Kunst spoelt je hoofd leeg

Stel: je hebt een idee, zet het op een website, iedereen gaat erover twitteren en voor je het weet word je opgebeld door de New York Post.

Dan zet je dus nog even door.

Hij is net gearriveerd op een fiets die hij via Twitter heeft „geregeld”. Justus Bruns (22), student, grafisch ontwerper, onverbeterlijke optimist en wereldverbeteraar. De fiets symboliseert het grote vertrouwen dat Bruns heeft in de mogelijkheden van internet en sociale media. Via Twitter stuurde hij onlangs een berichtje rond met de vraag of een van zijn ‘followers’ er één over had. Prompt kreeg hij er drie aangeboden. „Twee waren er gestolen, dus die heb ik maar geweigerd. De derde was prima. Ik heb de vrouw die hem gaf, een jonge docente nieuwe media, getrakteerd op pizza en een fles wijn”, zegt hij in een Amsterdams café, gekleed in een grijs colbert met rood shirt eronder. Nu is hij als student uit Delft ook in Amsterdam mobiel.

Zo ongeveer moet het straks ook gaan met het project waar hij al maanden vol van is. Werktitel: Times Square to Art Square. Oftewel: verander alle reclamebillboards op Times Square in New York, het theater van het kapitalisme, in een museum voor de kunsten.

„Kunst”, zegt Justus Bruns, „inspireert mensen en doet reflecteren op de maatschappij. Als je naar een goed concert bent geweest of een mooi museum hebt bezocht, dan kun je buiten komen en het gevoel hebben dat je hoofd is leeggespoeld. Dat er weer ruimte is voor een golf van nieuwe ideeën. Terwijl reclame je maar tot één ding inspireert: kopen.”

Hij liep al maanden rond met het idee, tot hij op 22 december vorig jaar in 24 uur een website bouwde waarmee het project werd gelanceerd. „Iedereen begon erover te twitteren en al snel hing de New York Post aan de lijn.” Alle aandacht voor Times Square to Art Square deed hem besluiten een serieuze poging te wagen het plan te realiseren. In korte tijd stelde hij een club van acht jonge enthousiastelingen samen, die elkaar kennen van de BKB Academie. BKB is een campagnebureau in Amsterdam dat jaarlijks jong talent opleidt in (politiek) campagnevoeren en alles wat daarbij komt kijken.

In het team van Justus Bruns zitten onder anderen een journalist (nrc.next-blogger Ernst-Jan Pfauth), een kunstkenner, een kunstenaar, een jurist en een financieel expert. Samen schreven ze een businessplan met de titel Are you crazy enough to take this serious?. Met behulp van een notaris werd de stichting Times Square to Art Square opgericht, die ondertussen ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.

Maar hoe gaan deze twintigers dit onwaarschijnlijke plan verwezenlijken? De stichting moet tientallen miljoenen dollars inzamelen om de billboards op Times Square een halve dag kunst te laten vertonen. Hoeveel geld hebben ze al binnen? „De laatste keer dat ik keek was dat 10 dollar”, zegt Bruns. Hij zegt de huidige fase als de „stilte voor de storm” te zien. Deze ochtend keerde hij terug van zijn eerste bezoek aan New York ooit. Vanwege zijn jetlag en slaapgebrek zit hij nog te tollen achter het bartafeltje. „Dat vind ik lekker, gewoon doortrekken nu.”

In New York voerde hij samen met Alexander Bakkes, ook lid van het team, de eerste gesprekken met een bedrijf dat billboards op Times Square uitbaat. Ook werden ambtenaren van de gemeente benaderd en gingen ze stappen in de hippe club Apothèke.

Geld voor de reis had Bruns aanvankelijk niet. Een deel van zijn ticket verdiende hij door zelfgemaakte kunst te verkopen aan vrienden en familie. Hij schilderde afbeeldingen op karton, plaatste ze op een website en verkocht er ongeveer vijftien.

Eenmaal in New York wist hij een vriendin die voor het Chinese staatspersbureau Xinhua werkt, een artikel over zijn plannen te laten schrijven. Het potentiële bereik van Xinhua is enorm. En club Apothèke zou bereid zijn om in oktober een launch party te organiseren. „Het belangrijkste in deze fase is publiciteit. Als we miljoenen mensen bereiken die via Facebook en Twitter onze website vinden en daar 1 dollar doneren, dan kan het lukken. Of als we Lady Gaga één keer kunnen laten zeggen dat ze Times Square to Art Square steunt, dan zijn we binnen.”

