Huis als een fossiel

In Milly-la-Forêt is het huis van Jean Cocteau opengesteld. Dichter bij de kunstenaar komen is niet mogelijk.

Het officieuze ministerie van Cultuur, zo werd het huis van Jean Cocteau genoemd. Het ligt in het verstilde oude plaatsje Milly-la-Forêt, net buiten Parijs, aan het eind van een straat met grote natuurstenen. De controversiële kunstenaar, die hier zijn ‘refuge’ vond, was hier een geliefd publiek figuur, en sinds hij hier in de door hem beschilderde kapel begraven ligt, een toeristische attractie.

Cocteau was vrijwel heel zijn leven het flamboyante middelpunt van de Franse kunst- en cultuurwereld, die bij hem in Milly een zoete inval vond. Het leverde hem een uitgebreide kunstcollectie op. Vijfhonderd werken werden bewaard en worden nu tentoongesteld in zijn huis. Het grootste deel bestaat uit portretten van Cocteau door wereldberoemde kunstenaars als Warhol, Buffet, Picasso en Man Ray. Nog groter is het aantal portretten dat Cocteau zelf van zijn vrienden maakte, onder wie Charlie Chaplin, Guillaume Apollinaire en Erik Satie, Igor Strawinsky, Marcel Proust, Edith Piaf en Coco Chanel.

Nadat Cocteau in 1963 was overleden, werden zijn salon, slaapkamer en werkkamer afgesloten door zijn partner Edouard Dermit. Nu, na meer dan veertig jaar, worden ze weer geopend.

De afgelopen vijf jaar is het huis opgeknapt en sinds deze zomer is het opengesteld voor publiek. Als de rondslingerende boeken en de exemplaren van La Revue Théâtrale niet vergeeld zouden zijn, zou je denken dat de avant-gardekunstenaar elk moment weer binnen zal lopen, aan zijn bureau gaat zitten en verder gaat met tekenen of schrijven.

In 1947 ontvluchtte Cocteau het drukke Parijs, en kocht het zeventiende-eeuwse bijgebouw van een kasteel met zijn toenmalige partner, de acteur Jean Marais. Toen enkele maanden later de 22-jarige mijnwerker Edouard Dermit werd aangenomen als tuinman, werd die al gauw de ‘regisseur’ van het huis en van Cocteau. Met hem woonde Cocteau hier zeventien jaar, tot hij overleed aan een hartaanval. Dermit, oftewel ‘Doudou’, bleef daarna in het huis wonen. In 1995 overleed hij en gingen de rechten over Cocteaus oeuvre over naar Pierre Bergé, de rijke industrieel en partner van wijlen Yves Saint Laurent. Bergé kocht het huis in 2002 met steun van de gemeente en werd de directeur van het project.

De waarheidsgetrouwheid van Cocteaus gerestaureerde salon, werk- en slaapkamer is indrukwekkend. Met een bewonderenswaardige restauratie is het huis in exact dezelfde staat teruggebracht als toen Cocteau er nog leefde. Maar het geeft ook een ongemakkelijk gevoel; alsof de tijd gestold is, in een gefossiliseerde ruimte. Er slingeren boeken en platen rond. Op tafel brieven, prullaria, een tekenboek en een fles Pernod.

Ontwerpster Natalie Crinière, die in 2003 een tentoonstelling over Cocteau maakte in het Centre Pompidou, was verantwoordelijk voor de restauratie en de inrichting van de tentoonstelling. In haar Parijse ontwerpbureau vertelt ze dat, hoewel ze het huis aantrof als een puinhoop, alle meubels en voorwerpen nog aanwezig waren. Het was niet moeilijk de inrichting te reconstrueren, doordat er een groot aantal foto’s van Cocteau in zijn huis bestaat, en zelfs een documentaire, Portrait souvenir, die enkele maanden voor Cocteaus dood gemaakt is over de kunstenaar en zijn leefomgeving. Deze wordt nu in een filmzaal in het huis vertoond.

