Japans-Chinese mangadiplomatie

Met mangastrips wordt in China getoond dat niet alleen Chinezen, maar ook Japanse burgers geleden hebben tijdens de Japans-Chinese oorlog. Een unieke poging tot diplomatie met strips.

Elk jaar opnieuw in de zomer komen media aan weerszijden van de Oost-Chinese Zee met bittere verhalen over de Japans-Chinese oorlog (1937-1945). Overmorgen, zondag 15 augustus, herdenkt China bijvoorbeeld het Japanse bombardement op Nanjing (toen China’s hoofdstad) in 1937. Japanse commentatoren reageren doorgaans korzelig op het breed uitmeten van oorlogswreedheden door China. Hiermee zou Peking bewust Japanhaat aanmoedigen. Chinezen klagen over Japanse heldenverering. Oorlogsmisdaden zouden worden genegeerd of opgehemeld. Dat gebeurt vooral tussen 13 en 16 juli. Dan eert Japan haar doden. Japanners bezoeken en masse de Yasukuni Tempel in Tokio waar relikwieën worden bewaard van gevallenen, onder wie oorlogsmisdadigers. Men brandt er wierookstokjes en brengt buigend een eerbetoon aan de helden die zichzelf hebben opgeofferd voor het heil van de natie.

Het zijn hoogtijdagen voor ultranationalistische randgroepen die de geschiedenis van de Japans-Chinese oorlog willen herschrijven. Zij ontkennen luidruchtig dat Japan dood en verderf heeft gezaaid op het Chinese vasteland. Tot grote ergernis van China. Het bloedbad in China’s toenmalige hoofdstad Nanjing had 300.000 burgerdoden tot gevolg en 80.000 verkrachtingen. De slachting staat als een barbaarse mijlpaal in het geheugen gegrift van generaties Chinezen. De herinnering eraan wordt levend gehouden in Chinese schoolboeken en vooral in de Nanjing Massacre Memorial Hall, gefinancierd met geld van Chinezen overzee. Het museum is goed voor zes miljoen bezoekers per jaar.

Aan het diepgewortelde wantrouwen over en weer wil een honderdtal Japanse mangakunstenaars nu een einde maken. De Chinese staatskrant People’s Daily heeft 130 van hun getekende oorlogsherinneringen, mangaprenten, cartoons en strips gebundeld. Daarin wordt ook het lijden onder de Japanse burgerbevolking getoond.

Het Oorlogsmuseum in Peking, vlakbij het Plein van de Hemelse Vrede, zal de prenten in een rondreizende tentoonstelling tonen; daarna zijn ze te zien in Tianjin en Harbin en mogelijk eind dit jaar in Italië. Het is een unicum in de gekwelde historie van beide landen.

Initiatiefnemer is Yoshimi Ishikawa, columnist en auteur van Japanse boeken over China. Hij kwam op dit idee in de buitenlandse persclub in Tokio die met zijn bruinhouten lambrisering en de vele historische foto’s een voorname sfeer ademt. Hier mochten in een ver verleden ultranationalisten hun racistische denkbeelden ontvouwen. „Die tijden zijn voorbij”, zegt Ishikawa. Hij wil Chinezen het andere, vreedzame Japan laten zien: „Ik ken zoveel kunstenaars. Ik dacht waarom zetten we ze niet in als mangadiplomaten om de betrekkingen met China te verbeteren?”

Tien jaar geleden kwam hij met een selecte groep Japanse tekenaars naar Nanjing. Hij kreeg na vele tientallen bezoekjes gedaan dat hun tekeningen werden getoond in de Nanjing Massacre Memorial Hall. Ishikawa: „Het was een bonte verzameling onaangepasten. Een van hen liep zelfs rond in samurai-uitrusting.” Hij vertelt trots hoe populair de Japanse stripkunst manga is in China. Ook president Hu Jintao, die hij persoonlijk kent, is een fan. „Het is een ware industrie geworden. Een leger Chinese tekenaars produceert manga aan de lopende band, vaak in opdracht van Japanse uitgevers.” Dankzij de manga, stelt Ishikwa, komen nu ook middelbare scholieren af op onze tentoonstelling.