Ongestoord bezuinigen dankzij PVV

Zolang het nieuws gaat over de streken van Wilders, gaat het niet over de grootste bezuinigingen sinds tijden.

CDA en VVD kunnen zo hun neoliberale gang gaan.

Dit stuk gaat niet over Geert Wilders, laat ik dat voorop stellen. Dit gaat over ‘Geert Wilders’ als alibi. Te midden van de formatie van een kabinet dat de grootste naoorlogse bezuinigingen doorvoert, is ‘Wilders’ voortdurend het grote nieuws. Daarmee fungeert ‘Wilders’ als techniek van depolitisering, uitgevoerd door gevestigde politieke partijen: terwijl ‘Wilders’ het nieuws beheerst, zijn VVD en CDA in staat zonder veel kritiek een akkoord te smeden.

Of het nu gaat om een te bouwen moskee in hartje Manhattan of om het gebruik van de term ‘kopvoddentaks’, het nieuws gaat niet over de drastische bezuinigingsagenda die het komende kabinet wil doorvoeren. ‘Geert Wilders’ is een groot zwart gat waar de politiek in lijkt te verdwijnen. Zijn toekomstige rol als Grote Gedoger past bij zijn freischwebende plaats in de politiek: hij staat er binnen noch erbuiten. Hij doet mee, maar vanaf de zijlijn. Hij zit straks niet in het kabinet, maar beslist wel over het lot ervan.

Dat ‘Wilders’ geëvolueerd is tot een politieke techniek blijkt uit zijn coöptatie binnen de hogere echelons van de Haagse politiek. Hij is een scherm dat door VVD en CDA opgetrokken wordt om kritische ogen te weren en waarachter Rutte en Verhagen ongestoord hun formatieve paringsdans voltrekken.

Wie 18 miljard wil bezuinigen en duizenden extra politieagenten wil, maar weinig kritische vragen wenst, houdt ‘Wilders’ dicht tegen de borst. En wie stiekem ook wel vindt dat Nederland te ‘islamitisch’ wordt, verschuilt zich achter blikvanger en bliksemafleider ‘Wilders’. Nu al is overeenstemming over 16 miljard aan bezuinigingen, met name in zorg en sociale zekerheid.

Ja, een gedoogconstructie is nieuw in de Nederlandse politiek. Maar net als bij het nieuwste en verbeterde wasmiddel is er niet veel nieuws onder de zon. En of er sprake is van een verbetering – daar heeft vrijwel niemand het over. VVD en CDA gaan regeren. Ze combineren daarbij een neoliberale agenda met een christelijk sausje dat eveneens neerkomt op het afstoten van overheidsverantwoordelijkheid.

Na alleen maar hogere kosten in de zorg wordt daar nu verdere marktwerking bekokstoofd. Over een hoger eigen risico zijn de partijen het al eens. Na honderd jaar criminologische evidentie dat zwaarder straffen niet tot minder criminaliteit leidt, worden zwaardere straffen bedacht. En na de grootste naoorlogse economische crisis wordt niet de neoliberale dereguleringsdrift kritisch doorgelicht, maar wordt de overheid als grootste financiële losbol gezien. De kosten worden gelegd bij de armen en bij het milieu. En in tijden van ecologische crisis krijgen we, alle retoriek over het ‘nemen van verantwoordelijkheid’ ten spijt, struisvogelpolitiek.

Een grootscheepse desolidarisering gaat daarmee schuil achter een grootschalige depolitisering. ‘Wilders’ vangt met plezier het grootste deel van de kritische wind op: want voor de politicus Wilders betekent kritische aandacht nieuwe stemmen.

‘Wilders’ is daarmee een schoolvoorbeeld van de Haagse behendigheid om van een nadeel een voordeel te maken. Juist de partij waaruit hij vertrok, en de partij die volgens hem uit ‘leugenaars’ bestond, bezitten het vermogen deze politieke techniek te hanteren. De permanente agitatiemachine ‘Wilders’ geeft om de haverklap aanleiding tot kanalisering van publieke energie. Telkens zal dat gebeuren via mediakanalen die compulsief Geert-geniek zijn. Zo herhaalt zich een tafereel dat iedereen kent (Wilders is ongenuanceerd of beledigend) en dat iedereen doorziet (Wilders bespeelt de media en de media worden graag gekieteld). Intussen zijn de grote vaderlandse intellectuele geesten druk doende te bezien wat er allemaal nieuw is aan het formatieritueel, en wat er allemaal wel of niet tegen de rechtsstaat indruist.

Begin vorig jaar heb ik in NRC Handelsblad gepleit voor een berechting van Geert Wilders. Omdat het goed zou zijn ook het recht te benutten in het omgaan met de grenzen van het spreken, en om eventuele rechtsstatelijke problemen aan rechters over te laten.

Natuurlijk laat het alibi ‘Geert Wilders’ zich niet berechten. Maar een aanstaande berechting van de persoon zelf zou hopelijk wel betekenen dat iedereen zich bezighoudt met de zaken waar hij of zij goed in is: laat de rechter en niet de publieke opinie de juridische zaken beoordelen.

In het publieke debat kan dan eindelijk de desolidarisering die achter de depolitisering schuil gaat, onderwerp van kritische discussie worden.

Willem Schinkel is universitair hoofddocent sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.