Dichter bij Cocteau komen dan hier is niet mogelijk; er zijn waarschijnlijk weinig levens zo perfect gedocumenteerd en bewaard gebleven als dat van hem. De gerestaureerde kamers tonen zijn uitbundig barokke smaak. In zijn werkkamer zijn muren en plafond behangen met tijgerprintstof en in de salon staan twee bronzen palmbomen. Cocteau was een verzamelaar van exotische curiositeiten; de salon wordt bevolkt door een olifantenpoot, een kop van een moesson en een groot houten beeld van een paard met glitters.

De spanning tussen de ‘echte’, oorspronkelijke leefwereld van Cocteau en de expositieruimtes met zijn (zelf)portretten, boeken, films en theaterdecors, maakt een bezoek aan het huis een totaalervaring vol verrassingen en dubbele bodems. In de deurposten zijn spiegels aangebracht. „Dit is om de overgang tussen de tentoonstellingsruimtes, dus de fantasiewereld van Cocteau, en de ‘echte’ wereld, zijn gerestaureerde kamers, te markeren”, aldus Crinière. In de films van Cocteau speelt de spiegel ook deze rol. In een fragment van Le Sang d’un Poète bijvoorbeeld, vliegt een man tegen een deur aan, die plots verandert in een bak met water. Wat eerst gesloten was, blijkt toch een opening.

Maar in werkelijkheid was deze scheiding er niet; Cocteaus privéleven en zijn werk waren altijd sterk met elkaar verweven. Enerzijds doordat hij zichzelf en zijn leven minutieus vastlegde in zijn werk, anderzijds doordat de aandacht voor zijn werk te lijden had onder zijn reputatie, waardoor hij zich altijd miskend voelde: „Naarmate ik ouder word, merk ik steeds vaker dat ik niet word gelezen. Mijn roem stoelt slechts op roddel”, schreef hij op 27 juli 1951 in zijn dagboek.

Zijn openlijk homoseksuele levenswijze leidde vaak tot schandalen. Dat was moeilijk te rijmen met zijn hang tot behagen. Hij publiceerde anoniem een bundel met erotische tekeningen, Le livre Blanc, waarin hij in het voorwoord wel weer duidelijk laat doorschemeren dat het van hem is.

In de keuken van het huis komen de twee werelden wel bij elkaar. De oorspronkelijke, rood-wit geblokte vloer en rode houten deur contrasteren sterk met de moderne expositie-elementen zoals de spiegelwand, waarop steeds wisselende zelfportretten geprojecteerd zijn. Dit zorgt voor een vervreemdende, surrealistische sfeer, die nog wordt versterkt doordat er een ronddraaiend hoofd van ijzerdraad aan het plafond hangt. De schaduwen van de sculptuur bewegen over een door Man Ray gemaakte foto van Cocteau, werkend aan deze sculptuur, een decorstuk voor zijn eerste film Le Sang d’un Poète uit 1930. Ook op deze foto vallen de schaduwen op zijn gezicht.

Een bezoek aan het huis omvat ook de tuinen, maar de ‘beeldentuin’ is niet meer dan een braakliggend veldje met een handvol, ad hoc geplaatste sculpturen uit de films van Cocteau, en de catering bij de theetuin bestaat uit een snoep- en koffieautomaat.

Wel bijzonder is de in dezelfde straat gelegen, door Cocteau beschilderde kapel waarin hij ook begraven ligt. Uit een speaker boven zijn graf klinkt de bezwerende stem van Cocteau die, als in een audiotour, over zijn werk in de kapel vertelt, en afsluit met te vertellen dat de bezoeker „vooral niet moet vergeten de prachtige botanische tuinen rondom de kapel te bezoeken.”

Maison Jean Cocteau, 15 Rue du Lau, Milly-la-Forêt. Inl: 0033-1-64 981150, www.jeancocteau.net