Memo

Deze week lekte er een intern memo uit van het ministerie van Buitenlandse Zaken getiteld ‘Publieksdiplomatie kabinetsformatie voor buitenlandse partners’. Bedoeld voor Nederlandse diplomaten in het buitenland. Het bevat zes vragen die buitenlandse regeringen, journalisten of handelspartners zouden kunnen stellen omtrent de onderhandelingen over een minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV. Voor elk van die zes vragen worden instructies gegeven over hoe te antwoorden.

Het is een buitengewoon interessant document, juist omdat het het officiële Nederlandse regeringsstandpunt verwoordt. De vragen die de regering relevant acht, zijn bijvoorbeeld: waarom geniet een anti-islam partij zoveel steun in Nederland? En: hoe is het mogelijk dat Geert Wilders deelneemt aan formatiebesprekingen terwijl hij wordt vervolgd voor het aanzetten tot haat en discriminatie en het beledigen van een groep mensen? De antwoorden zijn geruststellend. De Nederlandse regering ontkent dat Wilders betrokken is bij de formatiebesprekingen: „Er vindt overleg plaats tussen de Christen-democraten (CDA) en de vrijemarktliberalen (VVD). Er is op dit moment geen vooruitzicht dat Wilders deel zal uitmaken van een toekomstige regering.” Verder verzekert de regering dat speerpunten van Wilders’ verkiezingsprogramma, zoals het stoppen van de bouw van moskeeën, het verbieden van de Koran en het sluiten van islamitische scholen, niet zullen worden gerealiseerd omdat ze in strijd zijn met de grondwet.

Wilders reageerde laconiek: „Ze zoeken op Buitenlandse Zaken maar uit wat ze allemaal tegen hun diplomaten zeggen. Ik bepaal zelf wat ik doe.” Als ik hem was, zou ik me toch wat meer zorgen maken. Want het meest pikante is dat de formele verantwoordelijkheid voor dit document berust bij de demissionaire minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, een van de gesprekspartners met wie hij onderhandelt over een gedoogakkoord. Als je onderhandelingspartner ontkent dat je een rol van betekenis zal spelen en dat je programmapunten onmogelijk kunnen worden gerealiseerd, heb je alle recht je af te vragen wat je nog te zoeken hebt bij die onderhandelingen. Als ik een links politicus was, zou ik Verhagen naar de Kamer roepen om het document te onderschrijven en Wilders een reden te geven de onderhandelingen te staken.

Ilja Leonard Pfeijffer