Het schieten is geen kijksport

Deze zomer duikt nrc.next in het verenigingsleven.

Vandaag een bezoek aan schietsportvereniging Club Kaliber, in een woonhuis aan een Amsterdamse gracht.

Met Ramon Bhikharie (48), voorzitter en oprichter van schietsportvereniging Club Kaliber, was tevoren frequent telefonisch contact. Hij had ‘een gezond wantrouwen’ jegens de journalistiek. Schrijven over schieten en de schietsport was een precies en nauwkeurig werkje, net als het schieten zelf. Journalisten met vooroordelen ontmoette hij liever niet, want op stemmingmakerij en een negatief imago zaten ze bij de vereniging niet te wachten. Ramon vroeg of ik een mening had over de schietsport.

Geen mening.

„Ik ga er met open vizier heen”, zei ik.

Club Kaliber zat op de tweede verdieping van een grachtenpand in Amsterdam. Tegenover een parkeergarage, vlakbij het hoofdbureau van politie. Voor de deur rookte ik twee sigaretten.

Geen zin.

Het beschrijven van het Nederlandse verenigingsleven was me tot dan lelijk tegen gevallen. Een journalistiek mijnenveld. Het was iedere keer hetzelfde: je was van harte welkom. Meer dan welkom zelfs. Ze begroetten je met taart en cake – want eindelijk aandacht – maar rustig observeren was er niet bij. Welnee, ze besprongen je – vaak met z’n allen tegelijkertijd – en stopten je vol met informatie, het liefst zo gedetailleerd mogelijk. Als het hoofd vol zat, wilde ik graag weg, maar dat mocht niet. Er waren er altijd nog een paar met extra informatie.

Als het klaar was boog de hele club zich over de tekst. De laatste keer hadden ze er met z’n allen een nieuwe slotalinea aan gebreid.

‘Alles bij elkaar was het een interessant bezoek. Ik wist niet dat er zoveel bekend was over diverse mensen. Bent u geïnteresseerd ga dan zeker eens kijken. Het is de moeite waard!’

Ik besloot de tekst niet over te nemen.

De secretaris van de vereniging was teleurgesteld en zei: „Dan zullen we het moeten doen met wat u ervan heeft gebakken.”

Vastbesloten de zaken anders aan te pakken, betrad ik de schietclub.

Een bestorming bleef uit.

Sterker: mijn entree maakte geen enkele indruk.

Ze gaven me allemaal een hand en gingen daarna door met de dingen, waarmee ze bezig waren.

Ramon was bezig achter de bar.

„Zo gaat dat hier”, zei hij. „Nobody is a stranger. Als je binnenkomt, krijg je een hand. Dat is een van de regels.”

Ik liep wat rond, keek door het ‘meekijkraam’ naar de schietbanen – waar op dat moment niets gebeurde – en ging aan de bar zitten observeren. Jammer, dat er niet zoveel te observeren viel. Aan een tafeltje stonden drie mannen gebogen over een tekening. Het was het ontwerp van een tatoeage, die bij een van hen op de rug zou komen. Hij was zeer tevreden over de tekening.

Ramon zei: „De dinsdagavond is een rustige avond. Dit in tegenstelling tot de donderdagavond.”

Ik noteerde het woord ‘rustig’ en vroeg waar de pistolen waren. Ik was tenslotte in een schietclub.

Ramon vertelde dat hij de club had opgericht.

‘Net als alle jongens’ was hij in zijn jonge jaren gefascineerd door mooie vrouwen, snelle auto’s en wapens. Bij de club golden regels. Een ervan was: geen wapens in de kantine. De leden droegen de wapens in koffertjes met zich mee en de clubwapens – hij somde alle merken en kalibers op – zaten in de kluis.

Hij ging dieper in op de regels van de overheid, die bij Club Kaliber nauwgezet werden nageleefd. Het waren er nogal wat. Regels waren goed, vond Ramon. Zonder regels geen gezellige club.

