Schuldcrisis Europa duurt voort

De staatsobligaties van landen uit de periferie van de eurozone zijn opnieuw in zwaar weer beland. De lage handelsvolumes kunnen een rol spelen, maar slecht nieuws en fragiele markten zorgen er ook voor dat het risico op een staatsbankroet stijgt. De Europese Centrale Bank (ECB) zou gedwongen kunnen worden meer steun te bieden als de omstandigheden nog verder verslechteren.

De opleving van de markten voor staatsobligaties na de stresstests voor de Europese bankensector was van korte duur. Met name Ierse staatsobligaties hebben een tik gekregen van het nieuws over een onverwacht grote reddingsoperatie van 10 miljard euro voor de in overheidshanden verkerende Anglo Irish Bank en het nieuws over een obligatieveiling volgende week. Het renteverschil tussen Ierse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar en Duitse staatsobligaties bedraagt nu bijna 300 basispunten, 60 basispunten meer dan vorige week, hoewel geruchten over aankopen door de ECB het verschil omlaag hebben gebracht.

Beleggers zijn ook geschrokken van de opmerkingen van de Spaanse premier Zapatero dat hij misschien wil proberen de economie aan te jagen met hogere overheidsuitgaven, en van de cijfers uit Griekenland, die slechter uitvielen dan verwacht. De ‘credit default swaps’ (een soort verzekeringspremies) op Spaanse staatsobligaties zijn gestegen tot boven het niveau van voor de stresstests.

Het interpreteren van cijfers in augustus, wanneer handelsvolumes laag en veel beleggers op vakantie zijn, is lastig. Toch toont de zwakte van de periferielanden aan dat de markt voor staatsobligaties uit de eurozone nog nauwelijks functioneert. De markten laten zich makkelijk schrik aanjagen en handelaren aarzelen om risico te nemen voordat de obligatieveilingen hebben plaatsgevonden.

Aan de positieve kant staat dat de regeringen van de landen uit de periferie van de eurozone dit jaar niet veel obligaties meer hoeven uit te geven. Zo heeft Ierland al 80 procent van de leningen afgesloten die het dit jaar nodig heeft.

Maar de invloed van de bezuinigingsprogramma’s moet zich nog doen gelden, terwijl de zwakke regeringen van Italië en Spanje moeite kunnen hebben de hervormingen uit te voeren. Bovendien zijn de stresstests er niet in geslaagd de ‘feedback-loop’ tussen banken en overheden te doorbreken; zwakkere banken in de periferielanden kunnen nog steeds niet op de internationale markten lenen, waardoor het moeilijker voor ze wordt kredieten te verstrekken. Overheden zullen daardoor hun balansen misschien nog verder moeten ondermijnen door steun te verlenen.

Als zich geen onverwachte economische of politieke ramp voordoet, is een terugkeer van de paniek op de markten op de korte termijn onwaarschijnlijk. Maar aanhoudende zwakte kan de ECB nopen tot agressievere daden, zoals het verlengen van de termijn van zijn onbeperkte kredietverlening tot na het eind van dit jaar, of het opvoeren van de aankoop van obligaties. Het einde van de crisis is dus nog niet in zicht.

Neil Unmack