Zie hier de ongekende mogelijkheden die Justus Bruns toedicht aan internet en sociale media. Omdat steeds meer mensen wereldwijd over een internetverbinding beschikken, kunnen in één klap miljoenen mensen worden betrokken bij een initiatief. Hij hoopt dat Times Square to Art Square een project wordt waarbij het enthousiasme zich niet beperkt tot het internet, maar zich vertaalt in daadwerkelijke actie.

Zo betuigden velen vorig jaar op internet hun steun aan de Iraanse oppositie. Binnen Iran hielpen aankondigingen van demonstraties op Facebook om mensen daadwerkelijk de straat op te krijgen, maar in de rest van de wereld was er een groot contrast tussen het online activisme en dat in de ‘echte wereld’.

Bruns: „Heel wat mensen zetten hun twitterprofiel op groen als teken van steun aan de oppositie, maar offline gebeurde er weinig. Als wij erin slagen om via internet Times Square in Art Square te veranderen, dan kan dat de voorbode zijn van andere omwentelingen in de echte wereld die online beginnen.”

Zo pareert hij ook kritiek van mensen die zeggen dat je die tientallen miljoenen dollars aan betere doelen dan kunst kan besteden. „Dit project kan een voorbeeldfunctie hebben.”

Bovendien wil hij laten zien dat zijn generatie meer kan dan achter de computer hangen. „Wij gaan daadwerkelijk doen wat al langer wordt verwacht van sociale media. Wij kunnen meer dan alleen maar een beetje ‘liken’ op Facebook.” Hij verwijst naar de ‘like-knop’ op de netwerksite, waarmee bezoekers aan kunnen geven dat ze iets leuk vinden.

Valse bescheidenheid bij het ventileren van hun plannen is Justus Bruns en zijn medestanders vreemd. Tijdens een van de brainstormsessies plaatsten leden van de projectgroep achtereenvolgens de geboorte van Jezus, de Verlichting en hun project Times Square to Art Square op één tijdslijn. Bruns noemt het zelf „positieve brutaliteit”. Het komt terug in veel van zijn activiteiten en die van mensen in zijn team. Bijvoorbeeld hoe ze, zonder op de gastenlijst te staan, binnen wisten te komen bij Apothèke (door de bedrijfsleider ervan te overtuigen dat zij de initiatiefnemers van Times Square to Art Square wel degelijk in haar club wilde hebben).

Je moet zijn vriendelijke oogopslag en het regelmatig wegkijken als hij een nieuwe ingeving krijgt dan ook niet verwarren met verlegenheid. Hij beschikt over „oneindig veel zekerheid”, zoals hij het zelf noemt. Hij denkt dat het komt doordat zijn ouders hem vroeger nooit iets verboden. „Ze zeiden hooguit: ik zou het niet doen. Maar als je het toch doet en het gaat mis, dan is het je eigen fout en hebben wij het niet gedaan. Dan deed ik het toch en dan was dat een extra motivatie om te laten zien: zie je, het kan dus wel.” Het heeft er volgens hem niet toe geleid dat hij altijd als eerste zijn aandeel opeist, maar wel dat hij zonder terughoudendheid zijn ideeën promoot.

Hij zal al zijn overtuigingskracht nodig hebben om Times Square to Art Square over ongeveer een jaar mogelijk maken, zoals hij hoopt. In de VS kreeg hij veel enthousiaste reacties, onder anderen van Glenn Weiss van de Times Square Alliance. Deze organisatie werkt aan het verbeteren en promoten van het plein en coördineert grote evenementen als het jaarlijkse nieuwjaarsfeest. „Ik vind het een fantastisch idee”, zei Weiss tegen DNAinfo, een online nieuwssite voor Manhattan. Maar hij wees er ook op dat het niet makkelijk zou worden.

Dat schrikt Justus Bruns niet af. „Weiss kent de kracht van sociale media niet. Jonge mensen die bijvoorbeeld bij Moma [Museum of Modern Arts, red.] werken, zoals onze Franse teamgenoot in New York, weten heel goed waarom het kan. Daarom helpen ze ons ook vol overtuiging.”

Op zondag 22 augustus spreekt Justus Bruns op Lowlands in de Limatent over Times Square to Art Square.