De man die binnenkort een tatoeage op zijn rug had, haalde zijn pistool uit de koffer. Hij liep naar de schietbaan. Nadat hij tien keer had geschoten, kwam hij terug en legde de schietschijf op de bar. Ik telde acht grote gaten in het karton. Het leek me een prima prestatie.

„Knap zeg”, hoorde ik mezelf zeggen.

De man had een militair verleden en legde me de essentie van de schietsport uit. „Schieten is de strijd aangaan met jezelf. Om goed te kunnen schieten, moet je in evenwicht en balans zijn. Je probeert de schijf telkens op dezelfde plek te raken. Je hand mag niet trillen. In je handen en armen zitten aders, waardoor je kunt gaan trillen. Je probeert je hartslag te concentreren.”

„Het is niet als in de films op televisie waar ze altijd raak schieten”, zei Ramon.

„Die films, dat is gelul”, zei de man. „Schieten doe je niet zomaar. Je moet een goede oog-handcoördinatie hebben. Dat is ook het lekkere: je moet je focussen. Op de baan vergeet je alles.”

Bij Club Kaliber herkende hij bij veel leden eigenschappen die hij zelf ook had. „Een hang naar discipline en precisie. Alles moet correct gebeuren. Dat geeft mij rust.”

Casper, de tv-kok van de Vijf Uur Show van RTL4 kwam binnen. Hij droeg een T-shirt met de tekst ‘Guns don’t kill people’. In zijn hand een koffer, waarin zijn kaliber.45 zat. Hij gaf iedereen een hand, want dat waren de regels, ging zitten en bestelde een drankje. Het schieten op de club gaf hem rust.

„Ik heb niets met het leger of met soldaten, maar pistolen hebben me altijd gefascineerd”, zei hij. „Het gaat me om de techniek van het wapen. Het is een raar ding, een stuk metaal waarmee je iemand kunt doden.”

Dat een TV-kok op een schietclub zat, zorgde voor verbaasde gezichten. „Schietclubs hebben onterecht een negatief imago. Mensen associëren het met criminaliteit, maar criminelen zitten niet op een schietclub. Die zitten niet te wachten op politiecontroles.”

Zelf had hij laatst nog twee agenten op bezoek gehad voor een routinecontrole. „We zaten op de bank met een kopje koffie naar de televisie te kijken. Ik heb ze de kluis laten zien.”

Zijn vrouw vond het prima dat er een hobby was, wel had hij met haar de afspraak dat er wel een pistool, maar geen kogels in huis mochten zijn. Dan kon er nooit wat mis gaan.

Leden van schietsportverenigingen wisten wat ze deden.

„Ze kunnen schieten”, zei Casper. „Dat is al een voordeel. Ik sprak een politieman. Hij zei dat ze bij het korps maar een keer per jaar oefenden. Als een politieagent zijn pistool trekt, mikt hij voor de zekerheid op de romp. Dan is de kans het grootst dat hij iemand raakt. En zelfs dat is moeilijk.”

Dat stelde gerust.

Vanwege de regels, die – dat zat nou eenmaal in ze – bij Club Kaliber strikt werden nageleefd, was het onmogelijk om de sensatie van de absolute focus en concentratie van het schieten op een kartonnen schijf zelf te ervaren.

Casper nam me mee naar de schietbaan.

Het rook er naar kruit en de knallen waren harder dan ik had verwacht.

De kartonnen schijf hing op zestien meter afstand.

Omdat ik geen lenzen in had, zag ik het ding amper.

Casper schoot vijftig keer.

Schieten was geen kijksport.

Bij het afscheid gaf ik iedereen een hand. Alles bij elkaar was het een interessant bezoek. Ik wist niet dat er bij de schietsport zoveel kwam kijken. Bent u geïnteresseerd ga dan zeker eens kijken bij een schietverenging. Het is de moeite waard!