Gast, dat is mijn oog!

In een chique wachtruimte bladert mijn vriend door een tijdschrift, terwijl ik een grote glazen vaas op de receptiedesk bekijk. Hij is helemaal gevuld met brillen. „Hebben mensen echt demonstratief hun bril weggegooid na de behandeling, of is dit meer symbolisch?” vraag ik. De vrouw glimlacht. „Ze waren inderdaad van cliënten. Ze worden naar ontwikkelingslanden gestuurd.” Het doet mij denken aan zo’n scène van de evangelische kerk, waar na een genezing de ex-lamme juichend zijn rolstoel stuk slaat. Mooi dramatisch is het wel. Dan komt een vrouw ons ophalen.

Mijn vriend draagt al jaren lenzen, en heeft nu besloten zijn ogen te laten laseren. Ik vind dat een moedige beslissing, want het schijnt dat er aan de behandeling een laser te pas komt. Die in je oog gaat. Een oogoperatie blijft toch beangstigender dan ander soort chirurgie. Als ze in je buik gaan snijden kun je bijvoorbeeld je ogen dichtdoen. Bij oogchirurgie niet. Daarbij zou ik met moeite de neiging kunnen onderdrukken om een arts die met zijn vinger bij mijn oog komt tegen zijn hand te meppen, terwijl ik roep: „Gast! Dat is mijn oog!”

Gelukkig beschikt mijn vriend over meer zelfbeheersing en rede. Hij wil graag laten onderzoeken of zijn ogen geschikt zijn voor een laserbehandeling. Ik ben mee om hem naderhand te begeleiden, als hij door de oogdruppels zo wazig is dat hij trams aanziet voor bontgekleurde olifanten en ze wil knuffelen.

De vrouw die ons ophaalt draagt een nette zwarte jurk, haar rode haar bedekt het begin van een tatoeage in haar nek die af en toe wordt onthuld. Ze praat amicaal tegen ons aan, neemt een vragenlijst af (soms proest ze: „Wat een rare vraag hè”) en doet een aantal onderzoeken. Dan wordt door een optometrist de conclusie getrokken dat zijn ogen geschikt zijn. We gaan terug naar de roodharige vrouw voor een afspraak. „Ik zie dat de optometrist vindt dat je de nieuwe, speciale behandeling nodig hebt”, zegt ze. Bij die behandeling verloopt de genezing sneller, maar hij kost een heleboel meer. Mijn vriend kijkt onderzoekend. „Volgens mij niet”, zegt hij. „Ik was geschikt voor de standaardbehandeling.” De vrouw fronst en loopt weg om het te vragen. Als ze terugkomt zegt ze: „Het klopt. Dus nu is eigenlijk de keus aan jou: ben jij een slimme man die het beste van het beste wil, of ga je voor die andere?” Ik kijk haar verbaasd aan. Dit klinkt als: ‘Ben jij een knappe, intelligente man met vrienden en succes die graag gezonde kinderen wil, of toch maar niet?’ En ik zie opeens voor me dat het zo wordt, als er meer marktwerking in de zorg komt. Verkooppraatjes. Inschatten of het daadwerkelijk beter wordt als je meer betaalt, altijd afwegen wie je gelooft. Het ziekenhuis een witgoedzaak, met gladde verkopers en impulsaankopen.

Mijn lief kiest voor de standaardbehandeling. Voor straf krijgt hij geen korting.

Renske de Greef