkers heeft de invoering bepleit van een ‘donorcodiciltatoeage’, ter bescherming van dit cultureel erfgoed. De drager van zo’n codicil verklaart dat zijn tatoeage na de dood geprepareerd en bewaard mag worden.

Dat zou wat zijn: deze tien ontwerpen over honderd jaar tentoongesteld in potjes met sterk water. Als de conservator van de nieuwe afdeling Twintigste Eeuw in het straks herrijzende Rijksmuseum in Amsterdam verstandig is, houdt hij vast een zaaltje vrij.

Meer info over het project ‘Tilburg Ink’ op www.incubate.org Op het festival, dat 12 september begint, is het mogelijk de ontwerpen te laten zetten.