Het draait weer om zwemmen

De snelle zwempakken zijn taboe bij de EK langebaan in Boedapest.

Zwemmende bodybuilders hebben het zwaar, stilisten drijven weer boven.

Alles ademt nostalgie in het Alfréd Hajós zwemcomplex op het lommerrijke Margiteiland in Boedapest, midden in de Donau. De donkerrode gebouwen in jarendertigstijl, de witte kleedruimten, de gladde trappen achter het oude borstbeeld van Alfréd Hajós, een Hongaarse zwemmer die schitterde tijdens de eerste moderne Olympische Spelen (Athene 1896) voordat hij als architect in 1930 het bad ontwierp dat nu zijn naam draagt. Een groter contrast met het hypermoderne Pieter van den Hoogenband Zwemstadion in Eindhoven, waar in 2008 de vorige EK langebaan werden gehouden, is nauwelijks denkbaar.

De Europese zwembond (LEN) had geen treffender decor kunnen bedenken voor de EK van 2010 – het eerste internationale topevenement sinds het verbod op de hightechpakken op 1 januari inging. Twee jaar geleden brak in Eindhoven de revolutie uit, toen een relatief onbekende, maar uiterst gespierde Fransman de tribunes stil kreeg door uit het niets het bijna acht jaar oude wereldrecord van Van den Hoogenband op de 100 meter vrije slag (47,84) aan flarden te zwemmen. Alain Bernard deed dat in een zwempak dat nu alleen nog in sportmusea is te vinden.

Van de zwemmende bodybuilder is weinig meer vernomen sinds de stroom van 255 nietszeggende wereldrecords van hogerhand werd onderbroken. Hij had bij uitstek baat bij het glimmende glijpak van polyurethaan dat het drijfvermogen verhoogde. Maandag gaf Bernard in een zwembroek van ouderwets textiel een Franse gouden medaille weg door op de 4x100 meter vrij de langzaamste splittijd te zwemmen, trager nog dan zijn teamgenoot Yannick Agnel, achttien jaar oud. Deze lange, tenger ogende ster in wording had kort voor die estafette ook nog in de 400-meterfinale de Duitse wereldrecordhouder Paul Biedermann verslagen.

Agnel wordt algemeen gezien als supertalent – volgens Jacco Verhaeren beter dan Van den Hoogenband op die leeftijd, en sterker dan de Australische legende Ian Thorpe – maar hij staat volgens opgeluchte coaches ook model voor de zwemmer die het weer moet hebben van het zwemmen, van techniek en souplesse, in plaats van gebundelde spiermassa’s. Zoals Van den Hoogenband indertijd.

Het maakt de EK in Boedapest tot een fascinerend toernooi, ook al is in drie dagen nog niemand in de buurt gekomen van een wereldrecord. Een andere Fransman, Camille Lacourt, zwom dinsdagavond wel een opzienbarende tijd op de 100 meter rugslag. Hij scherpte het Europees record aan tot 52,11 seconde. Gisteravond deed hij het op de 50 meter nog eens dunnetjes over. Prachtige atleet, roepen zwemmers en coaches vol bewondering. Dat is het verschil: sinds de stap terug naar de toekomst gaat het weer over de zwemmers – en niet over zwempakken of het medailleklassement van de kledingmerken.

Maar niet iedereen is blij met het herstel van de orde.

De olympisch kampioen op de 100 vrij van Peking (2008), Bernard, haalde na het snellepakkenverbod nauwelijks nog finales, al plaatste hij zich gisteravond wel weer voor de eindstrijd in Boedapest. Paul Biedermann uit Halle, woensdag winnaar van de 200 meter vrije slag, liet zich vlak voor de EK in de Duitse krant Bild ontvallen dat hij zich zonder zijn snelle pak voelt als „een naaktslak”. Verschuren had zijn antwoord meteen klaar: „Ik zou zeggen: zout erop gooien.” Biedermann, vorig jaar tijdens de WK in Rome de grote sensatie met twee wereldrecords (200 en 400 vrij), inclusief een onmogelijk geachte zege op Michael Phelps, moppert nu dat het zwemmen wereldrecords nodig heeft, en dat die alleen mogelijk zijn als de hightechpakken weer worden toegelaten. Het verbieden van de pakken is hetzelfde als een auto ontdoen van zijn turbo, vindt hij.

Een jaar geleden, direct nadat hij Phelps in Rome diens eerst individuele nederlaag in vier jaar had bezorgd, had de Duitser nog een andere mening: „Ik heb steeds gezegd dat de pakken het verschil maken”, zei hij bescheiden, gezeten naast Phelps. „Ik vind het een gevaarlijke ontwikkeling. De volgende stap is zwemmen met peddels. Ik hoop dat we snel teruggaan naar gewone pakken.”

Net als Bernard moest ook Biedermann het vooral van zijn spierbundels hebben. Wie meer weegt, ligt dieper in het water. Door het drijfvermogen van de snelle pakken werd dat nadeel voor zware zwemmers ongedaan gemaakt. Het verschil tussen het uitgebannen ‘nieuwe’ zwemmen en het teruggekeerde ‘oude’ zwemmen is in Boedapest beter zichtbaar dan ooit. Biedermann zwom maandag in zijn 400-meterfinale tegen Agnel ruim zes seconden langzamer dan zijn wereldrecord (3.40,07) van vorig jaar. Hij had er een verklaring voor: „De 400 meter is niet mijn ding dit jaar.”