Resoluut dirigeren

Meer dan honderd jonge musici nemen de komende weken deel aan de NJO Summer Academy. Voor het laatst onder leiding van scheidend artistiek leider Reinbert de Leeuw, maar ook gedirigeerd door aanstormend talent Christian Karlsen. „Het gaat om het werken aan de muziek.”

Als Reinbert de Leeuw (1938) uit zijn belevenissen met het Nationaal Jeugd Orkest (NJO) per se één favoriet moet kiezen, wordt het toch de uitvoering van Olivier Messiaens Des canyons aux étoiles (1974) tijdens het Edinburgh International Festival in 2006. Tussen allerlei gerenommeerde collega-ensembles speelden de jonge student-musici – nog maar net bij elkaar – de sterren van de hemel in dit monumentale en veeleisende orkestwerk. „Dat wás een uitvoering!” zegt De Leeuw. „Iedereen zat te genieten. De pers was waanzinnig enthousiast, we wonnen zelfs een prijs voor beste uitvoering. De mensen waren stomverbaasd dat zo’n moeilijk stuk door zulke jonge mensen zó goed kon worden gespeeld. Het was echt een feest.”

Tien jaar geleden legde De Leeuw in het Spaanse Valencia samen met toenmalig NJO-directeur Arthur van Dijk de basis voor dat succes, vertelt hij aan de telefoon vanuit Frankrijk. Tot dan toe was het NJO een jonge-mensen-zomerorkest zoals er meer zijn, met de nadruk op gezelligheid, reizen en veel concerten geven. „Ik dacht: wat doe ik hier in godsnaam”, zegt De Leeuw. „Het had iets van een veredeld schoolreisje: keten in de bus, steeds op weg om zoveel mogelijk concerten te geven met steeds hetzelfde repertoire.”

De jaren ervoor had hij als artistiek directeur van het Tanglewood Festival in Massachusetts ervaren hoe het óók kon. „Het accent ligt daar meer op werken dan op concerten geven. Er wordt veel aandacht besteed aan kamermuziek, ensemblemuziek en masterclasses, ik kwam altijd enorm geïnspireerd terug. Daar hadden we het over in Valencia: moeten we het NJO niet wat meer inhoud geven? Tournees zijn leuk, maar niet de essentie. Het gaat om het werken aan de muziek.”

Het resultaat was de ‘NJO Summer Academy’. De oorspronkelijke betekenis van de afkorting NJO – Nationaal Jeugd Orkest – verdween uit zicht. Elke zomer doen zo’n honderdvijftig muziekstudenten van alle nationaliteiten auditie voor een plaats in één of meer van de ensembles die het NJO jaarlijks formeert. Ieder ensemble wordt geleid door een specialist: dit jaar is er bijvoorbeeld een ‘NJO Orkest van de 19de Eeuw’, geleid door toetsenist/dirigent Richard Egarr, en een ‘(Steve) Reich Ensemble’ onder leiding van slagwerker Wim Vos. Vast onderdeel is ook de aanwezigheid van een ‘composer in residence’. Onder meer Kurtág, Andriessen, Rihm, Goebaidoelina en Adams kwamen al langs.

Aan het eind van de ‘Academy’ komen alle musici samen in het NJO Symfonieorkest. Dit jaar zal De Leeuw onder meer de Lyrische symfonie (1922) van Zemlinsky dirigeren. Het is zijn afscheidsprogramma, want na tien edities (hij zou er eigenlijk maar drie doen) stopt hij als artistiek leider van het NJO. „Ik wilde eindigen met een van mijn lievelingsstukken”, zegt De Leeuw. „Zemlinsky kende de vernieuwingen van Arnold Schönberg, zijn zwager, als geen ander, maar wist toch ook nog één keer op hoogstpersoonlijke wijze de Romantiek in zijn kern te raken, met een enorm raffinement.”

In een voormalig schoolgebouw in Den Haag wordt intussen juist druk gerepeteerd op de muziek van Zemlinsky’s zwager, Arnold Schönberg. De jonge alt Carina Vinke beweegt schichtig door een schuin badkamerinterieur, terwijl ze Pierrot lunaire, op. 21 zingt. In deze liederencyclus uit 1912 is een maanzieke vrouw aan het woord in uiterst expressief Sprechgesang. Hoewel het een zuiver muzikale compositie is, wordt dit gegeven – net als nu – geregeld aangegrepen om het werk scenisch uit te voeren. En al is de regie nog verre van uitgekristalliseerd, het lijkt te werken: de gezongen wanhoop en verwarring van de hoofdpersoon breiden zich op natuurlijke wijze uit in haar bewegingen.

