Een uitzichtloze strijd die de hoge prijs niet waard is

Er wordt wel eens honend gedaan over oud-politici die zich vanuit de leunstoel nog mengen in een actueel politiek debat. Vooral als ze iets bepleiten waar ze niet over piekerden toen ze nog aan de macht waren.

Maar waarom eigenlijk? Hun uitspraken mogen geen directe politieke gevolgen meer hebben, op een andere manier kunnen ze wel degelijk waardevol zijn. Bevrijd van de noodzaak een coalitie bijeen te houden, een achterban tevreden te stellen of buitenlandse bondgenoten te vriend te houden, kan de gepensioneerde politicus eindelijk vrijuit spreken. Op basis van argumenten, ervaring en als het meezit ook nog wat gezag.

In Mexico, waar al jaren een bloedige drugsoorlog woedt, pleitte oud-president Vicente Fox zondag op zijn blog voor legalisering van de productie, distributie en verkoop van drugs (het gebruik ervan wordt in de praktijk al niet meer bestraft). Niet alleen heeft de politiek van verbieden nooit gewerkt, stelt hij, ze heeft enorm veel geweld en corruptie in de hand gewerkt.

Fox is geen linkse jongen. Hij hoort bij dezelfde conservatieve partij als de huidige president, Felipe Calderón. Toen hij nog president was ( 2000-2006) stond hij schouder aan schouder met de VS in de strijd tegen de drugshandel.

Maar die strijd dreigt zijn land nu volledig te ontwrichten. De macht van de drugsmaffia is zó groot, en het geweld van elkaar bestrijdende bendes zó hevig, dat de huidige regering geen andere uitweg meer zag dan het leger in te zetten. Inmiddels zijn er 45.000 militairen voor op de been, ongeveer de helft van de Amerikaanse strijdmacht in Afghanistan.

Dat heeft geen rust gebracht. De bendes worden in het nauw gedreven, maar de strijd is geëscaleerd. Dagelijks zijn er nieuwe gruwelijkheden: moordaanslagen op politici, onthoofdingen, een bloedbad in een discotheek, een groep gevangenen die een avond naar buiten mogen, wapens krijgen en op een feest achttien mensen afslachten – zo gaat het maar door.

„De eerste verantwoordelijkheid van een regering is het zorgen voor de veiligheid van de mensen en hun bezittingen”, schreef Fox. „Helaas komt de Mexicaanse staat die verplichting niet na.” In de bijna vier jaar dat het offensief van Calderón nu duurt zijn meer dan 28.000 Mexicanen omgekomen – grote en kleine drugshandelaren, maar ook veel onschuldige burgers.

Politiefunctionarissen en politici zijn voor de georganiseerde misdaad te koop. Ook andere instellingen van de staat zijn door corruptie aangevreten. Het roept alles bij elkaar de waarschuwing in herinnering die het Pentagon anderhalf jaar geleden deed: de stabiliteit van Mexico is zo zeer in gevaar dat het een van de twee landen is (samen met Pakistan) waar met „een snelle ineenstorting” rekening gehouden moet worden.

Ook voor de Verenigde Staten staat er dus veel op het spel. Hillary Clinton erkende vorig jaar dat haar land medeverantwoordelijk is voor de Mexicaanse drugscriminaliteit, vanwege de onverzadigbare vraag naar drugs van Amerikanen én vanwege de stroom Amerikaanse wapens die de grens over gesmokkeld wordt.

Washington staat Mexico met geld en materieel bij in de strijd tegen de drugshandel. Maar de noodkreet van Fox geeft aan dat er ook voor deze oorlog uiteindelijk geen militaire oplossing is. De militaire aanpak richt zoveel schade aan dat het niet vol te houden is.

Fox is lang niet de enige die er zo over denkt. Ook elders in Latijns-Amerika beginnen steeds meer mensen het geloof in de „war on drugs” te verliezen. Vorig jaar bepleitten drie oud-presidenten (Cardoso van Brazilië, Gaviria van Colombia en Zedillo van Mexico) al voor decriminalisering van marihuana. En enkele dagen voor Fox zijn pleidooi op internet zette, verbaasde de zittende president Calderón, belichaming van de harde lijn, door iets van twijfel te laten blijken. Hij pleitte zowaar voor een debat over legalisering van drugs – ook al zag hij zich wel genoodzaakt er aan toe te voegen dat hij het idee zélf absurd vindt.

Maar zelfs bij de grote noorderbuur is het perspectief van een (beperkte) legalisering niet meer zo absurd als het lang was. In Californië mogen de kiezers in november stemmen over een voorstel om de verkoop van marihuana te legaliseren en (aardige bijkomstigheid voor armlastige overheden) te belasten.

President-in-ruste Fox heeft het debat waar zijn opvolger om vroeg een belangrijke impuls gegeven. Het is te hopen dat het signaal nu wordt opgepakt, ook buiten zijn land. Tot legalisering van alle drugs zal het niet snel komen, in Mexico noch in de VS of Europa. Maar legalisering van alleen marihuana zou al een tegenslag betekenen voor de drugsmaffia.

Politici moeten daar in alle nuchterheid voor kunnen pleiten – ook als ze nog in functie zijn – zonder door tegenstanders meteen afgeschilderd te worden als wereldvreemde idealisten. Toen de strijd tegen drugs veertig jaar geleden voor het eerst een ‘oorlog’ werd genoemd, was dat een beeldspraak. Maar inmiddels is het in landen als Mexico de harde realiteit. Het is een uitzichtloze strijd die de hoge prijs niet waard is.

Reageren kan via nrc.nl/eijsvoogel