Films tegen extreem- rechtse ideeën

Het is alweer zeventien jaar geleden dat de Britse socioloog Paul Gilroy zijn invloedrijke boek The Black Atlantic: Modernity and Double Consciousness publiceerde. Maar het effect ervan is, althans in de beeldende kunst, nog lang niet weggeëbd. Tate Liverpool organiseerde dit voorjaar nog een groots overzicht van zwarte kunst, dat met zijn titel Afro Modern: Journeys through the Black Atlantic duidelijk naar Gilroy verwees. En in oktober zal in de Rotterdamse Unie het debat Black Atlantic (Revisited) plaatsvinden.

Gilroy introduceerde de term ‘Black Atlantic’ destijds om de uitwisseling van de diverse zwarte culturen rondom de Atlantische Oceaan te benoemen. Volgens Gilroy kun je niet spreken van culturen die typisch Afrikaans, Caraïbisch, Amerikaans of Europees zijn, maar bestaat er een hybride, ‘trans-Atlantische’ zwarte cultuur.

Ook het kunstenaarscollectief The State of L3, dat nu exposeert in Smart Project Space in Amsterdam, laat zien schatplichtig te zijn aan de ideeën van Gilroy – hun tentoonstelling heet Modernity & Aesthetics of the New Black Atlantic. The State of L3 werd in 2006 opgericht door Antonio Jose Guzman, een kunstenaar uit Panama die sinds een jaar of vijftien in Amsterdam woont. Samen met onder meer Abdoulaye Armin Kane uit Senegal en Felipe Peres Calheiros uit Brazilië maakt hij kunstwerken en films die handelen over zwarte identiteit en Afrikaanse wortels. ‘Pan-Afrikanisten’, zo noemen de leden van L3 zichzelf.

In Smart heeft het collectief een bonte multimediale presentatie gemaakt. Er staat een omgekeerde boot die dienst doet als bioscoopje en vanuit koptelefoons klinken straatgeluiden uit verre oorden. Maar veruit de meeste indruk op deze tentoonstelling maakt L3-oprichter Guzman zelf met zijn video The Day We Surrender to the Air, een aangrijpend verslag van de zoektocht naar zijn eigen genetische roots.

Voor The Day We Surrender to the Air liet Guzman in de Verenigde Staten zijn DNA analyseren. Hij ontdekte dat Sefardische Joden uit Europa en moslimvolken uit de Sahel tot zijn vroege familieleden behoorden, maar ook Indianen en inheemse Panamese stammen. De film is derhalve een roadmovie geworden, die leidt langs de wegen die zijn voorvaderen duizenden jaren eerder hebben bewandeld. Guzman loopt door de sneeuw van Siberië, waarvandaan zijn voorvaderen ooit de Beringstraat overstaken. Hij staat aan de rand van de Grand Canyon, waar zijn familie twintigduizend jaar geleden doorheen liep op weg naar Mexico. En hij staart door de poort in Senegal waardoor de slaven richting de schepen gedreven werden.

Wie zijn we, en waar komen we vandaan? Dat zijn de vragen die in Guzmans film keer op keer opkomen. En wat betekent nationaliteit nog, als je genetisch materiaal terug te voeren is tot zo’n beetje alle delen van de wereld? Eigenlijk zegt Guzman in deze film dat de hele wereld één grote familie is. En dat is een belangrijk besef, in een tijd dat extreem-rechtse ideeën in steeds meer delen van die wereld de overhand krijgen.