De begeleiding bestaat nu slechts uit piano, maar zal uiteindelijk worden verzorgd door het New European Ensemble (NEuE). Dit professionele ensemble, opgericht in 2008, bestaat uit jonge Europese musici die vaak al succesvol zijn als orkestmusicus of solist, en wordt gedirigeerd door de jonge Zweedse dirigent Christian Karlsen (1985). De voorstelling Moonstruck Intoxication, waarvan Pierrot lunaire onderdeel is, is te zien tijdens de NJO Muziekzomer – het bredere muziekfestival rond de NJO-concerten.

Karlsen dirigeert ook nog een van de studentenensembles, het ‘NJO Ensemble van de 21ste eeuw’. Ook met zijn eigen NEuE voert hij hoofdzakelijk eigentijds repertoire uit, maar toch wil hij niet tot ‘specialist eigentijdse muziek’ worden gebombardeerd. „Ik dirigeer alles”, zegt Karlsen, die even doordacht en resoluut spreekt als dirigeert. „Maar als je een ensemble als dit hebt, plaatst men je meteen in die eigentijdse hoek. Ik ben simpelweg op zoek naar muziek die mij aanspreekt, muziek die de behoefte in mij oproept om dat enthousiasme ook op het publiek over te brengen.”

Met het NJO-ensemble zal hij ook werk van de ‘composer in residence’ uitvoeren, de Brit Mark-Anthony Turnage (1960). Het is voor een dirigent een luxe om in aanwezigheid van de componist te werken, zegt hij. „Dat sommige componisten gewoon een telefoonnummer hebben, is fantastisch. Als je je afvraagt hoe je een bepaalde aanwijzing moet interpreteren, kun je gewoon bellen. Magnus Lindberg schreef in een stuk ergens ‘con pedale’ voor de vibrafoonpartij. Ik vroeg me af of dat pedaal echt het hele stuk moest worden ingedrukt. ‘Nee’, zei hij aan de telefoon, ‘je moet het gewoon met smaak gebruiken, net als bij Chopin.’ ”

Karlsen zal zich door Turnage straks dan ook niet op zijn vingers gekeken voelen. „De meeste componisten zijn vrij makkelijk over dat soort dingen, ze willen gewoon dat je de muziek laat wérken. Ze waarderen dat er verschillende interpretaties van hun werk mogelijk zijn.”

In zijn tien jaar bij het NJO, heeft Reinbert de Leeuw het niveau van de deelnemers voortdurend zien stijgen. „Dat is een mysterieuze wet van het muziekleven”, zegt hij. „Wat de ene generatie moeilijk vindt, is voor de volgende generatie vanzelfsprekend. Voor mij was Pierrot lunaire een soort bijbel, maar je dacht er niet aan dat je het ook werkelijk zou spelen.” De Lyrische symfonie had hij tien jaar geleden met het NJO nog niet aangedurfd, maar nu is er geen enkel bezwaar meer. Of hij Karlsen – met wie hij vorig jaar in Portugal nog Stockhausens Gruppen für drei Orchester (1957) dirigeerde – als representant van die ‘betere’ jonge generatie ziet, vindt De Leeuw moeilijk te beoordelen. „Hij heeft een jaloersmakende hoeveelheid kennis en inzicht. Ik was op die leeftijd nog niet zo ver. Hij is absoluut een groot talent. Maar over het ‘talent’ van een dirigent kun je moeilijker praten dan bij iemand die trompet of viool speelt. Het gaat om heel andere dingen: persoonlijkheid, psychologie, overtuigingskracht, het vermogen om te inspireren. Dat kun je niet meten.”

NJO Symfonieorkest o.l.v. Reinbert de Leeuw: 21/8 Arnhem, 22/8 Apeldoorn, 23/8 Amsterdam. NJO Ensemble van de 21ste eeuw o.l.v. Christian Karlsen: 14/8 Nunspeet, 15/8 Nijmegen. New European Ensemble o.l.v. Kristian Karlsen: 19/8 Apeldoorn, 21/8 Nijmegen, 25/8 Amsterdam. Informatie en meer concerten: www.muziekzomer.nl.